13.4.12

Weg week

Ik had best wat te doen deze week, maar er kwam niet veel uit mijn handen. Een heftig snotneuzenvirus houdt mij in zijn greep. Ik deed dus alleen het hoognodige en zelfs dat  maar half. Gelukkig mocht ik vanochtend in mijn bedje blijven liggen. Ik heb daar dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. Uitgeslapen, beetje ontbeten, rondje in ochtendjas door de tuin en, omdat dat ook alweer veel te lang was geleden, een blogje maken.
Onlangs vierden we op Nona's school weer de jaarlijkse Montessoridag. Er wordt dan altijd iets leuks georganiseerd en dit jaar deed een heus circus de school aan. Gespannen keek ik van een afstandje naar Nona's gezicht toen werd uitgelegd wat de bedoeling was van al de materialen. Ballen lopen, jongleren, koorddansen, eenwielers... zou er wel iets bijzitten waaraan ze mee kon doen? Zakte haar de moed al in de schoenen? Eens te meer bleek dat ik me af en toe drukker maak over deze dingen dan zij. Er waren spullen voor ieders gading. De 'circusdirecteur' was een ongelooflijk energieke vent die zo geanimeerd kon vertellen en uitleggen dat alle kinderen uit twee bouwen muisstil en ademloos aan zijn lippen hingen (en wij, de hulpouders ook). Nona's gezicht straalde. Iedereen had ontzettend veel zin om aan de gang te gaan, het was een geweldige dag! Nona en mijn favoriet waren de chinese bordjes en de 'indianenstokken'. (bij dit woord verschijnen aan mijn geestesoog onmiddelijk grofkorrelige beelden van obscure mannenpraatgroepen, maar dat zal wel weer aan mij liggen) Overigens vertelde de moeder die bij de grote balanceerballen had geassisteerd dat Nona een heel rondje door de piste had gemaakt op de bal! Uiteraard terwijl zij zich vasthield aan een leuning en iemand haar hielp, maar zelfs dan was het nog een hele prestatie.
Al met al was het zo inspirerend dat ik de indianenstokken thuis heb nagemaakt voor Nona. Want niet alleen is het leuk om zelf een beetje te kunnen circussen in de achtertuin, maar met deze stokken spelen kan alleen met twee handen die een beetje samenwerken. Therapie Terwijl U Speelt. (win-win!)
Het was heel eenvoudig:
Al wat je nodig hebt zijn drie stukken grijze pvc buis, een klein stuk buisisolatiemateriaal, een strook dik plastic of dun rubber voor de franjes aan de uiteinden, en tape in veel kleurtjes.


 De chinese bordjes heb ik ter plekke bij het circus aangeschaft. Verslavend leuk!
En hieronder dan nog -hij mag niet ontbreken- de ultieme circuskraker: Entry of the gladiators heet het, en dat klinkt dan weer helemaal niet gezellig.


21.3.12

May your life be as awesome as you pretend it is on Facebook.

