22.12.10

Jammer

Nou.
Had ik me de kerstvakantie toch heel anders voorgesteld.
Stefan en ik hadden nu heerlijk in Brussel kunnen zitten, in een appartementje om de hoek van de Avenue Louise.
Die er nu ongeveer zó bij ligt.
(Nee, dat ben ik wel met u eens; niks an, eigenlijk.)

Vandaag hadden we waarschijnlijk een bezoekje gebracht aan de Habitat in shoppingcentre Woluwe, want daar had ik een klein kado-boodschappenlijstje. Als het heel koud was, zouden we nog een museumbezoekje hebben afgelegd. Morgenochtend of vrijdagochtend vroeg op om naar de vlooienmarkt op het Vossenplein te gaan. Hopen op een juweeltje tussen de rommel. Belgische frieten eten. Of lunchen met die verrukkelijke kaaskroketjes bij le Char d' Or aan de Grasmarkt. Stiekem de draak steken met de licht arrogante kelners die het dwars door iemand heen kijken tot kunst hebben verheven. Manneke Pis, grote Mercedessen, zakenmannen in driedelig grijs.
Maar.
U raadt het al. We zitten nog thuis.
Koning Winter en zijn misdadige compagnon Griep hebben een dikke stok in onze spaken gestoken.
Bovendien was het natuurlijk ook onverantwoord gekkenwerk om dinsdag via Groningen (!) naar Brussel te rijden in onze ouwe auto. Zonder winterbanden.
Dus nu ziet de kerstvakantie er zo uit:

Inderdaad, haar snoetje is bijna net zo wit als die deken.
Op de bank, buiten beeld, zit haar vader met een uitgedroogd gezicht en waterige oogjes zoet voor zich uit te hoesten en te snotteren. Eerlijk is eerlijk, je hebt er verder geen kind aan, zolang de tv maar aan blijft.
Zucht.
Thuisblijven is ook leuk.
Schrijf je nog es een blogje. Ruimt es een beetje op. Ook nuttig.
Zucht.

19.12.10

Van ziek en sneeuw(pop)

Nona's lampje ging op vrijdagavond uit, om precies te zijn gebeurde dat tijdens de avondmaaltijd. Lusteloos zat ze in haar eten te prikken en toen wij haar wat aanspoorden om haar bordje leeg te eten barstte ze in tranen uit. "Maarikvinnutnielekker!" blèrde ze hartstochtelijk. Het hek was van de dam, van het ene op het andere moment kon ze niks meer. Het normale avondritueel van uitkleden, pyjama aan en tanden poetsen kon alleen nog maar doorgaan vergezeld van grote hoeveelheden snot, tranen en van boehoehoe. Het was echt zielig. Ik stopte haar onder de wol met een lekkere kruik tegen het klappertanden terwijl zij stoer volhield dat ze heus geen koorts had, alleen verhoging. Dat dit toch een wat optimistische diagnose was bleek 's nachts, toen ze plots manisch op de gang stond te roepen naar de "mannen die in de tuin aan het vechten waren". Kan het daar misschien wat stiller? Ik kan zo niet slapen! schreeuwde ze naar de onbekende -en onbestaande- ruziezoekers, en ik bewonderde haar inwendig om haar assertiviteit. Slaapdronken wankelde ik naar haar toe en dichterbij zag ik haar glanzende oogjes, haar hoogrode konen en kon ik haar roquefort-adempje-behorend-bij-ziek-met-keelpijn ruiken. Terug in haar bed begon ze plannen te maken voor de volgende dag. Gaan we dan een sneeuwpop maken? vroeg ze. Lieverd, als jij morgen naar buiten gaat, dan smelt binnen een paar minuten alle sneeuw in een straal van twee meter om je heen met die temperatuur van jou, zei ik. Ze vond het grappig.
Als je morgen nog ziek bent, gaan we je aan de gemeente verhuren om de straten schoon te stomen. Levert vast nog een leuke duit op, deed ik er nog een schepje bovenop. We gniffelden wat. Gezellig, wel. Nacht. Kinderkamer, gedempt licht, dikke ogen, zachtjes praten, stiekem lachen.



