28.11.11

Op je plaat gaan

Waarom is het toch zo ongelooflijk genant om in het openbaar ten val te komen?
Is het omdat alle 'guards' even 'down' gaan? Zo loop je, zelfverzekerd ogend en al, op je nieuwe laarzen door een winkelstraat en het volgende moment lig je tegen de vlakte, hulpeloos en in wonderlijke positie op voetenniveau.
Al tijdens het vallen bedenk je je hoe snel je dadelijk weer op gaat staan, kan niet verrekken hoe zo'n pijn je knie ook doet. Zo gauw mogelijk terug naar je zorgvuldig opgekweekte imago van mijgebeurtniksheid.
Het kan zijn dat ik, toen ik gisteren dus ten val kwam op het spiegelgladde travertin van ons plaatselijke shopwalhalla, een dusdanig arrogante bek trok van niksaandehandjonges, gewoon doorlopen allemaal, ik wilde hier gewoon even dit interessante fossiel in het natuursteen wat dichterbij bekijken, dat men daadwerkelijk dacht dat het bij de show hoorde, maar het viel me op dat niemand, maar dan ook echt niemand naar me toe kwam om te helpen, of te vragen of het wel ging.
Mensen die ik aankeek, keken zelfs weg. Maar een relativerende opmerking, waarmee ik mijzelf weer mee in de plooi had kunnen kneden, had toch echt een aangever nodig. En ik was in mijn eentje.
In plaats daarvan werd ik een paar meter verder wat streng toegesproken door een wat oudere man: "Dat moet je niet meer doen, hoor!"
Nee, vertel mij wat.
Maar dat ik eigenlijk helemaal geen goede alles relativerende opmerkingen meer op voorraad had, waarschijnlijk uit mijn  hoofd geschud tijdens het vallen, net als de rest van de boodschappen waar ik niet mee thuis kwam, bleek uit mijn lollig bedoelde, maar in werkelijkheid belachelijk misplaatste antwoord: "Nee, u heeft gelijk. Ik kan ook beter niet meer 's ochtends al beginnen met drinken."
Waarmee ik voor de tweede keer op mijn plaat ging. Figuurlijk dan.



25.11.11

Het kind met de rugzak

Nona pakt haar fiets en fietst over het schoolplein. Zij mag dit, want lopen met de fiets aan de hand lukt haar niet. En om van school weg te komen moeten we eerst een plein over. Bij het hek staat een jongetje uit de onderbouw. Hij negeert Nona en stelt zijn nieuwsgierige vraagje rechtstreeks aan mij: fietst  Nona nog op een driewieler? Ik negeer het kind en loop door. Fietst Nona nog steeds op een driewieler? houdt het jongetje vol. Ik zie Nona voor me hard wegfietsen. Ze probeert zo snel mogelijk van het plein en de brutale vragensteller af te komen. Ze wil niet dat ik ga uitleggen waarom zij een fiets met drie wielen heeft, dus ik blijf zwijgen. "Ik heb al zóóó lang een grote fiets!", zegt het jong triomfantelijk. Ja. Jij wel, mompel ik.
Ook al is het een kind, waarvan je dit soort dingen misschien kunt verwachten, het joch irriteert me mateloos. En het maakt me boos, want ik zie het verwoestende effect van zijn woorden.
Verdrietig fietst ze even later naast me. Dat stomme jongetje ook! huilt ze. Had ik dit maar niet! Waarom ben ik niet gewoon, zoals de andere kinderen!
Ik hoor mijzelf weer hetzelfde riedeltje afsteken. Dat ik begrijp dat het haar verdriet doet. En dat dat mij weer verdriet doet. Maar dat ze nu eenmaal niet kan veranderen wie ze is. Dat ze goed is zoals ze is. Ik noem haar sterke punten. En dat er bovendien met heel veel mensen wel iets is. Maar dat je het lang niet altijd zo goed aan de buitenkant kunt zien, zoals bij haar. Ik noem het jongetje met maar 10% gezichtsvermogen. Ik noem het kind met de ernstige voedselallergie,  het meisje met de hartkwaal. Maar ik schiet tekort.
Dus dan zeg ik dat ik het ook een stom joch vond en dat we hem gewoon de bosjes in hadden moeten douwen.
Het is een trucje om haar aan het lachen te maken en het werkt, we zitten te schateren op de fiets.

We worden gepasseerd door een stel moeders met twee dochters in hun kielzog. De meiden, misschien een jaartje ouder dan Nona, hebben allebei fonkelnieuwe fietsen, de een roze en de andere wit. Bij het voorbij fietsen zie ik hun blikken. Ik zou natuurlijk de andere kant op kunnen kijken. Ik zet me schrap voor wat er misschien nu weer gaat komen.
Maar ze kijken alleen, naar Nona en naar Nona's fiets. In een of twee seconden hebben ze hun oordeel geveld. Ze kijken elkaar samenzweerderig aan en beginnen te giechelen. Daarna fietsen ze hard verder. Ik kijk ook naar Nona. Net was ze nog moe van school en ging het fietsen maar moeizaam. Nu zit ze weer rechtop. Ze zet de fietsversnelling een tandje hoger en zet de sokken erin. Vastberaden koppie. Ik kan dit al heel goed he, mam? vraagt ze. Ja, je kan dit heel goed, No. Echt super.
Aan haar zal het niet liggen.