Het is een feit dat vele internetgebruikers zich in meer of mindere mate geintimideerd voelen na het lezen van de flitsende status updates op facebook, tweets of blogposts van hun honderden vrienden en door de fantastische levens die zij lijken te leiden. Zij vragen zich vervolgens voortdurend af waarom hun eigen leven zo bloody saai is. Terwijl; het leven is saai. Vaak. In ieder geval niet elke dag fabulous.
Niet dat ik nu een pleidooi tegen social media wil houden, integendeel zelfs. Ik ben dol op facebook! Maar ik herken mezelf wel in bovenstaande. Ik heb ook wel eens heel blij ge-update, of verslagen van fan-tás-tische weekendjes geblogd, waarbij ik dan natuurlijk de ongelooflijke stennis die 's ochtends tussen Stefan en mij was ontstaan over wat het dan ook maar zou kunnen zijn waarover men in een landurige relatie ongelooflijke stennis over zou kunnen maken, onvermeld liet. Om maar wat te noemen. Ter illustratie.
Goed, beter, best. Mooi, mooier, mooist.
Maar waarom eigenlijk? Waarom niet gewoon eerlijk? Ik pleit ervoor om ook eens een boekje open te doen over een totaal mislukt weekeinde. Of de toestanden met je kinderen. Het feit dat je nooit hippe feestjes afstruint. Als lezer denk je opgelucht: ah, dus bij hun gaat het ook altijd zo! En als schrijver is het ook wel eens fijn zulks te delen. 
Dit alles ging door mijn hoofd toen ik zojuist hier, achter de computer zittende, bedacht dat vandaag alweer zo'n dag was om niet over naar huis te schrijven. Of een blog te posten, want dat is wat ik nog wel eens pleeg te doen. In mijn hoofd heeft zich kennelijk toch vastgezet dat er niet te schrijven valt over zo'n dag als vandaag. Maar wacht, ik probeer het gewoon eens:
Het was vandaag een dag die begon met prachtig weer, maar met weinig energie. Ik zat, nadat ik Nona naar school had gebracht, tot half tien voor me uit te staren aan de eettafel. Ik dacht aan al de dingen die ik eigenlijk moest doen. De belasting, de administratie, de voorkamer afschilderen, de was. Maar ik kwam niet in beweging. 
Ik besloot het huis te ontvluchten naar het winkelcentrum te gaan voor een paar boodschappen. Ik sprak mezelf streng toe over op de fiets gaan in het kader van meer bewegen en milieu, maar nam uiteindelijk toch de auto. Op het winkelcentrum paste ik vijf broeken die ik allemaal niet verder dan mijn knieen kreeg. Daarna ging ik naar school, -nu wel op de fiets- omdat ik had beloofd te helpen met de verkeersweek. Uiteraard kwam ik er pas daar achter dat ik een educatieve rol had, iets dat me niet direct op het lijf geschreven is. Ik begeleidde drie groepjes van tien kinderen en was na afloop afgepeigerd en schor omdat de drie, vier en vijfde groepers natuurlijk dol van lente waren, en van buiten spelen en de foutieve aanname dat er op de eigen fietsen mocht worden rondgescheurd op het plein, en bovenal niet vreselijk geinteresseerd bleken in links-rechts-links kijken op een gekrijtte kruising. Gekruitte krijsing.
Ik ging naar huis en hing toch nog een wasje aan de lijn.
Ik ging terug naar school en zei nee tegen een speelafspraakje van Nona, onder andere omdat ik aan het eind van de middag nog moest werken en dat logistiek vaak gedoe oplevert. Toen ik een uurtje thuis was, belde de instelling waar ik zou werken om af te zeggen wegens een dingetje daar. Had Nona dus toch kunnen spelen.
Ik ging boodschappen doen en miste een oproep van een afgeschermde beller, die ik dus niet terug kon bellen. Ik kookte en bracht Nona naar bed. Ik las nog wel heel geanimeerd voor uit Harry Potter (de scene waarin Ron een brulbrief van zijn moeder ontvangt kwam speciaal goed uit de verf, al zeg ik het zelf) en keek daarna tv, totdat het bedtijd werd. Gelukkig zag ik nog net dat de computer nog aan stond. Ik zette hem aan om hem uit te zetten en van het een kwam natuurlijk weer het ander, dus nu zit ik hier weer veel te laat te tikken. 
Goed. Nu weet ik het. Er valt dus best te schrijven over zo'n dag als vandaag. 
Maar of dit nou... 
Misschien volgende keer toch maar weer aftoppen met een magisch jusje van lieg. En misschien een blije familiefoto. Wat was daar ook alweer mis mee? Eigenlijk?







11.3.12

The making of...

De Nimbus 3000 (het ge-upgrade modelletje)

Toen we van de week door het park fietsten had ik al gezien dat de wilgen waren geknot en dat de takken er nog lagen. Katjes eraan en al.
Gisteren maakte Mieke, Nona's fysiotherapeut/paardrijjuf, de details van het jaarlijkse ponykamp bekend: Het thema dit jaar is: Heksen. En je moet je eigen bezem meenemen!
Met een verrukt gezicht keek Nona mij aan. Wij zitten momenteel diep in de Harry Potter fase, dus dit nieuws paste prachtig  in haar wegiswegje. Een nimbus 2000, ik wil een nimbus 2000, fluisterde ze mij toe. Ik dacht aan de wilgentakken en beloofde haar dat wij de mooiste nimbus in elkaar gingen knutselen die ze ooit gezien had.
Vandaag was het zo'n mooie dag dat we meteen aan de gang konden. Met ons drieen togen we het park in en haalden daar een hele bos takken.
Thuis sorteerden en knipten we ze nog een beetje op maat en terwijl Nona vertrok om met wat meisjes uit de buurt te gaan spelen, was het aan mij om de bos deugdelijk aan de steel te knutselen.

