9.10.10

Briesen

Tja, wat zal ik er eens van zeggen...
Van mij hoeft het allemaal niet zo.
Maarja, ik doe het voor de jongen. Misschien verslijt je me nu voor gek, maar daar doe ik het dus allemaal voor. Voor de jongen. Want het is een goeie jongen, hoor. Heeft altijd een vriendelijk woordje voor me, of een schouderklopje. Soms neemt ie wat lekkers mee. En dan smelt ik, hè. Vooral omdat hij het ook niet makkelijk heeft gehad. Want in het begin ging het helemaal niet zo goed.
We begonnen zoals de meesten dat doen. En hij had ambitie hoor, de jongen. Een drive! Maar soms is dat niet genoeg. En dat wist hij zelf ook. Dan werd 'ie narrig en soms een beetje gemeen. Ik begreep dat wel. Daar niet van. Maar leuk is anders, dat snap je zelf ook wel. Op een dag had ik er een beetje genoeg van. En dat wilde ik wel even laten weten. Dus toen hij op wilde stappen, deed ik gauw een sprongetje opzij. Zodat hij viel. Dat was een beetje vals van mij maar eerlijk is eerlijk, als ik dat toen niet gedaan had, was de jongen niet geweest waar 'ie nu is. Sterker nog; ik weet heel zeker dat het plannetje toen geboren is. Want hij viel heel lollig. Hij maakte er nog een soort koprol bij. Ik vond dat een beetje aanstellerig, maar er stonden wat mensen te kijken en die vonden het heel leuk. Er gebeurde verder niks, hoor. Ik kreeg geen straf want het is, zoals ik al zei, een goeie jongen. Hij stapte weer op en we gingen verder zoals altijd. Maar er was iets veranderd. Hij zat ergens op te broeden, dat voelde ik duidelijk.
De volgende dag kwam hij bij me en kondigde zijn nieuwe plan aan. "Vanaf nu gaan we het helemaal anders doen" zei hij. Ik zag zijn ogen schitteren. Hij had allemaal wonderlijke witte spullen bij zich die ik nog nooit eerder gezien had. Ik werd er een beetje nerveus van, maar hij bezwoer me dat ik me geen zorgen hoefde te maken. "Gewoon goed luisteren en doen wat ik zeg, dan komt het allemaal goed". Hij leek heel zeker van zijn zaak , dus wandelde ik braaf met hem mee. "Ga jij daar dan lopen", zei hij. "Loop maar in een rondje om meisje heen." Maar toen ik het rondje inging, zag ik hem ineens vanuit mijn ooghoeken een aanloopje nemen, en hij springt zó tegen me aan. Goeie hemel, ik ben nog nooit zo geschrokken. "Man! Wat mankeert jou!" Ging ik tegen hem tekeer. "Doe dat nooit, nooit meer! Wil je dat er ongelukken van komen?" "Kom op", fleemde hij. "Heb nou een beetje vertrouwen in me. Ga jij nou gewoon dat rondje rennen en laat mij mijn ding doen. Wat er ook gebeurt, gewoon doorlopen. Doe je het? Voor mij?" En omdat ik voor het eerst sinds tijden weer eens zag dat hij ergens plezier in had, gaf ik toe. Ik rende maar rondjes terwijl hij bleef proberen om na een aanloopje op mijn rug te belanden. En telkens ging het mis. Een enigszins beschamende vertoning was het wel, moet ik zeggen. Maar, aan het eind van de middag zat 'ie ineens, na een ferme sprong, op mijn rug. Iedereen die had staan kijken begon te juichen, en ik inwendig nog wel het hardst, want mijn ribben begonnen al aardig beurs te voelen als gevolg van alle mislukte pogingen.
Ik dacht dat het voor de jongen een middag spelen was, om even af te reageren van al het vruchteloze trainen van de maanden ervoor. Maar toen hij de volgende dag weer stralend aan mijn deur verscheen met dat wonderlijke witte tuig op zijn arm, wist ik dat het menens was. Zuchtend liet ik me met hem meevoeren. Ik holde opnieuw braaf mijn rondjes terwijl de jongen weer een aanloopje nam. Dit keer was het meteen raak. "Whoei! Het gaat steeds beter!" Joelde hij.
In de weken die volgden nam de jongen mij dagelijks mee om zijn kunstje te oefenen. En hij begon er rare dingetjes bij te verzinnen. Dan voelde ik hem een beetje rommelen en dan zat hij ineens achterstevoren. Of hij ging staan, gewoon op mijn rug. Op een dag kon hij zelfs een handstand! Hij viel nog wel eens, maar steeds minder vaak. Natuurlijk probeerde ik zo voorzichtig mogelijk te lopen. Vaak is het doodeng wat ie probeert uit te halen. Ik denk dat de jongen geen idee heeft dat mijn hart me af en toe zo'n beetje in de keel zit als ik merk welke capriolen hij nu weer van plan is.
Hoe dan ook, het lijkt alsof de jongen zijn draai heeft gevonden. Hij is echt goed geworden en schrijft ons regelmatig in voor wedstrijden. Dan komt ie 's ochtends bij me en dan lacht ie me keihard uit als ik me weer eens half dood schrik van de kleuren van zijn nieuwe showtenue. Maar daarna volg ik hem braaf. Want het is toch best een lieverd. Ik loop mijn rondjes zo voorzichtig mogelijk en laat hem zijn kunstje doen. Soms wint ie dan een prijs. En dan is hij apetrots. Het is leuk hoor, voor de jongen. Maar voor mij... nee, voor mij hoeft het allemaal niet zo nodig.