De volgende ochtend, helemaal enthousiast door die idiote hoeveelheid sneeuw die buiten was gevallen, wilde ze tóch een sneeuwpop maken. In de voortuin moest 'ie komen, want waarom al die moeite doen voor een sneeuwman, als die niet door iedere voorbijganger bewonderd kan worden. Koortsig begon ze te bouwen, maakte een prachtige sneeuwman en sliep daarna de rest van de dag.
Helaas doen sommige voorbijgangers ook andere dingen met sneeuwmannen dan alleen bewonderen. 's Middags had iemand hem nog een heel olijk rood petje gegeven, 's avonds lag onze sneeuwvent in drie stukken in de berm. Het petje lag er verfomfaaid naast. Het was bijna een naar gezicht, die rode vlek naast de resten van dat aan stukken getrapte gezicht. Wat bestaan er toch een wonderlijke frustraten op de wereld die, als ze zo'n kinderlijk bouwwerk passeren, alleen denken aan kapotmaken.
Gelukkig hebben we de foto's nog:


Met Nona gaat het inmiddels weer stukken beter. (19-12-2010)
En daarna weer stukken slechter. Red. (22-12-2010)

17.12.10

To kaart or not to kaart. That's the question!

Ik heb kerstkaarten laten drukken, maar tot op heden hebben ze ons adres helaas nog niet mogen bereiken...
Daarom, voor de zekerheid, langs deze onsympathieke weg voor u allen deze digitale versie, met natuurlijk de allerhartelijkste wensen voor de kerst en het nieuwe jaar!

14.12.10

second hand rose

I hartje kringloop toch wel zo very much, mensen!
Zo vond ik een geweldig, ongebruikt stuk gordijnstof met een hele fijne seventies-print die toevallig erg goed bij onze bank en vloer past. Ik besloot er zelf een mooi groot lounge-kussen van te naaien.



Het ding is een doorslaand succes, Nona ligt er dagelijks languit op. Heerlijk om films op te kijken, de babypop te verzorgen, met Japie te knuffelen en nog veel meer.

Ook vond ik nog een paar mooie vintage kerstballen.
Een heel doosje (vijf stuks) van die matte met wit motief. Ongeschonden! Nááhh...
En dan ook nog een paar hele lieve écht oude, je ziet er, bij wijze van spreken, het oude opa en omaatje gewoon nog mee scharrelen. In de berm langs onze straat lag een afgebroken tak, die ik thuis boven de tafel heb opgehangen. Daarin hangen nu mijn nieuwe ouwe ballen mooi en trots te pronken. Wie maalt er nog om een boom?

En dan waren er nog de stoelen. Een wachtkamer-ensemble waar ik al een hele tijd een oogje op had. Het oorspronkelijke tafeltje dat er eerst ook nog bij zat, was inmiddels al verkocht. Op de meest barre zaterdag van december heb ik de stoelen opgehaald. Dat was behalve leuk en spannend vanwege de sneeuwstorm op de terugrit, ook heel handig want de volgende dag zou de goede Sint huize Dekittiekat bezoeken en daar heb je een deugdelijk ameublement voor nodig, ja toch?
Eigenlijk hebben ze voor 'het mooi' nog wat werk nodig, maar heel dringend is dat nog niet.
Het kussen dat erin ligt is een ander verhaal, het geweldige stuk stof met de clown print komt uit de ... ehm, 'vintage-collectie' van mijn moeder. Wie wat bewaart heeft wat, is haar levensmotto en ja, daar zit dus soms heus wel wat in. Een kussentje is zo genaaid en het seizoen leent zich voor cocooning, dus daar ga je, Jan! (Wie? Ja. Jan ... Dat wordt zo gezegd ... Door mensen ... Ggghh .... Jémig, ik weet niet precies wie! Wat is dit; de zaanse verhoormethode?)
Zo. Nou genoeg gesnoefd.
Volgende keer weer meer over o.a. de kerstkaarten (iemand nog last-minute kerstkaarten nodig, trouwens?) en de schoolmusical-decors. Maar nu eerst slapen.

1.11.10

Grrrrr....!