Ik heb de blaren op mijn vingers, maar het resultaat mag er zijn:



Nona vloog uit om de nimbus te gaan showen en binnen een half uur stonden er twee buurdames op de stoep die ook wel zo'n mooie bezem wilden! Hup, opnieuw het park in en twee extra nimbi geknutseld.
Nieuwegein is drie blije heksen rijker.

7.3.12

Jeronimo is dood II

Het kan zijn dat ik mij niet meer zo snel de pis aan de kook laat brengen door vaag nieuws sinds de affaire 'brand in Zwitserland' bij ons thuis, vroeger. Zwitserland-gate.
We schrijven het jaar negentienvijf-zes-zeven- of achtentachtig. Mijn moeder staat voor de tv, misschien staat de radio tegelijkertijd aan en ze zapt, de ogen nog dik van de slaap, koortsachtig langs alle zenders. Toentertijd nog maar een stuk of drie denk ik, dus dat ging lekker snel.
Op de vraag wat ze aan het doen is, begint ze te ratelen: ze heeft gehoord dat er een enórme brand is, ergens in Zwitserland, echt waar, alles staat in brand en ze kunnen het maar niet blussen, er is zelfs aan omringende landen gevraagd of die versterkende brandweerteams willen sturen! Wow, dat is nieuws! Wat staat er dan zoal in de fik, willen wij natuurlijk weten. Nou, dat weet mijn moeder ook niet precies. Maar een ding weet ze wel; het is heul verschrikkelijk.
Toch gek dat half Zwitserland in de as ligt en geen enkel journaal melding maakt van de ramp. Geen onderbroken uitzendingen, geen newsflashes, niks. Hoe moeten we nu uitvinden waar onze hulpgoederen;  dekens en overgeschoten huisraad naartoe moeten worden getransporteerd? Ogottogot, die arme mensen toch.
Om een lang verhaal enigzins in te korten: na een journaal of drie moest mijn moeder dan toch schoorvoetend toegeven dat ook zij begon te vermoeden dat zij het hele rampverhaal misschien wel gedroomd had. Zou kunnen hebben.
U hoeft zich alleen maar af te vragen: bestaat Zwitserland?, en u weet het antwoord ook.
Gelukkig maar, want wat zouden we moeten zonder dat gezellige gebrabbel, de koekoeksklokken, het belgelui der gele koeien, de Alpjes, de mogelijkheden op het gebied van fiscaal aantrekkelijk gefiedel, het is verrukkelijk, Zwitserland en we zijn blij dat het niet is afgebrand!
Het zou dus kunnen, dat hier, in dit verhaal, de oorzaak ligt van het vlot weglachen van Nona's nieuws over de dode Jeronimo. Arm, arm kind. Vanavond deed ik het verhaal nog eens uit de doeken aan Stefan, schaterlachend natuurlijk. Nona zat erbij en baalde als een stekker. "Ik zeg het jullie nog een keer: het is wáár!" riep ze getergd, en dat hielp helemaal niks. Wij hadden het hele verhaal al beoordeeld als quatsch, een grappige droom, en niks wat zij zei kon daar verandering in brengen.
Ik had haar natuurlijk serieus moeten nemen, heks die ik ben. En dat deed ik niet, alleen maar omdat ik zo dol ben op Zwitserlandgate-achtige verhalen.
Zojuist deelde mijn wederhelft, na een kennelijk iets doeltreffender dodejeronimozoeksessie, mij droog mede: "Nou, het is toch waar hoor. Hij is dood. Jeronimo."
Kijk maar:
http://zapplive.ncrv.nl/uitzendinggemist/fragment/zppdelict-met-jeronimo
T is wat.