7.10.10

After school special

Men neme: twaalf zelfgebakken muffins, een zakje kant en klaar chocoladeglazuur, een flesje gekleurde taartversierdingetjes en, optioneel, een kind van het soort dat graag snoept.



En dan is al gauw dit het resultaat.
(Jahaa, van zoveel chocoliefde krijg je vanzelf zo'n knoert van een 'tache de chocolat'. Eat your heart out, Cindy C.)



De choco-stalagmieten zijn ook eetbaar!








En kies er een leuk servetje bij uit. Je zult ze nodig hebben!


6.10.10

Herfstig

In ons eerste jaar in Nieuwegein, het is al weer bijna tien jaar geleden, woonden Stefan en ik een concert bij van Toots Thielemans.
Het was briljant, die krasse oude artiest die daar de sterren van de hemel stond te blazen, tussendoor onverstaanbare grapjes maakte en ons allemaal inpakte met zijn ontwapenende charme. Toots zou het jaar erop zijn tachtigste verjaardag vieren, en we waren allemaal uitgenodigd. Wij waren blij dat we in ieder geval die avond nog live hadden mogen meemaken, maar we hadden geen haast hoeven hebben want hij treedt nog altijd op, en nog altijd even briljant.
Zijn muziek past bovendien perfect bij de herfst en dat onbestemde, melancholische gevoel dat bij dat seizoen kan horen. Zoals hij zelf zegt: "I feel best in that little space between a smile and a tear".
Daarom; dompel je onder in het herfstige 'Theme from Midnight Cowboy:

1.10.10

"Schuldgevoel. Krijg je nooit weg..."

Ergens in april van dit jaar had ik ruzie, ja echt, met Nona.
En wat ik bijna nooit doe, deed ik toen wel; ik zette haar op de gang om af te koelen. Maarja, niet iedere ruzie leent zich voor een dergelijke aanpak, en niet ieder kind laat zich zomaar uit de aandacht naar de gang afserveren. Zo ook Nona niet. Luid protesterend stond ze achter de deur. Toen ze merkte dat ik niet meer reageerde, zal ze gedacht hebben dat het kwam omdat ik de deur had dichtgedaan. En dus deed ze die maar weer open. Toen ik haar vroeg om de deur weer dicht te doen, deed ze dat niet, want Nona is een gezond en zeer normaal kind, en die doen zulks niet altijd braaf, zeker niet als er een relletje te onderhouden valt.
Ik deed dus, zonder omhaal, zélf de deur maar even weer dicht.
Meteen steeg er een vreselijke kreet op vanuit de gang.
En toen bleek dat...

dramatische pauze

...haar duim nog tussen de deur zat. Aan de scharnierkant.

nieuwe pauze voor alle moeders/vaders onder ons die nu even adem moeten happen

Ja. Dat was erg.
Een drama, rustig gezegd. Een bloed gutsend kind, een verwilderde rit naar de spoedeisende hulp, een formulier 'signalering kindermishandeling', vijf bezoekjes aan de plastisch chirurg vanwege een later ontstaan stukje wild vlees dat het herstel nogal vertraagde en pijn. Heel erg veel pijn. En voor mij een schuldgevoel the size of Texas. Uiteraard.

Wie ook nogal last heeft van schuldgevoelens is de heer Van Mourik. Die vertelde gisteren in het onvolprezen programma 'Man Bijt Hond' openhartig over het verlies van zijn vriend Leen.
Toen liepen er weer tranen over mijn wangen.
Kijk mee of het jou net zo "aangrijpt", vanaf ongeveer 5 minuut 30.

Get Microsoft Silverlight
Of bekijk de flash versie.

