28.1.10

Ons Panoramadak

Onze auto heeft een zogenaamd 'Panoramadak'. Dan zit er een raam waar bij normale auto's het dak zit. Daar hebben we ons, toen we de auto gingen uitzoeken, e-nórm op zitten verkneukelen. "Hij heeft een Pano-ráma-dak!" jubelden we tegen iedereen die het wilde horen en ook tegen degenen die er verder totaal geen boodschap aan hadden.
In het dagelijks leven vielen de voordelen van het hebben van Een Panoramadak echter nogal tegen. Op internet troffen we nog wel eens een welwillende Auto-Met-Panoramadak-Rijder die halstarrig bleef volhouden dat hij zoveel fitter was gebleven tijdens een lange autorit, wat volgens deze meneer geheel te danken was aan de optimale hoeveelheid licht die in de auto viel tijdens het rijden; allemaal vanwege Het Panoramadak. Wij deden Ons Panoramadak tijdens lange autoritten in de zomer eigenlijk nogal eens dicht, als de zon ons wat al te hinderlijk op de kruin bleef branden; de airco draaide overuren.
Een paar maanden na aanschaf moesten Stefan en ik aan elkaar toegeven: het heeft eigenlijk geen enkele toegevoegde waarde, zo'n Panoramadak. Het is geinig, maar meer ook niet. In de reclame zie je een stel beautiful people verheerlijkt naar de hemel zitten staren, maar zo is het in de praktijk dus niet, sorry. De waarheid is hard, mensen. En een botsing ook. Je kijkt dus tijdens het rijden in het algemeen gewoon vóór je. Naar de weg.
Achterin zittende kinderen hoeven dat natuurlijk helemaal niet te doen. (Tenzij de bestuurder een heel slechte chauffeur is en het een kind betreft met zeer groot verantwoordelijkheidsgevoel. Of een sterke overlevingsdrang.)
En het is dan ook met name voor deze categorie weggebruikers leuk om in een auto te zitten met Een Panoramadak. Want slechts dan heb je nog wel eens kans op zo'n interessante natuurbeleving zoals Nona die vandaag had. Door Het Panoramadak zag ze ineens iets wat ze anders gemist had:
"Whów, kijk daar! Een kudde vogels!"


27.1.10

Beetje jammer dat 'ie dood is.

Ik heb een beetje een vreemde tik; ik lees graag de "familieberichten" in de krant. Beter gezegd: de overlijdensadvertenties.
Waarom ik dat doe weet ik niet, maar ik moet er eerlijk bij zeggen; ik verdiep mij ook niet al te erg in het hoe en waarom van mijn morbide interesse. Ik heb wel een beetje een idee, natuurlijk. Het zal wel te maken hebben met een gevoel van opluchting: zij wel en ik gelukkig niet.
Ik lees de intieme berichtjes, hartekreten van mensen die ik niet ken, over mensen die ik net zo min ken. Soms pink ik er zelfs een traantje bij weg. Sommige mensen kunnen hun verdriet heel mooi verwoorden, of in een enkele zin hun dierbare overledene beschrijven op een manier die alles zegt.
Anderen hebben daar meer moeite mee.
Zo lees ik vandaag in een berichtje het volgende zinnetje:
"...werden we onaangenaam verrast door het overlijden van onze collega..."
Onaangenaam verrast?
Het zal ongetwijfeld niet de bedoeling zijn geweest, maar je hoort het ze zeggen, tijdens het weekoverleg op kantoor: "Snotver, issie dóód? Wat gaan we nou krijgen! Komt 'ie zeker ook niet meer zijn bureau leegmaken!"
Of deze:
"Dood ben je pas als ik je ben vergeten".
O, ik begrijp echt wel wat er voor liefs bedoeld wordt. Maar het klínkt gewoon een beetje controlfreakerig:  "Ja, je kunt nou wel denken dat je er vanaf bent, maar ik bepaal wanneer jij dood bent. Begrepen?"

Ik wil echt niet flauw doen over zo'n gevoelig onderwerp als dit, of mensen tegen mij in het harnas jagen. Ik snap ook wel dat niet iedereen even handig is met woorden. En dat je dan misschien wel heel blij bent met bijvoorbeeld zo'n kant en klaar tekstenboek van de begrafenisondernemer.
Maar persoonlijk heb ik liever dat, mocht ik ooit dood gaan, -het zal wel niet, maar je weet maar nooit-  men gewoon schrijft wat hij of zij denkt, in zijn of haar eigen woorden, hoe onhandig ook.
"Herma is dood. Jammer, hoor."