'T is mooi geweest. Ik ben het zat. Ik heb nou lang genoeg gesappeld. En het moet ook maar eens afgelopen zijn met al die ritjes naar het zwembad, de kliniek, de dokter, de andere dokter en nog een dokter, mistroostige nieuwbouwwijken waar Nona's vriendinnetjes wonen, ik wil geen overlegjes meer op school en ik kom ook niet naar het tien-minuten-gesprekje. Nimmer zet ik meer een stap in de supermarkt en ik ga nooit meer tanken. Ik ben geen ochtendmens dus vanaf nu kom ik mijn bed pas uit als ik het eraan toe heb en ik ga ook niet meer tegen Stefan zeggen dat het niks geeft als hij de hele nacht ligt te hoesten. Ik verwacht ook niet dat ik het nog een keer kan opbrengen om een kist vol minuscule playmobildingetjes te sorteren, dus we laten het opruimen maar gewoon es over aan degene die de troep maakt en nou we het er toch over hebben, wat moeten die playmobilfiguren eigenlijk met die 5 millimeter grote mobiele telefoon met microscopisch kleine toetsen? Ze hebben geen hánden, ZE HEBBEN DE LETTER U! En het ergste van alles: het zijn de playmo-hulpverleners die met dit moderne stukje technisch vernuft zijn toegerust. Waardevolle levens hadden kunnen worden gered, maar helaas: "Ik had je willen bellen, maar ik kreeg de toetsen van mijn mobiele telefoon niet ingedrukt... Wat is trouwens je nummer?" Maar we dwalen af.
Ik ga geen kerstkaarten versturen en misschien ga ik wel nooit meer onder de douche. Ik ga in ieder geval nooit meer welk haar dan ook scheren; van mezelf niet en van niemand niet. Ik ga niet meer aan het werk maar ik ga ook geen was doen, badkamer soppen, stofzuigen of grasmaaien. Als iemand mij vanaf nu de weg vraagt, ga ik net doen alsof ik pools spreek en ik ga tegen die ene vent zeggen dat het misschien wel lijkt alsof ik zijn grapjes leuk vind, maar dat ik hem in werkelijkheid het liefst op zijn neus wil stompen. Als er nog iemand begint over die Dick Maas decemberfilm waarvan ik de naam niet eens meer over de lippen kan krijgen, sta ik niet voor mezelf in, want ik verdraag geen zinloze discussies over non-onderwerpen meer. Ditzelfde geldt voor welk nieuwsbericht dan ook over het duo Yolanthe/Wesley. Ik ga morgen met een heggeschaar de stad in en knip persoonlijk elk kledingstuk aan flarden dat als een maat xxl in het rek hangt maar tijdens het passen een vermomde maat 34 blijkt. Verjaardagskadootjes kopen zichzelf maar en ik ga niet meer koken. Dit laatste is denk ik het beste voor alle betrokkenen. En als ik nou snotvergeme nog één keer iemand hoor over dat moeders met deeltijdbanen verwende prinsesjes zijn, dan ontplóf ik!



Zo, en nou maar eens naar bed...
'T is weer vroeg dag morgenochtend.

19.10.10

Snapshots

Maak een saaie autorit en douw je kind op de achterbank in plaats van nintendo, playstation, i-phone, of portable dvd-player nou es gewoon een fo-to-toe-stel in de klauwen.
Resultaat:
- Okee, na een hele hoop foto's met helaas je eigen achterhoofd er prominent op ... delete ... delete ... platte kruin ...delete ... -
Instant art! Muurworthy!











(Nahja, 't is mijn eigen kind hè. Cut me some slack here.)