29.9.10

Schrijven

Nona zit in groep drie, en voor zover ik kan beoordelen vindt ze het er heel leuk. Het is een spannend nieuw jaar, waarin vele nieuwe vaardigheden geleerd worden. En dus zit ze 's avonds na het eten zélf uit haar leesboek voor te lezen, rekenen we ons een slag in de rondte en schrijven we zoals de spreekwoordelijke gekken en dwazen op onze schoolbord-deuren, maar niet op glazen.
En daar lezen we dan trots:

Pil (in roze)








en:

Pan,








en:

Wak,








en ook:


Inderdaad; Kát!

27.9.10

Shakin' all over

Quivers down the backbone, a shake in the kneebone, shakin' all over.

Eilen Jewell zal er iets anders mee bedoelen, maar voor mij geldt het voor afgelopen nacht, want: wat had ik het koud!
Voor jullie een fijn lied om de sombere dag mee op te warmen, dan ga ik ondertussen het het zomerdekbed maar eens voor het herfstexemplaar omruilen...

24.9.10

lijstje

Je moet een lijstje maken van dingen die je nog doen moet, dan kun je afstrepen, zei laatst iemand tegen mij.
Inderdaad. Een lijstje maken. Zover was ik zelf ook al gekomen.
Alleen dat afstrepen, hè?
Op een gegeven moment heb ik het lijstje maar weer weggeveegd. Want toen waren er weer nieuwere, dringender dingen die niet mochten worden vergeten, en het lijstje is maar twee deuren met schoolbordverf groot.
Ik werk thuis, dus dan denken mensen wel eens dat je de hele dag tijd zat hebt om van allerlei dingen tussendoor te doen. In werkelijkheid vind ik het nogal hollen tussen werk, Nona van school halen, naschoolse afspraken, boodschappen, afspraken met dokters links en rechts, afspraken op school met juf, met de ambulant begeleider, met het gemeentehuis vanwege verlopen id-kaart, achterstallig schilderwerk en ook nog wat huishouden, wat in de praktijk vaak neerkomt op met een klam lapje het huis door en verder een beetje door de wimpers kijken.
En dan kom ik soms aan bepaalde dingen niet toe. Of ik vergeet eens wat.
Maar dat zal dan wel aan mij liggen, hoor.
Begrijp me goed, ik vind het helemaal niet vervelend om al die dingen te doen, maar soms, heeel soms krijgt een mens wel eens de indruk dat er andere mensen zijn, die denken dat hun, kuch..., een thuiswerkmoeder zich maar een beetje door de dagen heen zwijnt. Terwijl ik bijna zeker ben dat je een rustiger, of in ieder geval overzichtelijker leven leidt met een fulltime baan buitenshuis.
There. I said it.
En toch, ik zou niet willen ruilen!
Voor geen goud!
Want dan had ik bijvoorbeeld deze live aflevering van 'de Snorkels':












moeten missen!

(Nona kreeg een EEG afgelopen donderdag. Spannend joh!)