Jeronimo is dood

"Jeronimo is dood." Mijn dochter meende mij vanochtend, nog voordat ik mijn ogen goed en wel open had gedaan, deelgenoot te moeten maken van dit droevige nieuws. "Oh?" zei ik. "Wie is dat eigenlijk, Jeronimo?" "Dat is een zanger, Jeronimo." wist zij. "Oh." Ik was er even stil van. Jeronimo, het zei me eigenlijk niks, ook niet in de verte. De indiaan Geronimo, die ken ik wel. Maar is dat een held waar hedendaagse kinderen mee dwepen? Lijkt me niet. Dan heb je nog de muis Geronimo, maar die zou zij niet met een zanger verwarren. "Hoe komt het dan, dat Jeronimo dood is?" vroeg ik. "Dat is denk ik een beetje te akelig om aan jou te vertellen" zei Nona bedachtzaam. "Wil je het echt weten?" "Ja, natuurlijk, vertél!" zei ik. Wat een briljante verkooptactiek legde mijn kind hier even aan de dag. Ineens was ik vol aandacht voor die onbekende Jeronimo. "Nou"... ze pauzeerde een momentje voor het effect, "Hij is gestikt door een van zijn fans. Akelig, hè?"  Nou, dat was inderdaad akelig. Als het waar was. Want ik ken mijn dochter langer dan vandaag, en dit nieuwsbericht begon de contouren te krijgen van een fantasieverhaal. Ik greep naar mijn telefoon, want ik was nog niet opgestaan en sinds ik kan internetten op mijn telefoon doe ik dat ongeremd, te pas en te onpas en het liefst in bed. Zó handig! Weet niet hoe ik al die jaren zonder kon, maar dit terzijde. Google gaf melding van een wel degelijke zanger Jeronimo, maar die was -gelukkig maar- niet dood, tenzij Nona een scoopje had. Wat ik niet denk hoor. Daar heb je toch connecties voor nodig die zij niet heeft.
Ze had het vast gedroomd. Ik liet het er maar bij.
We gingen naar school, waar een leuke minitentoonstelling was over de oertijd. Nona liet me haar zelfgekleide dinosaurier zien - ook al dood, nahja: uitgestorven- en toen ik weer thuis was, vond ik de krant toch nog op de mat (die al de hele week niet gewoon op ochtendkranttijdstip bezorgd schijnt te willen worden) met op de achterkant een uplifting tweet van de tv-visagist Thijs Willekes. "Een hele sexy maar bovenal stralende morgen voor iedereen!" luidde die.
Briljant. Weg met het ouderwetsche 'goedemorgen'. Vier het leven en vier het glamoureus, ook op een grijzige woensdag! Ga'k ook doen.
Dus.
In navolging van Thijs aan u allen en vooral ook aan Jeronimo, de levende zanger: séxymorgen!
En maak er nog een gezellige dag van!

23.2.12

voorjaarsvakantie II Een dag in beeld

Op tijd uit bed en dan op weg. Wij hartje Naturalis!






















Non plus ultra; tot hier en niet verder.
Nouja, alleen nog naar huis dan.

22.2.12

voorjaarsvakantie

Niet iedere schoolvakantie hoeft wat mij betreft volgestouwd zitten met uitstapjes, maar af en toe even de hort op is wel erg leuk. Vandaag bezochten we het Cobra museum in Amstelveen. Er was een tentoonstelling: 'Klee en Cobra. Het begint als kind.' Een paar werken trokken speciaal de aandacht.

Falbo II

Zoals dit schilderij van Asger Jorn dat een treffende weergave van Nona tijdens een woedeuitbarsting is. Nona heeft niet altijd haar emoties in de hand. Tja, da's een kind, denk je nu. Maar Nona heeft een league of her own wat woedeuitbarstingen betreft. Alle opgekropte frustratie komt er dan in een keer uit en berg je dan maar. Zelf zegt ze dat haar bloed begint te koken en dat ze zich dan voelt alsof ze een vulkaan is die uitbarst. En ik weet niet wat beangstigender is, een uitbarstende vulkaan of een uitbarstende Nona. We hadden haar Etna moeten noemen. Hoe dan ook, dit is een memorabel stuk en ik wou dat ik de drieenveertigduizend euro zelf had rondslingeren, want dat was het bedrag waarvoor het een jaar of twee geleden van de hand ging.




