18.5.11

Genoeg is genoeg

Beste Aan Mozilla Firefox Vier,
We hebben het niet altijd makkelijk gehad, maar jij en ik weten dat ik mij altijd uiterst flexibel heb opgesteld jegens jou en al je grillen.  Ik ben een wat ouderwets mens, die niet telkens even enthousiast reageert op al je updates en nieuwe versies, om van de add-ons nog maar helemaal niet te spreken. Maargoed, ik doe mijn best om je bij te benen.
Maar hoe denk je dat ik me voel als je drie maal achter elkaar instort als ik een avondje zit te internetten?
Of dat ik uren moet speuren door geeky fora omdat er met de installatie van je nieuwe versie weer vanalles en nog wat niet wil werken zoals het altijd werkte.
En dan die onverdraaglijke provocaties als ik je voor de zoveelste keer opnieuw moest opstarten: Nu u Firefox 4 hebt, kunt u meer lezen over alle leuke dingen die u met uw nieuwe browser kunt doen.
Ik zal jou eens een keer vertellen welk leuk ding ik met je nieuwe browser zou willen doen!

Ook vind ik het slecht verteerbaar dat jij je pijlen exclusief op mij richt. Ik durf zelfs zover te gaan mijn vermoedens hardop uit te spreken: ik denk dat jij Stefan en mij uit elkaar probeert te drijven!
Via betrouwbare bron is mij namelijk ter ore gekomen dat jij het crashkunstje alleen bij mij uithaalt en verder bij niemand in dit gezin. En hij blijft jou te vuur en te zwaard verdedigen. Maar hij komt er ook nog wel achter, Moz. Iedereen komt er nu achter. Je spelletje is uit!

En nee, ik hoef geen uitleg meer. Bespaar je de update. Het is echt gedaan tussen ons, Moz. Want wat je nu gepresteerd hebt is werkelijk beneden alle peil.
Ik kon niet meer inloggen op mijn blog. En ik hoef jou zeker niet te vertellen hoe dat kwam, he? Was je soms bang dat ik uit de school zou klappen? Dat de waarheid over jou boven tafel zou komen? Je wilde me monddood maken en ontken het maar niet! Maar ha! Dan ken je mij nog niet. Ik heb twee woorden voor je, Moz: Internet Explorer. That's right. Je hebt me regelrecht in de armen van die ouwe, lelijke, onhandige, maar veel betrouwbaardere bladereraar gejaagd. En ja, dat doet je vast pijn. Maar dan weet je ook eens hoe ik me voel.

Een laatste groet,
Control, alt, delete!

(eens) Je Herma

16.5.11

Billy. Of: het groeit aan waar je bij staat. Een licht overdreven verhaal met een open einde.