15.9.10

The life & times of Japie

Japie is achttien jaar oud en dat is een respectabele leeftijd voor een poes. Japie's officiele naam luidt Jaap de Vries, en ik ken niemand wiens naam beter bij zijn persoon past.
Japie kwam, op mijn eenentwintigste verjaardag, bij mij wonen op mijn kamertje in het pakhuis aan de Lage der A in Groningen nadat een slinkse boer zijn kans rook toen hij mijn vriendin aan zag komen met haar blonde krullen, ronde ogen en een hart waar alle dieren op de wereld in passen. Voor mijn verjaardag had zij mij namelijk een enkele poes beloofd. Ik dacht daarbij aan een lieflijk, beschaafd stadspoezenmeisje in een decoratief kleurtje, maar in plaats daarvan kwam zij aanzetten met twee rood met witte boerderijkaters. De ene was een uiterst charismatisch en stoer bakbeest die we Gerard noemden en de andere was Japie, die toen nog heel klein en heel bang en ongelooflijk zielig was. "Twee?" riep ik vertwijfeld uit toen ik het gezelschap zag arriveren. "Jamaar", sputterde vriendin, "De boer ging die kleine verzuipen als wij hem niet meenamen!" Ze zette de mand op de grond en deed het deurtje open. Gerard kwam eruit geschreden, monsterde de kamer en ging vervolgens tevreden op de vloerbedekking liggen rollen. Dat zat wel snor. Japie echter sloop op zijn buikje de mand uit, zette het vervolgens op een verwilderd rennen en koos toen het verste plekje achter mijn koelkast uit als schuilplek, een veilige haven waar hij nog lang naartoe terugkeerde als er iets gebeurde dat hem angst aanjoeg. En er was veel dat hem angst aanjoeg. Het heeft lang geduurd voor Japie een beetje vertrouwen kreeg in de wereld om hem heen. Gelukkig had hij Gerard, de stoerste aller poezen als zijn lichtend voorbeeld en die volgde hij dan ook als een schaduw. Niet lang daarna breidde de familie verder uit, want ik ontmoette Stefan, die al na de tweede ontmoeting niet meer van mijn bank af te krijgen was en al gauw kreeg ik het benauwd met al die individuen op elkaar gepakt in dat kleine hokje twee hoog aan de gracht.
Ik kocht een huis. Met een tuin. In een wijk.
Stefan trok erbij in en nam zijn twee poezen mee. Gerard vond het best, maar Japie ervoer de komst van de twee indringers als een van de meest grove schendingen van zijn poezenrechten. Hij doorliep dit proces dan ook zoals ook mensen dat doen na een ingrijpende en schokkende gebeurtenis in hun leven; in de beroemde fasen volgens Kübler-Ross.
Vele pogingen heeft hij ondernomen om de twee arme katten de tent uit te vechten. Totdat hij doorhad dat zijn verzet zinloos was en de gasten permanent hadden ingecheckt.
Het leven ging door en de poezenfamilie dunde uit. De lieve zwarte kater van Stefan stierf op de allerzieligste manier denkbaar: na zijn penisverwijderings-operatie. Ja, het bestaat. En volgens de dierenarts die we destijds consulteerden kon het echt niet anders. Of de kater uiteindelijk aan zijn aandoening is gestorven of aan een gebroken ziel weet ik niet, maar een lijdensweg was het zeker. Japie zat er niet mee. Hij was blij met de achtertuin en had het veels te druk met het wegjagen van de buurtkatten. Regelmatig moest ik de tuin instormen om een krijsende, rondtollende kattenkluwen uit elkaar te halen, maar vaak kwam ik te laat en had hij alweer plukken haar in zijn bek en tussen zijn nageltjes, gescheurde oren en pijnlijk uitziende, bloedende krassen op zijn neus. Het waren mooie tijden voor de plaatselijke dierenartspraktijk.
Het bericht van de verhuizing naar Nieuwegein werd door de katten niet met gejuich ontvangen. Ze wisten dat ze geen keus hadden, maar hielden het desondanks in hun drie mandjes op de achterbank twee uur lang vol om hun bezwaren kenbaar te maken. We moesten de raampjes van de auto openzetten vanwege hun whiskasadempjes. Japie was een zenuwinzinking nabij.
Na een tijd konden we de poezen weer een fijne tuin geven, maar Gerard was niet fit. Na onderzoek bleek dat hij een ernstige nieraandoening had en dat hij niet meer beter zou worden. Een slag voor ons, maar zeker voor Japie. Hij was zijn pater familias kwijt. Met wie moest hij nu optrekken? Tegen wie kon hij nu aan gaan liggen? Een ding was zeker: hij had een nieuw voorbeeld nodig. er zat niks anders op dan het maar aan te leggen met zijn aartsvijandin: Stefans zwart-witte damespoes, de weduwe van de lieve zwarte kater. Uiteraard ging dit niet zonder slag of stoot. De damespoes was na ruim tien jaar ruzie en gedoe echt niet van plan om zomaar vriendschap te sluiten met haar plaaggeest. Bovendien was zij een nogal individueel ingesteld type, die er totaal niet op zat te wachten zich nogmaals te binden. Zeker niet aan zo'n afhankelijk figuur als onze Jaap. Maar zij had buiten zijn aanhoudend karakter gerekend en kon uiteindelijk niks anders doen dan toegeven. Zo ontstond de meest onwaarschijnlijke vriendschap ooit, de innige vriendschap tussen eens gezworen vijanden. Of misschien dat de damespoes last had van het Stockholmsyndroom. De vriendschap hield echter stand en werd inniger en duurde tot we ook het leven van de damespoes, die plots aan een agressieve vorm van kanker bleek te lijden, moesten laten beeindigen.
En toen was Japie alleen. Het was de eerste keer dat ik een kat heb zien rouwen. Maandenlang is hij van slag geweest.
Maar ook aan deze situatie is hij gewend geraakt. Hij heeft beslag laten leggen op Nona's schoot, en begint de rust om hem heen steeds meer te waarderen. Hij is oud geworden en staat het grootste gedeelte van de dag op de "spaarstand". Slapend in het enige reepje zonlicht in de tuin of op het vloerkleed. De laatste tijd op de derde of vierde trede van de trap, waar hij dan steevast een aantal keer vanwege zijn schokkerige dromen vanaf kukelt. Rommeldebom-bónk, hoor ik dan. En dan een paar getergde miauwen waarna hij de trap weer opklimt en het hele ritueel weer van voren af aan begint.
De afgelopen weken was Jaap ziek. Hij at niks. Hij dronk bijna niks. Hij hing gedwee op mijn arm als ik hem optilde. Tegen de honden van mijn schoonzusje zette hij zijn haren niet eens meer omhoog, zelfs niet toen een van de twee hem op zijn schuilplek kwam storen. En, en toen begon ik me echt zorgen te maken, hij liet zelfs een schoteltje tonijn onaangeroerd. Voorzichtig bracht ik Nona op de hoogte van zijn toestand en bereidde haar vast voor: "Het kan zijn dat Japie hier niet meer bovenop komt, No." "Gaat 'ie dan dood?" Vroeg ze bezorgd. "Ja, dan gaat 'ie dood" antwoordde ik, want ik vind dat je om dat soort dingen niet al te veel heen moet draaien.
Maar toen. Op een avond kwam hij naast me staan tijdens het koken en miauwde. Hard. Niet zo klaaglijk als dat ik hem de dagen ervoor had horen doen. Nee, dit was zijn 'ik-heb-honger' lied. Ik gaf hem een half blikje voer van een merk dat hij voorheen consequent liet staan en hij viel erop aan. Daarna draaide hij zich om en miauwde weer luid. De rest van het blik ging erachter aan.
Ik zag hem wat drinken en ik zag hem zienderogen opknappen. "Het lijkt erop dat hij er weer bovenop is", zei ik tegen Stefan en Nona.
Maar het gaat niet echt goed met hem, dat zie ik ook wel.
Hij is een hoop kracht verloren; gisteren wilde hij op schoot springen, maar kwam niet verder dan halverwege en bleef hulpeloos hangen aan mijn been. Af en toe zie ik zijn achterlijf zwabberen alsof hij een borrel teveel heeft gedronken. Hij struikelt steeds over de deurmat.
Nona vroeg, hoopvol: "Gaat 'ie dan niet dood?"
"Nee. Vandaag niet, lieverd." Zei ik.
Vandaag nog niet.