26.1.10

Hoofdpijn

Gisteravond:
Mijn schedel wordt geteisterd door een knallende koppijn en mijn maag kan maar niet beslissen wat er gebeuren moet: eten of omdraaien.
Een paracetamolletje nemen helpt niet veel meer. Twee ook niet. Het bonkt in mijn hoofd alsof een stel overijverige bouwvakkers met een heimachine de fundering beslist vandaag nog af moet krijgen.
Ik kon er niet van slapen. En dat werd niet beter toen ik merkte dat ik Stefan ook wakker hield met mijn gedraai. Dus ik besloot met mijn kussentje en de extra deken beneden op de bank te gaan liggen. Met de tv aan. Ik keek naar 'Frasier' tot ik te misselijk werd van die broer, Niles. Japie, onze poes, monsterde mijn lekker warme deken en kwam gezellig op mijn heup liggen.
Helaas lukt het een poes niet om in slaap te vallen zonder daar een uitgebreid wasritueel aan vooraf te laten gaan. Dus moest ik een half uur wachten voor ik eindelijk mijn ogen kon dicht doen. Want de combinatie licht schudden wegens wassende kat op heup en misselijk werkt niet -of juist heel goed-  in combinatie met dichte ogen.
Toen Japie al zijn kussentjes weer mooi zachtroze had gelikt en het mij was gelukt mijn maaginhoud binnen te houden ondanks de indringende whiskaslucht die daarbij uit zijn bekje walmde, kon ik eindelijk een poging doen om te gaan slapen. Maar toen bedacht hij dat hij bij nader inzien toch wel een beetje honger had waarop hij naar de keuken vertrok om wat te eten, terugkwam, zich eerst vergiste en per ongeluk op mijn gezicht sprong, vervolgens wiebelig en mét nagels via mijn schouders en ribben de route terug naar de heup vervolgde en het hele wasritueel weer van voren af aan begon. Het was duidelijk dat ik niet aan slapen ging toekomen als ik hem bij me liet liggen, dus sloot ik hem op in de voorkamer, waar hij mij luidruchtig probeerde duidelijk te maken dat hij het er niet mee eens was. Na een tijdlang knarsetandend naar het getergde miauwen te hebben geluisterd, viel ik in slaap en werd wakker van zijn volgende ontsnappingstactiek: proberen de deur open te krabben. Ik trok de dekens zo ver mogelijk over me heen in een poging het gekrab en het gemiauw buiten te sluiten, tot ik bedacht dat ik wel hem voorzien had van eten en een bakje water, maar dat ik de kattebak was vergeten. En nou moest 'ie natuurlijk poepen, zal je altijd zien!
Dit werd niks. Ik besloot om Japie uit de voorkamer te laten en zelf maar weer in mijn eigen bed te gaan liggen. Stefan was nu vast wel zo diep in slaap dat 'ie waarschijnlijk wel door mijn gerommel heen zou slapen.
Stiekem en zo zachtjes mogelijk sloop ik de kamer in om mij stilletjes in bed te laten schuiven. Dat was zo gemakkelijk nog niet, want in mijn hoofd werd nog steeds een grimmige oorlog gevoerd en en bovendien was ik een beetje duizelig wegens slaapgebrek. Vanuit het donker hoorde ik zuchten en wat gedraai. Argeloos en in halfslaap, maakte Stefan aanstalten om een warme arm om me heen te slaan, maar deinsde terug nadat ik hem als een verwilderde zenuwpatient had toegesnauwd: "Nee! Laat me los!"
Slapen wilde ik. Met helemaal niks bovenop, over me heen of aan me vast.
Twee uur later ging de wekker.
Vanochtend:
Ik word wakker, kreun en ik weet: er moet een kind naar school worden gebracht, gewerkt, boodschappen gedaan, kind van school gehaald, speelafspraakjes nakomen, die -en die bellen, het huis een beetje opruimen, e-mail beantwoorden, eten koken, schadeformulieren invullen (nee, niet onze schuld en we zijn er zelf ook niet bij beschadigd geraakt) etcetera. Zucht.
Ik hijs me uit bed en stommel naar beneden. Een blik op de ontbijttafel zegt me dat ik me die moeite kan besparen. Onder de douche, aankleden, alles op de automatische piloot. In de spiegel kijk ik niet.
Ik breng Nona naar school en kruip bij thuiskomst achter de computer met de warme deken over me heen. Rustig aan, dan breekt het lijntje niet. Okee, zo kom ik de dag wel door, denk ik.
's Middags neem ik toch maar weer wat paracetamol en ik merk dat het een beetje helpt. Het glas water durf ik leeg te drinken. Mijn maag rommelt, maar nu is het gewoon trek. We gaan eten en ik eet mee. Het is weer voorbij.

Hoofdpijn, ik heb er regelmatig last van. Ik heb zelfs herinneringen aan avondjes uit met een hoofdpijn-etiket: Noorderslag 199ennogwat; flinke hoofdpijn. Betty Serveert speelde, en ik kan nog steeds niet naar die band luisteren zonder aan mijn bonzende hoofd van toen te denken.
Een weekendje in het huis van vakantievierende ouders van vrienden, ook ergens in diezelfde periode. Er was een "ding" georganiseerd dat nogal wat spanningen teweegbracht onder het gezelschap; hoofdpijn met lichtvlekken in het gezichtsveld. (Ik heb ook nog levendige herinneringen aan de bamisoep die de volgende ochtend/middag op het menu stond...)  
Een avond toch uit ondanks schele hoofdpijn in een tent in de Peperstraat in Groningen. Een vage vent staat tegen mij aan te kletsen en ik hoor hem niet, maar verbeeld mij dat zijn woorden dansen op het ritme van het bonken in mijn hoofd, terwijl het zweet op mijn bovenlip staat. Hij zal op zijn beurt mij wel een vage griet hebben gevonden.
Ach, wat kan ik er verder van zeggen. Het hoort bij me. Je went eraan. Fijn is het niet, maar er zijn ergere dingen. Hordes cliche's. 
Maar er valt soms ook een leuk verhaal over te vertellen. 
Over een gekke vrouw. En een poes.