Wij verkochten onlangs onze boekenkast aan een aardige man met niet zoveel boeken. Het werd namelijk hoog tijd dat we het ding wegdeden, het stond afgeladen vol en alsnog hadden we een stuk of twaalf, misschien tweeendertig verhuisdozen vol met boeken die in de schuur stonden te verpieteren.
Vervolgens gingen wij nog verder overstag; we kochten een witte B punt Illy. U weet wel, het handige boekenkastsysteem van I punt Kea.  Zo fokken briljant dat er inmiddels al een boekje over geschreven is.  Even terzijde; persoonlijk vond ik het, nouja laten we zeggen: opmerkelijk, dat je in de B punt Illyplanner op internet een heuse hoekkast in je ontwerp kunt opnemen, maar dat die in werkelijkheid gewoon een gewone kast is, maar die je dan dus in de hoek zet. Voilá; hoekkast! Tssss. Ja zeg, zo kan ik het ook!
Hoe dan ook, het was toch handig om aan de ene wand te beginnen en halverwege de andere pas op te houden. Wij bouwden ons dus eerst met onze B punt Illy een slag de hoek om en trokken daarna de schuur leeg. "Sjonge, wat heerlijk!" Juichten we de hele tijd. "Eindelijk weer alle boeken binnen handbereik! Moet je kijken, wat een ruimte!, Nu kun je eindelijk ook weer eens wat bijkopen, Steef" En: "Jee, ik wist niet eens meer dat ik deze nog had!" Obscure jaren tachtig stukken kwamen weer opgedoken, zoals de Ronflonflon reeks naar de gelijknamige radiouitzendingen met Jacques Plafond (Weetjenog: Jan Vos, Broekema, Jacques Plafond, Jaap Knasterhuis en Wilhelmina Kuttje junior. Met twee t.) die Stefan ooit integraal had ingekocht. "Het lijkt net een bibliotheek mama", spinde Nona tevreden met de vier planken die zij nu voor haar eigen boekencollectie gereserveerd wist. Zelf was ik ook lekker bezig, want eindelijk had ik Stefan zo ver dat er ook nog wat boeken weg mochten (niet de Ronflonflonreeks) en dat leverde al snel drie volle dozen voor de kringloopwinkel op. Ik begon me al te verheugen op het eindresultaat, een mooi ingedeelde boekenkast, boeken op thema bij elkaar en op hoogte gerangschikt, behalve als het een serietje van dezelfde schrijver betreft ( maar dan geldt binnen dat serietje natuurlijk wel weer de regel op hoogte rangschikken). He lekker toch, dat opruimen! O o wat was ik weer tevreden met mezelf. En wat kon ik dat toch handig, zo'n boekenkastje inrichten.Toch jammer dat die hele reeks Oliver Sacksen nu niet bij elkaar op een plank pasten, mijmerde ik. Wacht, als ik nou de hele plank 'populair wetenschappelijk' mix met 'wetenschappelijk' zonder dat Stefan het merkt, dan kunnen de Sacksen daar, en ...Hmm. Nu past 'literair, Engels' daar niet meer. Nahja. Komt die op de plank daaronder en dan... Hmmm. Toch nog eens kritisch naar dit plankje kijken, kan er echt niet meer weg? Ondertussen zag ik Nona door de chaos struinen. Ik ging nog maar eens naar de schuur voor een nieuwe lading. Toen ik terugkwam was de hele sectie 'kinderboek' een bende. Nona lag heerlijk voor de kast op het grote kussen te lezen in haar hervonden schatten. Op de planken had zij lukraak -een kind trekt zich van een 'op hoogte rangschikken' regel niets aan- boeken teruggezet die zich eerder in de kringloopdozen bevonden.  Stefan kwam aan met nog een stapel van ongeveer zestig of zeventig boeken van boven die ook nog in de kast moesten  en de suggestie of er niet ook nog een B punt Enno (of twee, óf drie) naast de B punt Illy zou passen, voor de cd's en dat was het moment dat ik een beetje snauwerig begon te worden. Ik keek met argusogen naar de twaalf of tweeendertig nog volle boekendozen in de kamer. Ik dacht aan de zestien of zevenentwintig dozen met cd's die zich ook nog ergens in opslag bevinden.
I knew it!
Drie dagen bouwen aan een B punt Illy, zesentwintig of misschien wel negenenveertig volle dozen naar de kringloop en dan verduld nog eens aan toe nog steeds zesenvijftig dozen met boeken én cd's én rommel overhouden!
Mooi dat dit dus niet ging passen!