Ook in de toiletten van het museum vielen er nog bijzondere gezichten te ontdekken. Een heel vriendelijk snoetje hing er aan de wand. Ik kiekte het met de telefoon, en zo was het cirkeltje rond.
En voor degene die nou denkt: huh? jij kón toch helemaal geen fotoos maken met je foon? Klopt, ik heb dan ook een nieuwe! Helemaal blij ben ik ermee, want het is een aaifoon en die wilde ik zo graag, maar dit natuurlijk geheel terzijde. Nona is er ook helemaal bij mee, want de eerste app die ik erop zette was toca hair salon, volledig volgens de regels van inonsstraatjepassende dingen. Nu knipt, kleurt en föhnt zij zich drie slagen in de rondte.
En ik maar wachten tot onze falbo op bed ligt en ik mijn  foon eindelijk weer in mijn armen kan sluiten.



Ach, lollig is het wel.
Nóg een setje snuite(rs)n:











14.2.12

Let me go wild, like a blister in the sun

Net wat deze saaiige dinsdagochtend nodig had:
Ik liet de melk ietsje te heet worden, dus er kwam een vel op. Yuk. Ik wou hem er net afvissen toen ik zag dat het velletje daar een feestje voor zichzelf aan het houden was. Hee, grappig:


Ook dansen als melk in een kopje of een blaar in de zon? Klik! (een hele gezellige versie van Nouvelle Vague)


Fijne saaiige dinsdag nog!


12.2.12

M. P.

De naam van de veilingsite roept beelden op van een gezellige dorpsbraderie in de zeventiger jaren, maar binnen enkele seconden nadat je de virtuele handelsplek hebt betreden weet je dat deze vergelijking volledig mank gaat. It's a jungle out there.
Niemand houdt zich er aan de sociale conventies, er worden soms belachelijke prijzen gevraagd én geboden, en afspraken worden net zo gemakkelijk gemaakt als verbroken.
Een tijdje terug zocht en vond ik een nieuwe-oude computer. In no time hadden we de deal rond, adressen gewisseld en een voorlopige afspraak gemaakt voor het ophalen. De volgende dag mailde ik de man dat ik de afgesproken dag niet ging halen en stelde een andere dag en tijd  later die week voor. Hij ging akkoord, 'geen probleem' zei hij nog.
Eén dag voor de afspraak mailde hij mij de volgende bondige tekst: 'Gaat niet meer door, me broer wil 'm wel overnemen, Sorry.'
Wraakzuchtig googlede ik op termen als 'overeenkomst e-mail bindend' en 'mondelinge afspraak bindend' en vond mijn juridische gelijk. Maarja.
Ook al had ik zijn n.a.w gegevens, je gaat toch niet zover 35 kilometer naar iemands huis te rijden om hem ter plekke tot verkoop te dwingen. dat is meer iets voor MichaelDouglasinFallingDown-achtige mensen. Zover ben ik niet. Nog niet.
Toen had ik het wel even gehad met marktplaats.
Maarja, ik ben een zielige armlastige vrouw met voorliefde voor veel te dure spullen, dus ik keerde er terug.  En bracht er een bod uit op een item. Ik stuur altijd een e-mail mee met wat toelichting, en aan het eind nog vriendelijke groeten enzo; the works. Niet iedereen ziet daar het nut van in. Wat volgde was een inktzwarte uitwisseling van ultrakorte zinnen. Op mijn bericht kreeg ik als antwoord: "s goed kom je m halen". Een beetje overvallen sputterde ik nog iets over eerst zien en testen enzo en, ook belangrijk: "... en waar moet ik zijn?" Hierop kreeg ik het cryptische antwoord: "ik ben thuis".  En twee seconden later: "ik woon in ..."
Nou, en toen durfde ik niet meer, hè. Wat een griezel! Ik zag mezelf al dood in een desolate flat liggen, beroofd van mijn geld, met Nona moederziel alleen in de auto op de parkeerplaats, want ik was alleen thuis en had haar mee moeten nemen op deze heilloze onderneming.
Maar in plaats van lekker niks meer van me te laten horen, zoals de mores van mp voorschrijft, zit ik dan dus serieus een kwartier te piekeren hoe ik er netjes onderuit kan. Eerst schoof ik het met een smoesje op de lange baan. Iets over misschien volgende week enzo. En vlak voor ik naar bed ging durfde ik nog snel: "Ik zie er toch vanaf" te mailen. Lekker kort, volgens het adagium: when dealing with creeps, do as the creeps do.
Had ik nog even mijn inbox gecheckt, dan had ik mij het gedoe kunnen besparen. Want ik had ook een berichtje van hem:  "best herma hij is weg".
Fjew.