9.10.10

Briesen

Tja, wat zal ik er eens van zeggen...
Van mij hoeft het allemaal niet zo.
Maarja, ik doe het voor de jongen. Misschien verslijt je me nu voor gek, maar daar doe ik het dus allemaal voor. Voor de jongen. Want het is een goeie jongen, hoor. Heeft altijd een vriendelijk woordje voor me, of een schouderklopje. Soms neemt ie wat lekkers mee. En dan smelt ik, hè. Vooral omdat hij het ook niet makkelijk heeft gehad. Want in het begin ging het helemaal niet zo goed.
We begonnen zoals de meesten dat doen. En hij had ambitie hoor, de jongen. Een drive! Maar soms is dat niet genoeg. En dat wist hij zelf ook. Dan werd 'ie narrig en soms een beetje gemeen. Ik begreep dat wel. Daar niet van. Maar leuk is anders, dat snap je zelf ook wel. Op een dag had ik er een beetje genoeg van. En dat wilde ik wel even laten weten. Dus toen hij op wilde stappen, deed ik gauw een sprongetje opzij. Zodat hij viel. Dat was een beetje vals van mij maar eerlijk is eerlijk, als ik dat toen niet gedaan had, was de jongen niet geweest waar 'ie nu is. Sterker nog; ik weet heel zeker dat het plannetje toen geboren is. Want hij viel heel lollig. Hij maakte er nog een soort koprol bij. Ik vond dat een beetje aanstellerig, maar er stonden wat mensen te kijken en die vonden het heel leuk. Er gebeurde verder niks, hoor. Ik kreeg geen straf want het is, zoals ik al zei, een goeie jongen. Hij stapte weer op en we gingen verder zoals altijd. Maar er was iets veranderd. Hij zat ergens op te broeden, dat voelde ik duidelijk.
De volgende dag kwam hij bij me en kondigde zijn nieuwe plan aan. "Vanaf nu gaan we het helemaal anders doen" zei hij. Ik zag zijn ogen schitteren. Hij had allemaal wonderlijke witte spullen bij zich die ik nog nooit eerder gezien had. Ik werd er een beetje nerveus van, maar hij bezwoer me dat ik me geen zorgen hoefde te maken. "Gewoon goed luisteren en doen wat ik zeg, dan komt het allemaal goed". Hij leek heel zeker van zijn zaak , dus wandelde ik braaf met hem mee. "Ga jij daar dan lopen", zei hij. "Loop maar in een rondje om meisje heen." Maar toen ik het rondje inging, zag ik hem ineens vanuit mijn ooghoeken een aanloopje nemen, en hij springt zó tegen me aan. Goeie hemel, ik ben nog nooit zo geschrokken. "Man! Wat mankeert jou!" Ging ik tegen hem tekeer. "Doe dat nooit, nooit meer! Wil je dat er ongelukken van komen?" "Kom op", fleemde hij. "Heb nou een beetje vertrouwen in me. Ga jij nou gewoon dat rondje rennen en laat mij mijn ding doen. Wat er ook gebeurt, gewoon doorlopen. Doe je het? Voor mij?" En omdat ik voor het eerst sinds tijden weer eens zag dat hij ergens plezier in had, gaf ik toe. Ik rende maar rondjes terwijl hij bleef proberen om na een aanloopje op mijn rug te belanden. En telkens ging het mis. Een enigszins beschamende vertoning was het wel, moet ik zeggen. Maar, aan het eind van de middag zat 'ie ineens, na een ferme sprong, op mijn rug. Iedereen die had staan kijken begon te juichen, en ik inwendig nog wel het hardst, want mijn ribben begonnen al aardig beurs te voelen als gevolg van alle mislukte pogingen.
Ik dacht dat het voor de jongen een middag spelen was, om even af te reageren van al het vruchteloze trainen van de maanden ervoor. Maar toen hij de volgende dag weer stralend aan mijn deur verscheen met dat wonderlijke witte tuig op zijn arm, wist ik dat het menens was. Zuchtend liet ik me met hem meevoeren. Ik holde opnieuw braaf mijn rondjes terwijl de jongen weer een aanloopje nam. Dit keer was het meteen raak. "Whoei! Het gaat steeds beter!" Joelde hij.
In de weken die volgden nam de jongen mij dagelijks mee om zijn kunstje te oefenen. En hij begon er rare dingetjes bij te verzinnen. Dan voelde ik hem een beetje rommelen en dan zat hij ineens achterstevoren. Of hij ging staan, gewoon op mijn rug. Op een dag kon hij zelfs een handstand! Hij viel nog wel eens, maar steeds minder vaak. Natuurlijk probeerde ik zo voorzichtig mogelijk te lopen. Vaak is het doodeng wat ie probeert uit te halen. Ik denk dat de jongen geen idee heeft dat mijn hart me af en toe zo'n beetje in de keel zit als ik merk welke capriolen hij nu weer van plan is.
Hoe dan ook, het lijkt alsof de jongen zijn draai heeft gevonden. Hij is echt goed geworden en schrijft ons regelmatig in voor wedstrijden. Dan komt ie 's ochtends bij me en dan lacht ie me keihard uit als ik me weer eens half dood schrik van de kleuren van zijn nieuwe showtenue. Maar daarna volg ik hem braaf. Want het is toch best een lieverd. Ik loop mijn rondjes zo voorzichtig mogelijk en laat hem zijn kunstje doen. Soms wint ie dan een prijs. En dan is hij apetrots. Het is leuk hoor, voor de jongen. Maar voor mij... nee, voor mij hoeft het allemaal niet zo nodig.