Nona is zes weken te vroeg geboren. Ondanks een goede start, kwam enkele dagen na haar geboorte aan het licht dat ze een hersenbloeding had gehad, iets dat te maken heeft met het nog niet volledig ondoorlaatbaar zijn van de bloedvaten in de hersenen van onvolgroeide baby's. Nona heeft sindsdien cerebrale parese; letterlijk vertaald: hersenverlamming. Het betekent dat een deel van de hersenen niet of anders functioneert als gevolg van een beschadiging. De hele rechterhelft van haar lichaam is daardoor trager en heeft een lagere spierspanning dan de linkerkant. Ook mist ze een kwart 'zicht', quadronopsie geheten.  Dingen die zich rechtsonder in haar blikveld bevinden, kan ze niet zien. Nona gaat naar het regulier onderwijs met een 'rugzakje' en een geweldig team van ambulante hulp en betrokken leerkrachten om haar te ondersteunen. Ze gaat met veel plezier naar school. 
Ook al is niet elke dag even gemakkelijk.

22.11.11

Daar gaat mijn tussen kunst en kitsch momentje

Ik werd een beetje naar op de maag, -ik beken het eerlijk- toen het nieuws mij ter ore kwam.
"25 houtsnedes van Escher aangetroffen in Kringloop" zo luidde het bericht. Maar dat was nog niet het ergste: de Kringloop in kwestie bleek mijn eigenste Kringloopwinkel. Die in Nieuwegein!
Snottevergeme, hoe heeft mij dit nou kunnen overkomen? Hoe kan ik die nou niet gevonden hebben! Ik hoor zo'n beetje bij de inventaris van de Kringloop! Jaren van mijn leven investeer ik in het naspeuren van Kringloopwinkels in de regio teneinde dat juweel tussen de tweedehands ladyshaves en infectueuze broodplankjes te vinden dat mij in staat zal stellen stil te gaan leven op het platteland met gevulde paardestallen en een indoorprivezwembad in het soutterain. En Dan Mis Ik Dit!
Toen ik het berichtje nog eens doornam, kalmeerde ik een beetje. De houtsnedes bleken te zijn ontdekt door een medewerker van de winkel. Die hadden dus de schappen geneens gehaald. Gelukkig maar, want ik begon al ernstig aan mezelf te twijfelen. Hoe dan ook, morgen maar weer eens langs. Bril mee. En ik denk dat ik maar eens een gesprekje ga aanknopen met die medewerksters.

(misselijkmakend) artikel hier


21.11.11

Zo moeder, zo dochter


Welkom en maak kennis met Nona's favoriete 'uit je dak' plaat:

Thuis hebben wij Led Zeppelin wel in de kast staan, maar we draaien het niet dagelijks. Nee, Nona kent dit nummer omdat het wordt gebruikt in een scene in Shrek drie, waarin Sneeuwitje van een falderierende troel klapselings verandert in een dame met pit die het hele bos opstookt om een horde wandelende bomen en ander snoods te verslaan. (wie de film niet kent moet deze zin maar even langs zich heen laten glijden) En dát vindt zij dus echt helemaal retecool. Ze kent de scene uit haar hoofd en speelt hem altijd mee. En ze vindt het bovendien lekkere muziek om af te reageren 'als je boos ben' (sic). Of je kamer moet opruimen.
Nouja, ze heeft het niet van een vreemde. We houden hier allemaal wel van een gitaartje of twee. Ik zal het maar eerlijk opbiechten, dit:

was mijn favoriete liedje toen ik net zo oud was als zij.
En ja, haar smaak is beter ;)


17.11.11

Schitterend

U denkt vast allemaal dat ik van de rand van de aarde ben gevallen. Misschien denkt u niks. Maar het is u vast opgevallen dat ik hier een hele tijd niet ben geweest. Dat wil zeggen, ik was hier wel, maar ik dééd hier niets. Dat wil zeggen, ik deed hier wel wat, maar dat gooide ik naderhand allemaal weer weg.
Ach.
Ik zal u er niet langer mee vermoeien. 'T is herfst. Dat zal 't zijn. En dan is het soms zo verhipte koud. En donker, grijs en druilerig, zoals vandaag en gisteren. Oninspirerend. Ik weet dat je niet moet wachten op inspiratie. Je moet gewoon beginnen. Daarom begon ik gisteren geheel tegen mijn persoonlijke overtuiging in -eerst Sint, dan pas kerst- alvast met het inkopen van een paar lieve kerstballen. Ik vond een paar ouwetjes, die ik echt niet kon laten liggen. Ze reflecteren het licht zo mooi. Dat ligt daar maar te schitteren en te pronken en dat helpt. Veel licht en schitterende dingen. Nona koos er ook twee. En die inspireerden mij toch. En ik bedacht dat onze volgende queeste ons maar moet leiden naar een mooie glitterbol.
Het lijkt er dus op dat het weer de goede kant op gaat. Er is weer inspiratie, licht, schitterends en een nieuwe missie. Moeten we het tot januari wel mee kunnen uitzingen. Me dunkt.