22.1.10

Roze billen

Omdat onze dochter gisteren weer aardig boven Jan leek te zijn gekomen, mocht ze vanochtend weer naar school. Wij moesten het eerst wel een beetje verkopen: "Ah joh, het is toch weer lekker om naar school te gaan, je hoeft maar een half dagje én het is speelgoedochtend en jullie gaan vast ook nog wel t.v. kijken!
(Vertaald: je moet naar school want dan kan je moeder ook even weer haar achterstallige zaakjes afwerken.)
Hoe dan ook, ze had zelf toch ook wel zin om te gaan en hees zich vanochtend opgewekt in de kleren.
Ook het nieuwe onderbroekje viel in de smaak: "Ah, een róze onderbroek. Dat komt goed uit, want mijn billen houden wel van roze!"

20.1.10

"De grilligheid van vrouwelijke wezens." More of that old sh■■.

De meisjes praatten met de meisjes, de jongens praatten met de jongens. Midge zat met gebogen hoofd te eten. Barbie merkte dat Ken en Bob zachtjes met elkaar fluisterden en af en toe hun kant op keken.
Na een poosje stond Ken op, rekte zich uit, sloeg de kruimels van zijn kleren en zei: 'Barbie, ik ga meneer Johnson even helpen met inpakken enzo. Heb je zin om mee te gaan?'
Barbie keek tersluiks even naar Midge en zei: 'natuurlijk Ken. Dan ruimen Bob en Midge hier wel even op.'
Midge keek haar verschrikt aan. 'Ja, maar Barbie waarom zou ik niet met jullie meegaan en...'
'Nee, Midge,' zei Barbie vastberaden, 'jij blijft hier...om eh... om op te ruimen enzo!'
'O, goed.' Midge kwam haastig overeind, raapte lepels en bekertjes op en zei: 'nou, dan zal ik deze maar eerst gaan afspoelen in de beek.'
'Ik zal je helpen,' zei Bob, die ook was opgestaan. 'O, dat hoeft niet,' mompelde Midge, die al onderweg was naar het water.
'Wacht nou!' riep Bob.
Midge draaide zich om en riep, achteruit lopend: 'ik ben zo terug. Ik eh... ik wil me nog een beetje opfrissen.'
'Toe nou, Midge! Wat heb je nou toch?' 'Oh, Bob, ik eh...'Wat Midge verder zeggen wilde, kwam er nooit uit. Haar voet bleef achter een steen haken, ze tuimelde achterover, ging bijna over de kop en kwam met een plons in het water terecht. Daar bleef ze in haar doorweekte kleren zitten en staarde met ogen, die onmiddelijk vol tranen stonden, de anderen die te hulp schoten, aan.
'Til haar op!'
'Nee, pak haar bij de arm!'
'Pas op, dadelijk val je er ook in!'
'Laat maar, Bob haalt haar er al uit!'
Zich schuddend als een boze natte poedel zat Midge eindelijk weer op het droge.
'Midge!' vroeg Barbie bezorgd, 'heb je je pijn gedaan?'
'N...nee,' kreunde Midge, 'ik vvvv..voel me alleen  zzz zzo belachelijk!'
'Kan ik iets doen?' vroeg Bob, die de held van de dag was. Blijkbaar niet, want zo gauw hij in de buurt kwam, barstte Midge weer in tranen uit.'Ggg... ga weg!' schreeuwde ze, 'laat me met rust!'
'Wat heb ik gedaan?' vroeg Bob stomverbaasd aan Ken.Ken haalde spottend zijn schouders op. 'Meisjes,' zei hij, 'zo zíjn ze.' Laat haar maar met rust tot ze er weer overheen is. Ik weet het ook niet.'
De jongens stapten langzaam weg, hoofdschuddend over de grilligheid van vrouwelijke wezens.

Uit: 'Barbie en Ken',

©Mattel, 1958. 


Nawoord van uw blogster:
Excuses voor het feit dat ik me zo gemakkelijk door een nieuw blogje zwijn.  Het is alleen dat.. nouja, ik heb hier zelf te maken met een boze poedel, eentje van zes, die al drie dagen zeer nadrukkelijk Ziek -met hoofdletter Z- ligt te zijn op de bank. Er wordt hier derhalve gezucht, gepiept en geklaagd, ogen vullen zich om de haverklap onmiddelijk met tranen en er wordt veelvuldig met hoofden geschud over de grilligheid van vrouwelijke wezens.
Voilà; bruggetje!

16.1.10

Grote griebels!

Ik heb iets met retro. Dat wil zeggen, als het maar uit de zeventiger of eventueel zestiger jaren komt. Misschien is het een beetje gek, maar ik houd gewoon enorm van al die kleuren en de vaak simpele vormen. Hoe dan ook, het zal mijn voorliefde voor de Kringloopwinkel wel verklaren. En die stelde me vandaag weer niet teleur.
Want, in de boekenkast, tussen ouwe vergeelde exemplaren van Pinkeltje en Bak-ker-tje Deeg (kennen jullie die ook nog?) vond ik een echt juweel: het boek 'Treinen' uit de 'Marijke en Piet' serie (oftewel 'Achille et Bergamote') van Alain Grée. Klik.




Ook al heb ik de boeken en de tekeningen pas ver na mijn jeugd ontdekt, ik vind ze nog steeds geweldig!


Toen vond ik nog een perfect voorraadtrommeltje dat ik van mezelf pas mocht meenemen nadat ik er een bestemming voor had bedacht. Na lang (15 seconden) nadenken kwamen de overal rondslingerende verrassingseiwezentjes van Nona bovendrijven, dus die ging ook in het mandje.