8.9.10

Lachen

Als rechtgeaard moeder vind ik uiteraard mijn eigen kind de leukste, liefste, knapste, ontroerendste, noem maar op. In de dagelijkse praktijk echter vind ik opvoeden soms best lastig en zit ik heus niet heel de dag op een roze wolk te zwijmelen. En dat is natuurlijk maar goed ook. Enige realiteitszin moet je natuurlijk wel bewaren. Maar er is oprecht geen ander kind met wie ik zó de slappe lach kan hebben als met haar. Nona blijkt gewoon precies hetzelfde gevoel voor humor te hebben als ik. Zo ging ik gisteravond na het voorlezen nog even knus bij haar op bed zitten. Ik stopte haar lekker in en knuffelde haar eens flink. Vervolgens lagen we zo nog een poosje te kletsen over koetjes en kalfjes. Na een tijdje zwegen we en omdat ze er zo genoeglijk uitzag onder de dekens, vroeg ik: "Lig je lekker, moppie?" "Eehm... nee. Eigenlijk niet" antwoordde ze een beetje korzelig.
Verbaasd over dit antwoord zei ik: "Huh? Nee? Hoezo niet?"
"Nou, eehm..." begon ze. "Je ligt eigenlijk al de hele tijd op mijn voet..." Waarop ik onmiddellijk opsprong en we beiden in lachen uitbarstten. "Hahahahaha, vóelde je dat dan niet" brulde ze, en ook daar moesten we keihard om lachen.
Nou realiseer ik mij dat het altijd moeilijk is om anderen een we-hebben-toch-zo-gelachen verhaal te vertellen.
De aanhoorder krijgt vaak al dra een 'jehaderbijmoetenzijn'-erlebnis.
En daarom doe ik er, ter illustratie en opluistering, onderstaand filmpje bij. Door mij geschoten op een mooie vrijdagochtend in het bos bij de Bilt in het vroege voorjaar van 2008.
Je ziet schapen, maar je hoort mijn vriendin I., Nona en mij.
En geláchen dat we hebben!


6.9.10

Keuken badkamer toilet

Oke, omdat ik mij vandaag een vrij dagje heb veroorloofd wegens een pittig hoofdpijngevalletje, vond ik dat ik toch iets nuttigs moest doen met mijn tijd en eens aan wat achterstallig onderhoud moest gaan doen. Allereerst dus, voor degenen die het nu nog altijd niet live gezien hebben een viertal interieurfoto's van ons verbouwde stulpje:






Waarom heb ik zo lang getreuzeld met het online gooien van deze foto's? Nou, een aantal redenen. Nummer een: Ik vond het verbouwen echt niet leuk en het inspireerde me dan ook he-le-maal niet tot het schrijven van aardige blogs of het nemen van aardige foto's. Nummer twee is dat ik altijd wat rigide ideeen heb over hoe een en ander zou moeten, en ik vond dat je bij een goede "na"-foto eigenlijk ook een gruwelijke "voor"-foto zou moeten hebben. Maar die had ik dus niet. En zomaar een beetje rondstrooien met wat foto's van na de verbouwing, wat zegt jullie dat nou? Dan koop je wel een woontijdschrift ofzo.
(Nou niet teveel eigendunk krijgen, Herma!)
En, nummer drie: Ik kreeg plots wat last van gene. Wil ik eigenlijk wel mijn eigen plee publiceren op internet? Deze vraag bezorgde mij een dagenlange en vrij zinloze innerlijke discussie met mezelf. Het resultaat van al dit getob is dus deze kleine fotoserie met zo neutraal mogelijke hapjes verbouwd huis. Leuk is het geworden, he?
(Ja, ik weet het: jullie weten niet hoe het eruit zag voor de verbouwing. Maar geloof mij maar: het is leuk geworden!)