7.10.10

After school special

Men neme: twaalf zelfgebakken muffins, een zakje kant en klaar chocoladeglazuur, een flesje gekleurde taartversierdingetjes en, optioneel, een kind van het soort dat graag snoept.



En dan is al gauw dit het resultaat.
(Jahaa, van zoveel chocoliefde krijg je vanzelf zo'n knoert van een 'tache de chocolat'. Eat your heart out, Cindy C.)



De choco-stalagmieten zijn ook eetbaar!








En kies er een leuk servetje bij uit. Je zult ze nodig hebben!


6.10.10

Herfstig

In ons eerste jaar in Nieuwegein, het is al weer bijna tien jaar geleden, woonden Stefan en ik een concert bij van Toots Thielemans.
Het was briljant, die krasse oude artiest die daar de sterren van de hemel stond te blazen, tussendoor onverstaanbare grapjes maakte en ons allemaal inpakte met zijn ontwapenende charme. Toots zou het jaar erop zijn tachtigste verjaardag vieren, en we waren allemaal uitgenodigd. Wij waren blij dat we in ieder geval die avond nog live hadden mogen meemaken, maar we hadden geen haast hoeven hebben want hij treedt nog altijd op, en nog altijd even briljant.
Zijn muziek past bovendien perfect bij de herfst en dat onbestemde, melancholische gevoel dat bij dat seizoen kan horen. Zoals hij zelf zegt: "I feel best in that little space between a smile and a tear".
Daarom; dompel je onder in het herfstige 'Theme from Midnight Cowboy:

1.10.10

"Schuldgevoel. Krijg je nooit weg..."

Ergens in april van dit jaar had ik ruzie, ja echt, met Nona.
En wat ik bijna nooit doe, deed ik toen wel; ik zette haar op de gang om af te koelen. Maarja, niet iedere ruzie leent zich voor een dergelijke aanpak, en niet ieder kind laat zich zomaar uit de aandacht naar de gang afserveren. Zo ook Nona niet. Luid protesterend stond ze achter de deur. Toen ze merkte dat ik niet meer reageerde, zal ze gedacht hebben dat het kwam omdat ik de deur had dichtgedaan. En dus deed ze die maar weer open. Toen ik haar vroeg om de deur weer dicht te doen, deed ze dat niet, want Nona is een gezond en zeer normaal kind, en die doen zulks niet altijd braaf, zeker niet als er een relletje te onderhouden valt.
Ik deed dus, zonder omhaal, zélf de deur maar even weer dicht.
Meteen steeg er een vreselijke kreet op vanuit de gang.
En toen bleek dat...

dramatische pauze

...haar duim nog tussen de deur zat. Aan de scharnierkant.

nieuwe pauze voor alle moeders/vaders onder ons die nu even adem moeten happen

Ja. Dat was erg.
Een drama, rustig gezegd. Een bloed gutsend kind, een verwilderde rit naar de spoedeisende hulp, een formulier 'signalering kindermishandeling', vijf bezoekjes aan de plastisch chirurg vanwege een later ontstaan stukje wild vlees dat het herstel nogal vertraagde en pijn. Heel erg veel pijn. En voor mij een schuldgevoel the size of Texas. Uiteraard.

Wie ook nogal last heeft van schuldgevoelens is de heer Van Mourik. Die vertelde gisteren in het onvolprezen programma 'Man Bijt Hond' openhartig over het verlies van zijn vriend Leen.
Toen liepen er weer tranen over mijn wangen.
Kijk mee of het jou net zo "aangrijpt", vanaf ongeveer 5 minuut 30.

Get Microsoft Silverlight
Of bekijk de flash versie.

29.9.10

Schrijven

Nona zit in groep drie, en voor zover ik kan beoordelen vindt ze het er heel leuk. Het is een spannend nieuw jaar, waarin vele nieuwe vaardigheden geleerd worden. En dus zit ze 's avonds na het eten zélf uit haar leesboek voor te lezen, rekenen we ons een slag in de rondte en schrijven we zoals de spreekwoordelijke gekken en dwazen op onze schoolbord-deuren, maar niet op glazen.
En daar lezen we dan trots:

Pil (in roze)








en:

Pan,








en:

Wak,








en ook:


Inderdaad; Kát!