En twee blije limonadeglazen, die ineens zo goed samen met de andere spullen de requisieten vormden voor een jaren zeventig naschoolse woensdagmiddag (lekker lezen met een glas limonade en een blik met koekjes):




Glazen kun je nooit genoeg hebben, dus mijn dag kon al niet meer stuk.

Toen kwam Nona ineens aanzetten met:



Dit onweerstaanbare, echt werkende naaimachientje! (Je snapt, dat konden we ook niet laten liggen.)             
       
Blij togen we met onze schatten huiswaarts, waar Nona zich meteen in een obscuur naaiprojectje stortte, en ik  met schuurspons en grote hoeveelheden warm water, groene en minder groene zeep op mijn nieuw verworven huisraad. (want dat heb je dan weer wel met die seventies-kringloopzooi; er zit vaak ook een veertig jaar oude laag schmutzigkeit op)  En zo, al soppende, moest ik ineens weer denken aan dat je vroeger bij de Biotex, bij wijze van reclameuiting, singletjes kado (eh, ik bedoel natuurlijk: grammophoonplaten cadeau) kreeg met verhaaltjes, een soort hoorspelen, erop. En die verhaaltjes gingen dan over een pakje zeep, Biotex, dat de meest onwaarschijnlijke avonturen beleefde. Niet alleen, want een pakje zeeppoeder kan natuurlijk wel gaan eendjes voeren, kamperen en een leeuw vangen, maar hij kan natuurlijk niet de held uithangen zonder publiek, dus was hij altijd samen met drie licht onnozele (huis)vrouwen, Loeki, Wieki en Rieki.
Ik had vroeger een echt werkend platenspelertje, en ik heb dat singletje van Biotex daar letterlijk op stukgedraaid. Het ging over Biotex die samen met Loeki, Rieki en Wieki op vakantie (of is het: vacantie) gaat en uiteindelijk alle campinggasten van een wisse dood redt.
Van het hele verhaal stond mij eigenlijk alleen nog het liedje dat het gezelschap zong op weg naar de camping voor de geest en dan vooral de, overigens briljante, strofe: "ditsie datsie demping, wij gaan naar de kemping"
Sterker nog, ik zing dat zelfs nu nog wel eens tijdens vakanties met mijn eigen gezin, maar dat komt me altijd op meewarige blikken te staan. Stefan heeft geen idee en hij vindt het idee van een pakje zeep dat de vakantie redt echt onsterfelijk idioot. (Nee, dan een pannensponsje dat bij een fast-krabrestaurant werkt, op de bodem van de zee) En ik kon het hem nooit echt goed uitleggen, laten zien of horen, want het plaatje zelf had ik dus allang om zeep (haha) geholpen. "O, man", dacht ik dan. "Ik wou dat ik dat plaatje nog had!"
Maar toen kreeg ik een ingeving. Er zou toch niet iemand... op You...tube?
En ja hoor! Daar stond 'ie. Natuurlijk stond 'ie daar. Wat staat er nou niet op Youtube.
'Loeki, Rieki en Wieki en het vakantie-pakje', heette het.  Dat rare stemmetje, die liedjes, die ténenkrommende uitdrukkingen (Sappediejosieja! Gróte Griebels!), het was in een fractie van een seconde weer helemaal terug!

Kijk zelf en geniet. Of huiver. Of allebei.

 




 
           

13.1.10

hmmm en tja...

Nona is weer bij de schoenmaker geweest. De schoenmaker, ja. Want Nona doet niet aan Dolcis, Scapino of van Haren. De schoenmaker maakt persoonlijk voor haar een uniek paar schoenen. Eerst maakt hij daartoe een stel verukkelijke gipsmodelletjes van haar voeten, vervolgens een proefpaar, gemaakt van restjes leer en kurk, en daarna het definitieve paar. Ik heb me laatst laten vertellen dat zo'n paar schoenen ons ongeveer duizend euro zou kosten, zonder tussenkomst van de verzekering. Prada and Versace, eat your heart out!
Vandaag waren we dus bij de schoenmaker om het proefmodel te passen en de kleur en het eventuele motiefje te kiezen. Klinkt best luxe, he? Toch kleven er wat nadelen aan. Zo zijn we beperkt tot altijd ongeveer hetzelfde, tamelijk rigide model; een vrij grove rijglaars. Het tweede is dat de waaier met kleurstalen wat beperkt is, met name voor kinderen. Op het eerste gezicht lijkt het alsof er enorme keus is, maar als je beter kijkt, blijkt dat er vijf verschillende tinten donkergroen, zeven bruinen een horde blauwen een heel stel enge lakvarianten en dan nog een aantal voor ons totaal onbruikbare dingen als poepbruin krokodil, brons met venijnig oranje zweem, hoogglans goud en zo nog wat tussen zit. Maar het lastigste is dat je geacht wordt ongeveer negen maanden vooruit te kunnen met je nieuwe paar. Want de verzekering is wel goed, maar niet gek! Negen maanden moet je vooruit denken, want dat is ongeveer de frequentie van het wisselen van paren. Want iedereen weet, als je die kinderen maar een beetje hun gang laat gaan, zitten ze elke maand voor een nieuw paar bij de schoenmaker! Groeispurtje gehad? Jammer dan! Of er wel eens "creatief" wordt omgegaan bij de aanvraag van een nieuw paar zou ik zo niet durven beweren. Maar je zou je er iets bij kunnen voorstellen...
Hoe dan ook, je denkt dus wel twee keer voordat je 'ja' zegt tegen grasgroen of knettergeel. Een "miskoop" kun je je niet veroorloven.
Nu was dat allemaal niet aan de orde, want ons oog was de vorige keer al gevallen op een nieuw staaltje paars. Dus die keus was snel gemaakt. Maar alleen paars is ook zo ...paars, dus er moet nog iets "op". En wat voor kleur moet dat dan zijn, en vooral: wát? Nou is de schoenmaker een alleraardigste man, maar voor een geinig motiefje of een leuk detail hoef je bij hem niet aan te kloppen. Dus daar ga ik dan zelf maar mee aan de gang. Ik maak een aantal "ontwerpen", daarna bespreken we de mogelijkheden en vervolgens wordt het zo goed mogelijk nagemaakt. Heel sympathiek vind ik dat. En in de praktijk ziet dat er dan ongeveer zo uit:



Maar welke moet het nou worden.....?

31.12.09

Eindejaarssentimenten

De laatste dag van het jaar! Ik ben alvast met een nieuwe ramtam-look begonnen.

...

Tien minuten later:
Ik had gedacht hier iets zinnigs achter te laten met als thema 'nieuw begin' of 'terugblik op het oude jaar', ofzoiets.
Maar er wil me niks briljants binnenvallen. 2009 was nou eenmaal niet zo'n bruisend jaar en dat was eigenlijk maar goed ook. 2007 was een rampjaar en we hebben een goed deel van 2008 gebruikt voor het herstel. 2009 stond in het teken van de toekomst en dus werden er baantjes gezocht en gevonden, nieuwe tenten (nouja, ééntje maar, maar wel een heule grote) gekocht en eindelijk, op de grens van het nieuwe jaar, groen licht gegeven voor de al jaren in het vat zittende verbouwing. En zo komen we aan in 2010. Het jaar waarin dat allemaal gebeuren gaat. Ik denk: drie maanden stof, herrie, en koffieslempende bouwvakkers met radio over de vloer.
Ik denk: "Nee, die kleur hadden we niet besteld", "Hee, zie ik nu dat je toch een witte voeg hebt gebruikt?", "Nee, dat stopcontact had daar moeten komen", "Wat bedoel je, we kunnen er nu niet overheen lopen, mijn kind zit nog boven!"
Maar ik denk ook: "Prachtig geworden!, Eindelijk een vaatwasser, een frisse, schone keuken, een badkamer met een groot, matglazen raam tot aan de grond, antisliptegels, meer licht en nog veel meer fijne dingen.
Ik hou jullie op de hoogte, het zal ergens in het voorjaar wel losbarsten.

En voor nu: tel nog even al je vingers, morgen horen er nog steeds 5 aan elke hand te zitten. Drink een glas op het ouwe jaar en daarna nog een op het nieuwe en daarna nog een op elkaar. Ik wens jullie allemaal een zalig uiteinde (zo, dat wilde ik nu altijd al eens zo plechtig zeggen) een goed begin (al dan niet met een beetje hoofdpijn, had je toch maar die iets duurdere fles bubbels moeten nemen) en een prachtig 2010. Dat er maar veel goeds jullie kant op mag komen!

 Ennehhh: Lieve, kleine Lilly, een heel fijne verjaardag gewenst! We hebben hier een pijltje liggen met jouw naam erop! Zul je uit het raam kijken, om twaalf uur? Dan sturen we hem naar jullie toe!





30.12.09

Black days

Ach, de titel van dit blogje doet het ergste vermoeden. Het valt allemaal reuze mee, hoor. Het is alleen dat, nouja, we waren vanochtend nogal vroeg op allemaal. Maar het is zo'n superdonkere dag. En dan vind ik het zóóó moeilijk om wakker te worden! Sloten koffie moeten erin. En dan nog.
Dus toen Nona met haar vriendinnetje (want die was blijven logeren) in bad ging en Stefan, kneukeldekneukel, staand op de trappers op de fiets naar Utrecht ging om zijn vuurwerkpakket op te halen, kon ik mooi even chillen in het halfduister op de bank. En toen hoorde ik op de radio ineens dat fantastische nummer van Soundgarden: Fell On Black Days. Dat bleek ineens uitstekend bij de toestand in het hoofd en die buiten de deur te passen. Ik heb hem inmiddels op repeat in de cd speler zitten, nu het nog even kan en voor er zometeen weer kinderwebradio op moet.
Dus, voor wie er ook een beetje last heeft van de donkere dag en net als ik een beetje behoefte heeft aan vijf minuten voor zichzelf groggy in de ruimte staren met bijpassende soundtrack; hier issie:

29.12.09

Popje

De bedoeling is dat het meisje van de tekening ooit omgezet wordt in een levensecht model van fiberfill, vilt en stof. Belofte maakt schuld. Had ik maar niet zo spontaan moeten roepen dat dat zo leuk zou zijn, je eigen tekening als knuffel. Nona vraagt me elke vakantiedag of ik nou eens ga naaien. Helaas kan ik nooit eens lekker vlot aan een projectje beginnen. Eerst moet er nog even dit en dan nog even dat en voor je het weet zijn er weer twee weken voorbij en is er alweer een ander plan voorbij gekomen dat nog veel leuker, dringender, of anderzijds (betaald) is. Maar omdat dat nou zo flauw is, en ik meteen mijn goede voornemens voor het nieuwe jaar (afmaken waar je aan begint, doen wat je belooft) kon waarmaken ben ik toch maar gewoon begonnen vanochtend. De tekening gescand en daarna overgetrokken. En toen werd ik weggeroepen voor andere dringende dingen. Maar voordat ik me naar beneden haastte, gooide ik nog even een hele horde van die leuke Nona-spinsels over het vel.
Tadáá:

(Maar hoe ik er nou in vredesnaam een popje van  moet maken...?)