2.9.10

Zeven

Eindelijk....
JARIG!


20.8.10

Life ain't pretty for a dog faced boy

De muziek van Eels beschouw ik een beetje als de soundtrack van mijn leven van de afgelopen, zeg, vijftien jaar. Ik kan er altijd naar luisteren, het past overal bij. En dat geldt wat mij betreft lang niet voor alle muziek. Gisteravond speelden ze in Tivoli, Utrecht en zijn we weer eens wezen kijken. Man, wat was dat weer mooi. Bijna, bíjna begon ik te janken bij het eerste nummer, maar gelukkig werd ik teveel afgeleid door het geklapper van mijn broekspijpen om al te zeer op te gaan in mijn sentimenten. Want wat speelden ze geweldig, en wat brachten die liedjes een hoop herinneringen terug, maar jemig, wat rockten ze weer hárd! En het stomme is dat ik dat aan de ene kant heel lekker vind, maar me aan de andere kant ook altijd zorgen maak of de bouwkundige staat van het pand waar het concert zich afspeelt in dusdanige staat is, dat het de bastrillingen met vast en zeker een cijfer op de schaal van Richter aankan. (Bijvoorbeeld die keer dat ze in het amsterdams concertgebouw speelden tijdens het Crossing Border festival. Ik dacht: "Morgen staan we in de krant; "Band legt monumentale concertzaal in puin, honderden gewonden.")
Nu, een dag later denk ik dat ik me beter zorgen had kunnen maken over of mijn eigen bouwkundige staat wel dusdanig was om mij zonder oordoppen vooraan in de zaal te begeven, vlakbij de twee manshoge boxen die aan weerszijden van het podium opgesteld stonden. Die piep in mijn oren zal toch wel weer overgaan?
Voor jullie hieronder een oorvriendelijke (want voorzien van volumeknop) versie van 3Speed.
(Dat je kunt vinden op het album electro-shock blues, een must-have cd voor iedereen met voorkomende zwelgneigingen en die zichzelf daarbij van een bijpassende achtergrond tune wil voorzien.)



red.
Als je na dit gezien te hebben nou denkt: nouja, dat viel toch wel mee, check dan dit maar eens out. Ook gisteravond en smullen, maar de doodsteek voor mijn rechteroor:

21.7.10

Summer time is no klus time



Het is zomer, dat valt niet te ontkennen. Buiten vallen de mussen van het dak terwijl binnen onze dochter probeert iets van haar vakantie te maken ondanks het feit dat al haar vriendinnetjes op vakantie zijn. Ondertussen proberen wij ons door de restklussen heen te werken die zijn overgebleven nadat de bouwvakkers definitief zijn vertrokken. Dat dit een wat ongelukkige combinatie is, hoef ik geen enkele ouder te vertellen. En bovendien, het werkt voor geen meter. Het is onmogelijk om je tijd te verdelen tussen spelen met je kind en, bijvoorbeeld, de keuken schilderen. 's Ochtends klussen en 's middags iets leuks doen? Tegen de tijd dat je alles hebt voorbereid en afgeplakt ben je alweer door je ochtend heen. Ik heb me er dus vanochtend maar gewoon bij neergelegd dat de verbouwing nu wel klaar is, maar het huis nog lang niet af en heb eerst heerlijk uitgeslapen, lekker lui en lang ontbeten en ben daarna met Nona naar de kringloopwinkel gereden om, nadat we al eerder een mooi huis voor haar hadden gevonden, nu ook nog een man voor Barbie te zoeken. "Kom op, laten we van Barbie een eerlijke vrouw maken" zei ik, dus we vertrokken. En het prachtige was: we vonden niet een, maar wel drie potentiele gegadigden! Ik had een sympathiek ogende afro-amerikaan voor Barbie op 't oog, maar Nona wees hem af; "hij heeft geen haar", en koos vervolgens voor een blote Action-man. Waar ik eerlijk gezegd wel blij mee was, want er was er nog een maar die had een smoezelig, gescheurd jungle-ensemble aan en droeg een holster of drie, leeg weliswaar, maar hij leek me op de keper beschouwd toch een veel te ruw type voor onze Barbie, die ook nog eens Sneeuwitje (één 'w'?) is. Je moet toch ook een beetje rekening houden met de eventuele jagerstrauma's waarmee zij misschien nog worstelt. Dat de gespierde bink van Nona's keuze over een keihard plastic kapsel beschikte en verder slechts over zijn adamskostuum, leek me dan ook typisch iets voor de bekende kniesoor.
Dus nu woont onze Barbie samen met Naked Action man. Ze hebben het hartstikke gezellig met zijn tweetjes en wonen in een nette wijk in onze voorkamer in een prachtig, opgeknapt huisje met alles erop en eraan.
Zíj wel...