27.9.10

Shakin' all over

Quivers down the backbone, a shake in the kneebone, shakin' all over.

Eilen Jewell zal er iets anders mee bedoelen, maar voor mij geldt het voor afgelopen nacht, want: wat had ik het koud!
Voor jullie een fijn lied om de sombere dag mee op te warmen, dan ga ik ondertussen het het zomerdekbed maar eens voor het herfstexemplaar omruilen...

24.9.10

lijstje

Je moet een lijstje maken van dingen die je nog doen moet, dan kun je afstrepen, zei laatst iemand tegen mij.
Inderdaad. Een lijstje maken. Zover was ik zelf ook al gekomen.
Alleen dat afstrepen, hè?
Op een gegeven moment heb ik het lijstje maar weer weggeveegd. Want toen waren er weer nieuwere, dringender dingen die niet mochten worden vergeten, en het lijstje is maar twee deuren met schoolbordverf groot.
Ik werk thuis, dus dan denken mensen wel eens dat je de hele dag tijd zat hebt om van allerlei dingen tussendoor te doen. In werkelijkheid vind ik het nogal hollen tussen werk, Nona van school halen, naschoolse afspraken, boodschappen, afspraken met dokters links en rechts, afspraken op school met juf, met de ambulant begeleider, met het gemeentehuis vanwege verlopen id-kaart, achterstallig schilderwerk en ook nog wat huishouden, wat in de praktijk vaak neerkomt op met een klam lapje het huis door en verder een beetje door de wimpers kijken.
En dan kom ik soms aan bepaalde dingen niet toe. Of ik vergeet eens wat.
Maar dat zal dan wel aan mij liggen, hoor.
Begrijp me goed, ik vind het helemaal niet vervelend om al die dingen te doen, maar soms, heeel soms krijgt een mens wel eens de indruk dat er andere mensen zijn, die denken dat hun, kuch..., een thuiswerkmoeder zich maar een beetje door de dagen heen zwijnt. Terwijl ik bijna zeker ben dat je een rustiger, of in ieder geval overzichtelijker leven leidt met een fulltime baan buitenshuis.
There. I said it.
En toch, ik zou niet willen ruilen!
Voor geen goud!
Want dan had ik bijvoorbeeld deze live aflevering van 'de Snorkels':












moeten missen!

(Nona kreeg een EEG afgelopen donderdag. Spannend joh!)