24.12.09

Tis kerst!

Heel fijne dagen gewenst, allemaal!


21.12.09

Nog altijd Genieten met hoofdletter G

En dat het nou toch nog steeds niet voorbij is!
Gistermiddag is het ook in Nieuwegein weer  keihard gaan sneeuwen en dat zorgde wederom voor bijzondere momenten. Zo kreeg onze buurvrouw zondagmiddag vanwege een kennelijk uiterst urgente marktplaats-transactie bezoek van een hele familie in een knalgeel busje. Die na gedane zaken nog slechts de parallelweg kon verlaten met tussenkomst van een hele horde buurmannen met sneeuwschuivers, eentje met een Jeep, een paar blaffende honden en de nodige gniffelende buurvrouwen.
Vanochtend was Stefan ongeveer eenzelfde lot beschoren, gelukkig was de buurman wederom bereid een sneeuwschuivertje toe te steken en zo lukte het hem dan toch weer om op weg te komen.
Onze oude kater heeft zijn gevoel voor humor al geruime tijd geleden verloren en was dan ook 'not amused' dat hij, op zijn leeftijd nog, in de sneeuw moet poepen.
Ikzelf word dan weer niet zo blij van het feit dat ik vandaag al drie keer droge kleren heb moeten aantrekken na verschillende expedities door de sneeuw, de laatste keer hysterisch, met een overvolle container die muurvast tussen de heg een een sneeuwduin bleek te zitten en met een oog op de naderende vuilniswagen die, in tegenstelling tot eerder die ochtend vernomen berichtgeving, wél bleek te rijden.
Hopelijk ontdooit Nona een beetje voorspoedig, want die ging met net iets te korte laarsjes door iets te hoge sneeuw om bij "het hellinkje" te komen. Het stoere hellinkje, achter bij ons in het park, waar ze drie keer vanaf is gesuisd op een door de buurmeisjes zelfgefabriceerd sleetje; een tuinkussen in een dichtgetapete afvalzak. Helaas maakte ze geen melding van haar doorweekte sokken, zodat ik me bij thuiskomst helemaal te pletter schrok van haar knalrode en bijna bevroren teentjes.
Gelukkig zag ik vanochtend ook nog iets dat me heel vrolijk maakte. De buurkinderen van "hierachter" hadden hun krachten gebundeld en en met veel gevoel voor ...eh detail, samen een heel smaakvolle en zo te zien vrij blije sneeuwman gebouwd:
(Inderdaad; dat ís een komkommer met het plastic er nog om)

18.12.09

Heerlijk. Gewoon Héer-lijk.

Wat weer een prachtige ochtend.
Het is ge-wél-dig weer, natuurlijk. En het is ook allemaal heel gezellig al die donkerte. Dan kun je lekker de kaarsjes aansteken. En koud? Nou, dan kun je eindelijk eens je favoriete dikke trui over je favoriete dikke t-shirt en je nieuwe fleece legging (Hema bedankt! Hema bedankt! Hema, Hema, Hema, bedankt!) onder je favoriete dikke broek doen en niemand die denkt dat je zelf ietsje aan de dikke kant bent, want ook nog je lange dikke jas duroverheen. Win-win-win-win-win-situatie!
En het is ook best lollig om bij de auto te komen en te ontdekken dat het portier is dichtgevroren. Als het andere portier dan tenminste maar opengaat, zonder al te veel wrikken en kans op verbogen autosleutel. Want zo 'oldskool' is mijn autootje. Deurvergrendeling? Inderdaad, gewoon het knopje indrukken! Het moderne montessori-kind van tegenwoordig staat vaak paf bij het zien van zoveel inefficientie. En laat zich daarvan het liefst niet onbetuigd. Dus krijg ik van vriendjes en vriendinnetjes van Nona af en toe fijntjes: "Papa's au-to/di gaat gewoon vanzelf open!" toegevoegd. En, ook wel eens gehoord: (Van afschuw vervulde blik op autodeur:) "Moet je dat zelf doen?"
"O, mijn hemel! Prinsje, Prinsesje, waar zit ik met mijn hoofd? Natuurlijk hoeft U, o Heilige Kleuter, niet zelf iets te doen! Hier, ga gauw op mijn jas staan. Laat me ras alle hindernissen op Uw pad voor U wegnemen. Als we straks thuis zijn, moogt Ge me kastijden."
Kind, rollend met ogen, kan alleen maar een minachtend keelgeluid uitbrengen; "Gghghghh!" (Die moeder van Nona is écht wel totaal niet wijs!)
Maargoed, ik drijf weer hopeloos af.
Het slot zat dus dichtgevroren en natuurlijk liet ik mij hierdoor niet uit het veld slaan. "Eerst maar eens even de auto uitgraven", dacht ik monter. "Gelukkig heb ik winterschoenen! Anders zou ik nog koudere tenen hebben gehad dan nu." Fijn ook dat Nona binnen nogal treuzelt met het pakken van haar tas.  Er zal wel een heel goede reden voor zijn. Waarschijnlijk was er nog iets dringends met een miniscuul stukje playmobiel en de plantengieter ofzo. Maar nu staat ze in ieder geval geen kou te vatten, terwijl ik de auto van drie meter sneeuw ontdoe. En eigenlijk was het een goede beslissing om de voordeur gewoon open te laten staan. Dan kan ze me tenminste horen als ik haar roep. Bijkomend voordeel hiervan is dat als er iemand van de buren zich dreigde te verslapen, we dat tenminste voorkomen hebben.
En wat geinig om eens een keertje via de réchterkant de auto in te kruipen. Mijn voet blijft op werkelijk hilarische wijze steken achter de stoelverhoger en vervolgens pas ik niet tussen de hendel van de handrem en het plafond. Lachen, gieren, brullen! Een grote klont sneeuw valt nog net van mijn jas op de zitting van de bestuurdersstoel vlak voordat ik mij erin laat vallen. Ik schreeuw heel lief tegen Nona dat ze haar portier moet dichtdoen omdat ik zo toch niet naar school kan rijden, zo met het portier open en dat ik er zelf toch echt niet meer bij kan en ik vraag haar daarbij of zij dat zelf niet gezien had. Waarop zij heel erg kalm snauwt dat zij er ook niet bij kan en vervolgens beleefd en ingetogen eist dat ik haar kom helpen. Als een soort Peppi en Kokki slagen we er uiteindelijk gezamenlijk in de deur dicht te trekken. Ik houd haar gewoon vast aan haar jas, zodat zij zich zo ver mogelijk uit de auto kan laten hangen, beelden van Michael Jacksons actie met zijn baby Blanket schieten heel even aan mijn geestesoog voorbij.
Eindelijk kunnen we rijden. Ik kijk op de klok en zie dat we niet eens langer dan een kwartier te laat zijn. Valt dat even mee!
Ik lever Nona af op school en rij terug. Bij thuiskomst krijg ik een complimentje van de buurman die me zo behendig in en uit de auto heeft zien klimmen.
Mijn dag kan niet meer stuk!