.

17.6.10

Hoe het verder ging

Het plan van het zelf bestrijden van zwam in huis bleek onhaalbaar, volgens inderhaast opgegoogelde deskundigen. Sterker nog, als je in plaats van Kelderzwam (klik) ook nog eens de sporen van de Echte Huiszwam (klik) in je huis had gehaald, was bijkans het einde nabij. Wij waren voorheen gerustgesteld met de wetenschap dat de kelderzwam die bij ons in de kruipruimte woonde, wel op zijn schreden zou terugkeren na een chemische douche en de nodige maatregelen aangaande ventilatie. De Huiszwam echter, zo leerde een angstaanjagend rapport van Groningse onderzoekers mij, laat zich daardoor geenszins afschrikken. Nee, de Huiszwam heeft eigenlijk alleen een spoor en een vochtige basis nodig om te ontstaan, maar kan daarna ook zonder vocht rustig doorwoekeren, als het moet dwars door steen heen. Op deze manier is de Huiszwam in staat om ook aangrenzende panden te besmetten en daar zijn verwoestende tocht voort te zetten. Een door Huiszwam aangetaste draagbalk kan binnen een half jaar tijd 50% van zijn draagkracht verliezen, als de omstandigheden optimaal zijn. En de Huiszwam is niet zo’n kieskeurig type, dus de omstandigheden zijn al snel goed.

Wát”?! De schrik sloeg mij om het hart. Ik holde terug naar huis en keek nog eens kritisch naar onze elfenbankjes. Het zou toch niet...?

Ik rende weer terug naar de computer. De foto’s op internet leken eigenlijk niet helemaal op wat er in onze keuken groeide, maar wat er in onze keuken groeide was ook weer anders dan dan wat er in de kruipruimte groeide. Ondertussen sloeg de stress aardig toe. Ik voelde de spieren in mijn nek akelig aanspannen en ik kon mijn hart voelen bonken. Ik zag het al voor me: dadelijk zou die leuke verbouwing verworden tot een gigantisch renovatie-project. Als dit huiszwam was, wat moesten we dan doen? Zou het dan al door het hele huis zitten? “Kalm nou”, maande ik mezelf. “Laat het nou maar aan zwamhans over. Die weet tenminste wat het is en wat je eraan moet doen. Het is nu vrijdagavond, het heeft geen enkele zin om nu te stressen, maandagochtend bel je er gewoon meteen achteraan”. Maar het hielp niet. Tijdens het eten begonnen er lichtgevende vlekjes voor mijn ogen te dansen en binnen een uur lag ik met bonkend hoofd in bed te zuchten. Verrotte verbouwing ook! Waren we er goddomme maar nooit aan begonnen!

Maandagochtend.
Na een door doemgedachten vergald weekend hing ik al om half negen bij de zwamman aan de lijn. Ik vertelde hem over het vergeten plekje dat toch wel wat zorgwekkend leek en probeerde zo zakelijk en rielekst mogelijk over te komen. Zwamhans meldde dat hij eventueel op woensdag misschien nog wel even tijd had voor een inspectie. Wetende dat ik mezelf en mijn gezinsleden niet nog twee dagen stress kodn aandoen, dramde en ouwehoerde ik net zo lang tot hij toegaf nog diezelfde middag langs te komen. Uit ergernis weigerde hij mij een tijdsindicatie te geven.

Maandagmiddag.
Zwamhans belde: “Ik ben er over tien minuten”.
Een half uurtje later stonden we gezamenlijk in de bijkeuken, de man van de zwam, B. de Uitvoerder en ik. De Kenner heeft gesproken. Het is geen huiszwam, maar het zijn de vruchtlichamen van de kelderzwam. Hij hoefde het niet chemisch te behandelen, maar de draagbalk en de dakplaten moesten er wel uit en vervangen worden. B. kon slechts met grote moeite zijn ergernis verbergen en begon alvast gefrustreerd een gat in het gewraakte hout te hakken. Ik baalde ook wel, de loodgieter had net het dak gerepareerd, maar de opluchting over de identificatie van de zwam was groter.