15.9.10

The life & times of Japie

Japie is achttien jaar oud en dat is een respectabele leeftijd voor een poes. Japie's officiele naam luidt Jaap de Vries, en ik ken niemand wiens naam beter bij zijn persoon past.
Japie kwam, op mijn eenentwintigste verjaardag, bij mij wonen op mijn kamertje in het pakhuis aan de Lage der A in Groningen nadat een slinkse boer zijn kans rook toen hij mijn vriendin aan zag komen met haar blonde krullen, ronde ogen en een hart waar alle dieren op de wereld in passen. Voor mijn verjaardag had zij mij namelijk een enkele poes beloofd. Ik dacht daarbij aan een lieflijk, beschaafd stadspoezenmeisje in een decoratief kleurtje, maar in plaats daarvan kwam zij aanzetten met twee rood met witte boerderijkaters. De ene was een uiterst charismatisch en stoer bakbeest die we Gerard noemden en de andere was Japie, die toen nog heel klein en heel bang en ongelooflijk zielig was. "Twee?" riep ik vertwijfeld uit toen ik het gezelschap zag arriveren. "Jamaar", sputterde vriendin, "De boer ging die kleine verzuipen als wij hem niet meenamen!" Ze zette de mand op de grond en deed het deurtje open. Gerard kwam eruit geschreden, monsterde de kamer en ging vervolgens tevreden op de vloerbedekking liggen rollen. Dat zat wel snor. Japie echter sloop op zijn buikje de mand uit, zette het vervolgens op een verwilderd rennen en koos toen het verste plekje achter mijn koelkast uit als schuilplek, een veilige haven waar hij nog lang naartoe terugkeerde als er iets gebeurde dat hem angst aanjoeg. En er was veel dat hem angst aanjoeg. Het heeft lang geduurd voor Japie een beetje vertrouwen kreeg in de wereld om hem heen. Gelukkig had hij Gerard, de stoerste aller poezen als zijn lichtend voorbeeld en die volgde hij dan ook als een schaduw. Niet lang daarna breidde de familie verder uit, want ik ontmoette Stefan, die al na de tweede ontmoeting niet meer van mijn bank af te krijgen was en al gauw kreeg ik het benauwd met al die individuen op elkaar gepakt in dat kleine hokje twee hoog aan de gracht.
Ik kocht een huis. Met een tuin. In een wijk.
Stefan trok erbij in en nam zijn twee poezen mee. Gerard vond het best, maar Japie ervoer de komst van de twee indringers als een van de meest grove schendingen van zijn poezenrechten. Hij doorliep dit proces dan ook zoals ook mensen dat doen na een ingrijpende en schokkende gebeurtenis in hun leven; in de beroemde fasen volgens Kübler-Ross.
Vele pogingen heeft hij ondernomen om de twee arme katten de tent uit te vechten. Totdat hij doorhad dat zijn verzet zinloos was en de gasten permanent hadden ingecheckt.
Het leven ging door en de poezenfamilie dunde uit. De lieve zwarte kater van Stefan stierf op de allerzieligste manier denkbaar: na zijn penisverwijderings-operatie. Ja, het bestaat. En volgens de dierenarts die we destijds consulteerden kon het echt niet anders. Of de kater uiteindelijk aan zijn aandoening is gestorven of aan een gebroken ziel weet ik niet, maar een lijdensweg was het zeker. Japie zat er niet mee. Hij was blij met de achtertuin en had het veels te druk met het wegjagen van de buurtkatten. Regelmatig moest ik de tuin instormen om een krijsende, rondtollende kattenkluwen uit elkaar te halen, maar vaak kwam ik te laat en had hij alweer plukken haar in zijn bek en tussen zijn nageltjes, gescheurde oren en pijnlijk uitziende, bloedende krassen op zijn neus. Het waren mooie tijden voor de plaatselijke dierenartspraktijk.
Het bericht van de verhuizing naar Nieuwegein werd door de katten niet met gejuich ontvangen. Ze wisten dat ze geen keus hadden, maar hielden het desondanks in hun drie mandjes op de achterbank twee uur lang vol om hun bezwaren kenbaar te maken. We moesten de raampjes van de auto openzetten vanwege hun whiskasadempjes. Japie was een zenuwinzinking nabij.
Na een tijd konden we de poezen weer een fijne tuin geven, maar Gerard was niet fit. Na onderzoek bleek dat hij een ernstige nieraandoening had en dat hij niet meer beter zou worden. Een slag voor ons, maar zeker voor Japie. Hij was zijn pater familias kwijt. Met wie moest hij nu optrekken? Tegen wie kon hij nu aan gaan liggen? Een ding was zeker: hij had een nieuw voorbeeld nodig. er zat niks anders op dan het maar aan te leggen met zijn aartsvijandin: Stefans zwart-witte damespoes, de weduwe van de lieve zwarte kater. Uiteraard ging dit niet zonder slag of stoot. De damespoes was na ruim tien jaar ruzie en gedoe echt niet van plan om zomaar vriendschap te sluiten met haar plaaggeest. Bovendien was zij een nogal individueel ingesteld type, die er totaal niet op zat te wachten zich nogmaals te binden. Zeker niet aan zo'n afhankelijk figuur als onze Jaap. Maar zij had buiten zijn aanhoudend karakter gerekend en kon uiteindelijk niks anders doen dan toegeven. Zo ontstond de meest onwaarschijnlijke vriendschap ooit, de innige vriendschap tussen eens gezworen vijanden. Of misschien dat de damespoes last had van het Stockholmsyndroom. De vriendschap hield echter stand en werd inniger en duurde tot we ook het leven van de damespoes, die plots aan een agressieve vorm van kanker bleek te lijden, moesten laten beeindigen.
En toen was Japie alleen. Het was de eerste keer dat ik een kat heb zien rouwen. Maandenlang is hij van slag geweest.
Maar ook aan deze situatie is hij gewend geraakt. Hij heeft beslag laten leggen op Nona's schoot, en begint de rust om hem heen steeds meer te waarderen. Hij is oud geworden en staat het grootste gedeelte van de dag op de "spaarstand". Slapend in het enige reepje zonlicht in de tuin of op het vloerkleed. De laatste tijd op de derde of vierde trede van de trap, waar hij dan steevast een aantal keer vanwege zijn schokkerige dromen vanaf kukelt. Rommeldebom-bónk, hoor ik dan. En dan een paar getergde miauwen waarna hij de trap weer opklimt en het hele ritueel weer van voren af aan begint.
De afgelopen weken was Jaap ziek. Hij at niks. Hij dronk bijna niks. Hij hing gedwee op mijn arm als ik hem optilde. Tegen de honden van mijn schoonzusje zette hij zijn haren niet eens meer omhoog, zelfs niet toen een van de twee hem op zijn schuilplek kwam storen. En, en toen begon ik me echt zorgen te maken, hij liet zelfs een schoteltje tonijn onaangeroerd. Voorzichtig bracht ik Nona op de hoogte van zijn toestand en bereidde haar vast voor: "Het kan zijn dat Japie hier niet meer bovenop komt, No." "Gaat 'ie dan dood?" Vroeg ze bezorgd. "Ja, dan gaat 'ie dood" antwoordde ik, want ik vind dat je om dat soort dingen niet al te veel heen moet draaien.
Maar toen. Op een avond kwam hij naast me staan tijdens het koken en miauwde. Hard. Niet zo klaaglijk als dat ik hem de dagen ervoor had horen doen. Nee, dit was zijn 'ik-heb-honger' lied. Ik gaf hem een half blikje voer van een merk dat hij voorheen consequent liet staan en hij viel erop aan. Daarna draaide hij zich om en miauwde weer luid. De rest van het blik ging erachter aan.
Ik zag hem wat drinken en ik zag hem zienderogen opknappen. "Het lijkt erop dat hij er weer bovenop is", zei ik tegen Stefan en Nona.
Maar het gaat niet echt goed met hem, dat zie ik ook wel.
Hij is een hoop kracht verloren; gisteren wilde hij op schoot springen, maar kwam niet verder dan halverwege en bleef hulpeloos hangen aan mijn been. Af en toe zie ik zijn achterlijf zwabberen alsof hij een borrel teveel heeft gedronken. Hij struikelt steeds over de deurmat.
Nona vroeg, hoopvol: "Gaat 'ie dan niet dood?"
"Nee. Vandaag niet, lieverd." Zei ik.
Vandaag nog niet.