9.5.11

Cavia ben ik

"Die vulling, daar zit een gat onder, hoor" wierp mijn tandarts me na het nemen van de verplichte rontgenfoto's dit jaar voor de voeten. "En ik zeg het maar meteen; dat wordt een zenuwbehandeling."
"O. Ach. Nóu." Hakkelde ik. En: "echt?" Dat doe ik namelijk altijd, als er iets gebeurt waardoor ik het liefst allerverschrikkelijkst wil gaan vloeken maar dat niet kan omdat er beschaafde mensen en/of kinderen bij zijn. Het getier in mijn hoofd weigert dan ruimte te maken voor het formuleren van een adequate reactie. In dit geval was het eigenlijk nog erger, want het liefst was ik onmiddelijk in keihard huilen uitgebarsten.
Ik heb namelijk een hartgrondige hekel aan de tandarts.
Nouja, niet de tandarts persoonlijk, natuurlijk. Eigenlijk is zij een heel erge lieverd, die je gewoon 's avonds thuis nog even belt na een enge behandeling of alles oke is, maar gewoon een wat ongelukkig vak heeft gekozen. Het is dat gefrut aan je kiezen en de pijn, de pijn, dát haat ik dus. En daar ben ik niet de enige in, dus ik zal er niet al  te lang over doorzeuren.
Anyhow, het vonnis viel dus in een van de meivakantiedagen tijdens een controlesessie waar ik argeloos in was gelopen. En nou zat ik g@*#$omme ineens vast aan een afspraak  voor een behandeling van vijf kwartier!
Gedwee meldde ik mij vanochtend aan de hellepoort van de tandartspraktijk.
De tandarts toog aan het werk met boren, vijlen, naalden, en al wat er verder nog lag aan martelwerktuigen in haar keurige, gloednieuwe 'cabinets'. Halverwege de behandeling begon de rubberen tarp die zij over mijn gezicht had gespannen om de stroom chloor die zij door mijn getergde wortelkanalen joeg niet in mijn keel te laten stromen, venijnig te branden. Ik bleek een spontane allergische reactie te hebben op de beflap, waardoor er in allerijl een verzameling gaasjes onder werd gelegd, die inderdaad zeer afdoende werkte, maar wel de vernedering compleet maakte door vrolijk op te waaien bij elke keer dat ik door mijn neus uitademde en mee te dansen op het ritme van mijn van vermoeidheid onwillekeurig Gabber Piet-achtig trillende onderkaak. Al de tijd had de tandarts zelf enorme lol met haar assistente, opmerkingen over de genoten witbiertjes op het terras dit zonovergoten weekend wisselden vakantieverhalen en anekdotes over de kinderen af. Regelmatig werd mij ook om een zinvolle bijdrage in het gesprek gevraagd, waarop ik uiteraard slechts met een weerloos 'Uhuh' kon reageren, telkens met andere intonatie, opdat zij misschien toch konden snappen hoe ik het bedoeld had. Gruwel.
Hoewel, dat was toch nog niet het ergste.
Eindelijk was het klaar en de tandarts gaf mij een glas met brufen bruis, twee paracetamollen en een spiegel. Ik sloeg de pillen achterover met het drankje en wierp een blik in de spiegel. Een rood aangelopen cavia met traanoogjes keek mij verwijtend aan. Ik draaide de spiegel om, maar daar prijkte een vrolijk lachend kiesje, de andere kant bleek dus wel degelijk de spiegelzijde en de cavia was ikzelf!
Stiekemsgewijs was, verstopt onder de rubberdam, tijdens de behandeling de linkerzijde van mijn gezicht tot idiote proporties opgezwollen. En de pijn! Niet te beschrijven. Eerlijk waar, bevallen deed minder zeer.
En dan te bedenken dat ik tot vandaag nergens last van had! Kiespijntechnisch, dan.
De rekening was op zijn zachtst gezegd ook een behoorlijke tegenvaller. Ik kreeg nog wel een recept voor een flinke voorraad pijnstillers mee en was zeker met opeengeklemde kaken rechtstreeks naar de apotheek gejakkerd, als dat niet zo'n pijn zou hebben gedaan. In plaats daarvan reed ik nu plankgas naar huis in mijn ouwe v punt w met mijn mond een beetje openhangend, wat hopelijk in hippe zuid afrikaanse rap kringen nog wel als zef zou worden aangemerkt, maar hier moet ik dat er echt nog even bijzeggen. Zef! Hos ja!
De rest van de dag heb ik lamlendig op de bank gehangen met een pak ijs tegen mijn gezicht en bijkans high van de pijnstillers die verder overigens niet noemenswaardig werkten.
Nou hoor ik het u een beetje denken: "Gaat dit nog ergens naartoe, die kletspraat over die tandarts, ik zie nog in geen velden of wegen een clou of een bruggetje of een mooie afsluiter aankomen". Dat klopt. Er is geen mooie afsluiter, het verhaal gáát nergens naartoe. Sterker, ik zit dit te tikken met mijn nieuwe vriend ijspak naast me, van tijd tot tijd houd ik hem innig tegen mijn gezwollen gelaat gedrukt. Ik zit er dus nog middenin. Morgenochtend stuur ik mijn tandarts per mail een update en een foto van mezelf met mijn caviabek en daarna zal ik mij zuchtend naar mijn eerste klanten begeven, klanten waar ik gehoopt had een beetje charmante eerste indruk te kunnen maken, maar dat kan ik nu natuurlijk wel schudden met mijn nieuwe rodent-look. Gekke bekken naar kleine kindjes trekken moet nu niet zo'n groot probleem zijn, hopelijk hollen ze niet gillend weg.
Nee, dit was puur een kwestie van therapeutisch schrijven. Gedeelde smart is halve smart, u weet het vast.
En ik dank u allen voor het luisterend oog.

Herma.