Later die week bleek dat het aangetaste deel veel groter was dan eerst te zien was en dat er een groot stuk uit het dak zou moeten worden gezaagd en vervangen. De stemming daalde nog iets verder bij het horen van dat bericht, maar we houden ons vast aan de gedachte dat de smerige zwammen voorlopig het onderspit gaan delven. Herma tegen Zwam: 1 - 0.

8.6.10

Zwammen over zwam

"Tja..." peinsde B., onze niet onknappe uitvoerder. "Beetje....víezig" zei S., onze architect. We stonden in wat voorheen onze bijkeuken was met het hoofd in de nek naar een verdachte plek aan de plafondbalken te staren.
"Volgens mij is het zwam", zei ik. "Nèh. Volgens mij ziet zwam er heel anders uit". Zei B. "Jaaaah", beaamde S. "Dit is geen zwam hoor, dit lijken meer.... élfenbankjes...". We begonnen te lachen, ik vooral uit opluchting. "Nee, volgens mij hoef je hier niet echt iets aan te doen. Bovendien stopt zwam ook, als het hout niet meer vochtig is. Dus nu we de lekkage hebben verholpen, zal dit ook wel gewoon verdwijnen". Hmmm. Helemaal gerust was ik er toch niet op. "Als de zwamman komt, zal ik het hem ook nog vragen", opperde ik.
De zwamman, het mannetje van de zwam, zwamhans; al snel had het door ons aangetrokken bestrijdingsmannetje, zonder dat hij het wist, een heel arsenaal aan koosnamen.
Ja, het zwammannetje er nog eens naar laten kijken, dat leek iedereen wel een aardig idee.

Anderhalve week later parkeerde zwamhans zijn bolide met bestrijdingsaanhanger in onze voortuin, dook in het gat dat ooit onze vloer was, keek twee keer vorsend in de nu blootliggende kruipruimte en sprak zijn vonnis uit: "Plint eruit en stuc op de muur afbikken tot een meter hoog. I'll be back." Vervolgens stapte hij weer in zijn mobile en zoefde bijna geluidloos onze straat weer uit.
Whów. Dat zagen we even niet aankomen. Ergens in de verte hoorde ik een mij vaag bekend voorkomend geluid, dat na wat aandachtiger luisteren het gekerm van onze bankrekening bleek. "Nee, maar ja, maar goed", redeneerden we, "het kán niet anders. Willen we nog langer met Zwam samenwonen? Nee. Want die maakt een puinhoop van ons huis. Willen we dus van Zwam af? Ja! Het liefst vandaag nog. Dus, húp jongens, bikken maar!" Onze verbouwingsjongens wisten zich als echte mannen kloek over deze tegenvaller heen te zetten en stortten zich vol overgave op het ondankbare bikwerk dat hun wachtte.

Een week later, vrijdagavond. Ik loop rond met het vage, onaangename gevoel dat ik iets belangrijks vergeten ben. Na een poosje vruchteloos in de rondte te hebben lopen piekeren, schiet het me te binnen; het viezige plekje in de bijkeuken! Vergeten aan zwamhans te laten zien! Wat stom! Net nu hij helemaal klaar is en de jongens al weer bezig zijn met de opbouw het muurtje er vlak onder! Meteen overvallen mij de gruwelgedachten en de hartkloppingen die me altijd meteen overvallen als ik aan al de duistere geheimen in de vorm van stiekeme lekkages, woelmuizen, zwam en andere schimmels, rottende kozijnen, verkeerd aangelegde isolatie en daaruit voortkomende problemen en allerlei andere bouwkundige faux pas denk, die het huis wellicht nog voor ons verborgen houdt. Maar al te vaak -en dus ook nu weer- zie ik dan voor mijn geestesoog zeer levendige beelden van mezelf en mijn gezinsleden onder een berg puin. De krantenkoppen kun je erbij verzinnen. "Gezin in Nieuwegein bedolven onder de puinhopen van hun ingestorte woning. Oorzaak van de ramp is waarschijnlijk een uitzonderlijk ernstig geval van onopgemerkte zwam die jarenlang ongestoord heeft kunnen woekeren".
Maar dan moet ik weer denken aan de geruststellende woorden van B. en S. Ik probeer mezelf te sussen: "Misschien is het helemaal geen zwam. Dan vragen we zwamhans gewoon of hij ook nog even die elfenbankjes komt besproeien, plakken we daarna fijn de plafondplaatjes ertegen en geen haan die er meer naar kraait. "Wie weet", kom ik op een lumineuze gedachte, "kunnen we het zelf nog wel behandelen! Eens kijken wat google ervan zegt." Zeer tevreden over mezelf wandel ik met de laptop naar de schuur om mij daar eens grondig in de zwambestrijdingswiki te werpen.

To be continued...