8.9.10

Lachen

Als rechtgeaard moeder vind ik uiteraard mijn eigen kind de leukste, liefste, knapste, ontroerendste, noem maar op. In de dagelijkse praktijk echter vind ik opvoeden soms best lastig en zit ik heus niet heel de dag op een roze wolk te zwijmelen. En dat is natuurlijk maar goed ook. Enige realiteitszin moet je natuurlijk wel bewaren. Maar er is oprecht geen ander kind met wie ik zó de slappe lach kan hebben als met haar. Nona blijkt gewoon precies hetzelfde gevoel voor humor te hebben als ik. Zo ging ik gisteravond na het voorlezen nog even knus bij haar op bed zitten. Ik stopte haar lekker in en knuffelde haar eens flink. Vervolgens lagen we zo nog een poosje te kletsen over koetjes en kalfjes. Na een tijdje zwegen we en omdat ze er zo genoeglijk uitzag onder de dekens, vroeg ik: "Lig je lekker, moppie?" "Eehm... nee. Eigenlijk niet" antwoordde ze een beetje korzelig.
Verbaasd over dit antwoord zei ik: "Huh? Nee? Hoezo niet?"
"Nou, eehm..." begon ze. "Je ligt eigenlijk al de hele tijd op mijn voet..." Waarop ik onmiddellijk opsprong en we beiden in lachen uitbarstten. "Hahahahaha, vóelde je dat dan niet" brulde ze, en ook daar moesten we keihard om lachen.
Nou realiseer ik mij dat het altijd moeilijk is om anderen een we-hebben-toch-zo-gelachen verhaal te vertellen.
De aanhoorder krijgt vaak al dra een 'jehaderbijmoetenzijn'-erlebnis.
En daarom doe ik er, ter illustratie en opluistering, onderstaand filmpje bij. Door mij geschoten op een mooie vrijdagochtend in het bos bij de Bilt in het vroege voorjaar van 2008.
Je ziet schapen, maar je hoort mijn vriendin I., Nona en mij.
En geláchen dat we hebben!