10.12.09

onthyved

Ruim twee jaar geleden kreeg ik een uitnodiging van Marieke, mijn vrichtje (inderdaad, zij met die leuke webwinkel.) om haar 'vriend' te worden. Op hyves.
Tot dan toe had ik het fenomeen aardig van mijn lijf weten te houden, en ik was vast van plan dat zo te laten. Want ik vond het Stom. Hyves.
Eerdere uitnodigingen van bijvoorbeeld oud dorpsgenoten die ik dan pas na drie dagen piekeren als zodanig herkende ("O, dié... Jaaahh... Daar ben ik zéker twee keer voor het huis langs gefietst!") negeerde ik gewoon. En zo loste zich dat dan vanzelf op.
Maarja, wat doe je met een uitnodiging van een echte vriend;  familie zelfs? Daar ga je natuurlijk op in, zo'n hork ben ik nou ook weer niet.
En "ach", dacht ik, "misschien is het zo stom nog niet. Hyves."
Niet lang nadat ik was toegetreden tot het hyvesdom, maakte ik een heel moeilijke periode door. Nachtenlang zat ik achter de computer en er flitsten vele krabbels en ellenlange berichten tussen mij en mijn vrienden heen en weer. Zo stom was het dus inderdaad niet om te hyven, het bood me troost en ik kon er mijn gedachten verzetten, door al die idiote, tijdvretende dingen die je er kunt doen. Dus ik "pimpte" mijn hyve, wat uren in beslag nam, zette er foto's op, een muziekje, gadgets en zelfs een paar blogs.
Maar na verloop van tijd kwam ik er steeds minder. Dat hele "krabbelen" was, net als sms-en, toch al niet zo heel erg aan mij besteed, breedsprakig als ik ben. En ik hoefde eigenlijk ook niet zo heel dringend door de 'wiewatwaar' van alles op de hoogte te worden gehouden, ook al is het nog zo boeiend om te lezen dat een van mijn vrienden net heel erg moest gapen en een ander straks naar de tandarts moet. En die terminologie: krabbelen, pimpen, tikken, kwekken. Het kwam me ineens allemaal zo puberaal voor.
Dus besloot ik vanavond de knoop maar eens door te hakken.
En heb ik mezelf onthyved.
Dusss.

Vriend nodig...anyone?

4.12.09

Genen

Als er iets is waar Stefan laaiend om kan worden is het wel dat hij soms moet zoeken naar zijn spullen. En als er iets is waar Stefan niet zo heel erg goed in is, is het zoeken naar zijn spullen. En eigenlijk heeft hij er vaak ook geen zin in, denk ik wel eens. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? "Herma, waar ligt mijn telefoon (portemonnee, vork, autosleutel etc.)?" "Voor je neus, lieverd." "Oja."
Soms bevindt het "onvindbare object" zich iets verder uit de buurt en heeft de opsporing een wat uitgebreider navigatie nodig: "... in de kast, links." Zucht: "Welke kast?" "Die in de kamer." Zucht: Slof, slof, slof, kráááááák (de kastdeur). Dan; onmiddelijk: "Wáár in de kast?" Lichte irritatie klinkt al door in zijn stem.
"Línks, kijk nou even goed!" Lichte irritatie klinkt ook door in mijn stem. "Nou, ik zie niks hier! Waarom ligt er hier ook zo'n hoop troep, ik kan ook nooit iets vinden in dit huis! Jij verstopt altijd al mijn spullen!"
(Ja hoor. Een dag niets verstopt is een dag niet geleefd.) "Lieverd, dat heet: op-rui-men. Is een heel nieuw dingetje. Zou je ook es moeten proberen."
Nu ontstaat er een keuzemogelijkheid. Ik kan: 1. Doorgaan met wat ik aan het doen was en proberen de navigatie op afstand tot een 'bestemming bereikt' te brengen. Deze gesprekken vinden namelijk verbazingwekkend vaak plaats rond een uur of zes, als ik in de keuken en net op een cruciaal punt in het kookproces aanbeland ben, namelijk dat moment waarop alles bijna klaar is en er een hoop tegelijk moet gebeuren. (Nu klinkt het net of wij elke avond een drie gangen menu nuttigen, wat niet zo is. In werkelijkheid is vies koken een van mijn specialiteiten. En we eten minstens drie keer in de week spaghetti met rode saus omdat het me in de supermarkt weer ontbrak aan inspiratie. Echt, mijn kook"kunst" is legendarisch en dat is geen aanbeveling. Maar daarover een andere keer.)
Okee, laat me je even meenemen in het hypothetische doemscenario. Stel; ik was al een beetje kribbig, want aan het koken, en heb Nona al drie keer gevraagd de televisie uit te zetten en de tafel te dekken (en ze zit nog steeds voor de t.v.) de poes loopt miauwend rond mijn benen vanwege leeg maagje, maarja mijn gezinsleden gunnen mij de exclusieve eer degene te zijn die het voerbakje mag aanvullen en ik sta net met een dampende pan pasta boven de gootsteen. Je voelt al aan, veel kan er niet meer bij. Ik roep, iets te hard, terug: "Het ligt li-hinks, kijk nou gewoon even goed!" En stel nou, dat het een echt slechte dag is en ik kan me echt niet inhouden. Dus ik voeg eraan toe: "En als je het zo'n troep vindt in die kast, ruim het dan dit weekend maar eens lékker op! Snotverjoppie! (want er zijn kinderen bij)
Maar omdat het een slechte dag is, en die zijn altijd collectief, gooit Stefan nijdig en onverrichter zake de deur van de kast iets te hard dicht en neemt daarna wraak door te mompelen. En als er iets is waar ík laaiend van kan worden, dan is het wel van mómpelen. En dan bedoel ik het mompelen van het schampere soort. De bemompelde weet dat het gemompelde over hem/haar gaat, en zeker niet aardig bedoeld is, maar kan er niks van zeggen, want hij of zij heeft immers niet gehoord wat er gezegd werd? "Hoe bedoel je: wat zég je? Ik zei helemaal niks!" Nu is het zaak je niet te verliezen in een welles/nietes-spelletje, want het zoekgeraakte en dringend benodigde 'ding', inzet van de ruzie, is allang vergeten. Er kan een gevecht op volgen waar een stel maartse katers een interessant lesje van zouden kunnen leren.
Daarom kies ik meestal voor: 2. Alles uit mijn handen laten vallen en hoorbaar zuchtend of in ieder geval geluid makend ("Gggggghhhgh". Of: "Tssssss".) naar de kast lopen en daar dan moeiteloos het begeerde object opdiepen, dat zich uiteraard op ooghoogte op een plank op ongeveer 30 centimeter afstand van zijn neus bevindt, terwijl ik hem daarbij onafgebroken en indringend in de ogen staar. "Zocht je... dit?" Vals.
Maar het bespaart een vervelende ruzie en garandeert nog een triomf-aftocht ook. What's not to like?
Laat het een lesje zijn.
Nu niet denken dat we een groot probleem hebben. Hij zoekt, ik vind. Zo gaat dat al jaaaren. Niks mee mis.
Maar nou deden we van de week een waanzinnige ontdekking. Het blijkt dat we onze "talenten" hebben doorgegeven aan ons kind! Allebei!
Nona had 's middags een mooi kunstwerk voor papa geknutseld. 's Avonds na het eten kondigde ze de onthulling met een hoop tamtam aan. We moesten er speciaal voor op de bank gaan zitten en daar wachten, dan zou zij het wel even gaan halen. Éven.
Maar ze kon het niet meer vinden! Koortsachtig zette ze de keukenkast op zijn kop. Wanhopig riep ze: Ïk had hem echt hier verstopt! Hélp me dan ook! We zochten tevergeefs de hele kast af en het kostte me enige moeite om haar te overtuigen: "Lieverd, hij is hier ècht niet. Je hebt hem vast ergens anders verstopt."
Bozig zakte ze naast me op de bank neer: "hoe kan dat nou!" "Denk eens goed na, waar ben je allemaal geweest met je kunstwerk", hielp ik haar. "Ik wéét het gewoon niet!" riep ze, getergd tot op het bot. Maar ineens klaarde haar gezicht op. "Wacht eens even..." ze trippelde naar de keuken, trok het gootsteen kastje open en sloeg zichzelf met een theatraal gebaar tegen het voorhoofd. "Hiér issie! Gggghghhh...!
Stefan en ik keken elkaar aan. "Nou, het is duidelijk. Ze heeft onze genen", zei Stefan droog. "Jouw genen hebben het verstopt en mijn genen konden het niet vinden."