Alle citaten: sic.







10.2.12

Lamp, lamper, lampst

de lamp 'as is'
Leuk he, onze nieuwe eettafellampen -er is vast een korter woord voor, maar dat wil me nu niet binnenvallen-.
Gewoon zelf bijelkaar gescharreld in de bouwmarkt.
Heel smaakvol minimalistisch enzo en, onder ons gezegd en gezwegen; ook nog e-nórm low budget, als we er niet een set van drie Roy Orbisonbrillen bij hadden hoeven kopen.
Tot de avond viel was ik heel tevreden over mijn eigen geknutsel, maar toen gingen we aan tafel en mochten de lampen voor het eerst aan.
Doe er een kapje om! riep Nona met samengeknepen ogen. Pak de zonnebrillen! Of mijn slaapmasker! (ja, die heeft ze echt. Van haar juf gekregen, en ja, dat riep bij mij dezelfde vragen op als bij u nu. Sindsdien weigert ze te gaan slapen zonder het ding. Dat is nog een apart log waard, maar dat doen we een andere keer.)

Het was niet uit te houden, het licht was veel te fel. Lamp weer uit, kaars aan. Je wilt tenslotte weten waar je je vork in steekt.
En nu?
Bouwmarkten hebben niet al te fraaie spaarlampen in zo'n zelfde globemodel te koop. Wel eco, maar het hele idee naar de filistijnen, natuurlijk.
In de bouwmarkten mogen geen kopspiegelglobelampen meer verkocht worden. Op internet vond ik globelampen in kopspiegel en spiegelrand variant in vele soorten en maten, maar die zijn alleen in grote aantallen te bestellen en dat gaat me dan ook weer te ver, voor 120 euro lampen via internet aanschaffen.
Waar gaat dit verhaal eigenlijk naartoe, wilt u vast ook dit keer weer van mij weten.
Nou, tips beste lezer, ik wil graag & sta open voor tips.
Weet u wat; ik zet alvast wat alternatieven op de foto en dan mag u mij helpen als u wilt, natuurlijk. Maarach, het is toch bijna weekend en met dat schaatsen hebben we het alweer gezien toch?

met een spotje
Komt ie:
kopspiegel peertje


k.k. koddig kapje
de kaars



6.2.12

Krabben

Vindt u het ook zo fijn, dat droge winterweer? Ik wel. Maar ondanks dat de autoruiten 's ochtends brandschoon zijn, sta ik toch dagelijks met de ijskrabber in de hand. Op het enkele glas in onze slaapkamer staan elke ochtend  millimeters dikke ijsbloemen te bloeien. Brrr.
En ook het woonkamerraam heeft zijn eigen krabwensen, de artistieke uitingen van Nona voor de kerstdagen gingen er makkelijker op dan af:
Of misschien dat ik niet tot 6 februari had moeten wachten met het weghalen?

2.2.12

Kapers

Branchevereniging doet niet geheimzinnig over twijfelachtige bedoelingen.


Hmmm. Is dit nou slecht- of zeer goed georganiseerde misdaad ?

Oh well.
Laat ik meteen even het ontwerp van mijn nieuwe klantenkaartjes (achterkanten) showen:






28.1.12

's nachts, in Nieuwegein

Tot een heel eind na middernacht zat ik gisteravond nog achter de computer. Ik was bezig droedels tot stickers te scheppen en te dubben over mijn nieuwe klantenkaartjes. Uiteindelijk schreef ik nog een blogje over de droedels en sleepte me groggy naar de slaapkamer.
Om tien over drie ontving ik een sms. Hij kwam van Nona's fysio/paardrijjuf met de tekst: "sorry, feestje! Morgen les om kwart over tien". Een antwoord op mijn eerder die avond verstuurde berichtje naar haar. Ik overwoog een smsje terug te sturen, iets met: "nou dan ga ik maar vast boterhammen smeren", of : "L.O.L!". Maar ik was al te slaperig en aangezien er nu toch nog matineus aangetreden moest worden kon ik maar beter als de duvel gaan slapen, in plaats van keten met de fysio in het holst van de nacht, iets dat altijd makkelijker gezegd is dan gedaan.
Rond vieren werd ik wakker van Nona die in haar slaapkamer rond liep te scharrelen. Ze eindigde met een toiletbezoekje en ik zakte weer terug in een oppervlakkige doezel.
Om ongeveer half vijf schrok ik op van rumoer buiten. Herejezus, (excusé le mot) mompelde ik tegen Stefan, wat is er nóu weer aan de hand? "Doe normaal!", hoorde ik een geagiteerde mannenstem roepen. Ik hees mezelf overeind. Daarna: "Hou op man, ik heb niks!" Dit alarmeerde mij. Ik trok de gordijnen open en zag een scooter op straat liggen en een fiets. Twee jongens stonden op een andere jongen in te beuken. Dit was foute boel. Op slag helemaal wakker hees ik het raam omhoog en schreeuwde op mijn allerkeihardst: HEEY! ÓPGESODEMIETERD! DONDER OP! De twee gozers schrokken zichtbaar, lieten hun slachtoffer los en holden naar hun scooter. Zo snel als ze konden vlogen ze er vandoor. Ik holde naar beneden en op mijn blote voeten naar buiten. De overvallen jongen stond nog op straat, hij maakte een hulpeloos gebaar. Ik nam hem mee naar binnen, en belde de politie. "Ze hebben mijn portemonnee en mijn telefoon, en ze wilden mijn pincode", vertelde de jongen. "Ze bleven maar op mijn hoofd rammen". Hij was zichtbaar en heel begrijpelijk erg aangedaan.  Hij herhaalde het nog een aantal keren, hij kon nog niet helemaal bevatten wat er was gebeurd. En dat voor die paar rotcenten. Ik wist niet goed wat ik moest doen of zeggen. Adrenaline raasde nog door mijn bloed. We wachtten tot de politie tegen het raam tikte. "Oja", zei ik verontschuldigend, "de bel doet het niet". "O nee", zei de agent, "we tikken 's nachts altijd tegen het raam, dan maken we tenminste niet het hele huis wakker". Ik moest er wel om lachen. In de kamer zaten, behalve de jongen, Stefan en Nona allang klaarwakker en bijna volledig in de kleren, die hadden echt niet door mijn geschreeuw heen kunnen slapen. De jongen deed zijn verhaal tegen de twee agenten en ik bracht Nona terug naar bed zodat zij het rotverhaal niet hoefde aan te horen. Ze hadden hem al - bivakmutsen op- op het stille stuk bij het park hier verderop staan opwachten en geprobeerd van de fiets te trekken. Goddank was het hem gelukt overeind te blijven en door te fietsen, zodat hij de bewoonde wereld al bereikt had toen ze hem te pakken kregen. En gelukkig dat dat ongeveer ter hoogte van ons huis was, want ik ben altijd de enige van de hele straat die 's nachts altijd alles hoort. Echt, als je voor ons huis langs fietst 's nachts, dan kun je niet op je achterhoofd krabben, of ik hoor het. Niet zo leuk voor mij, maar in dit geval wel fijn voor de jongen. Want hoewel ze zijn spullen al uit zijn zakken hadden gerukt, hebben ze zijn pincode niet uit hem geramd, want toen hing ik dus al krijsend tussen de gordijnen. De agenten vertrokken met de jongen naar het bureau. "Dan kunnen deze mensen ook nog even slapen". Maar eenmaal in bed wilde de slaap natuurlijk niet komen. Ik dacht na over de jongen die een heel leuke avond had gehad tot die zo afschuwelijk geeindigd was. Je portemonnee en telefoon moeten afgeven is een ding, maar dat geweld, dat slaan tegen je hoofd, dat raak je zo maar niet kwijt. Fiets je ooit nog rustig 's nachts na een feestje naar huis als zoiets je gebeurd is? En zijn ouders! Zelfs al is je kind al volwassen, dan wil je het toch nog in bescherming nemen tegen dit soort dingen? "Dit is nou precies waar ik zo bang voor ben als jij een avondje uit bent" zei ik tegen Stefan. En ik dacht aan hoe het straks is, als Nona op de leeftijd is dat ze met vriendinnen uit wil. Hoe kan ik hem en haar (en al die eenzame fietsers die 's nachts voor ons huis langs fietsen) beschermen tegen zulk tuig? Allerlei dingen waar ik normaal verre van blijf passeerden nu ineens de innerlijke revu. Camera's, bivakmutsverbod, recht in eigen hand nemen.
Ik viel in slaap vlak voor de wekker ging.

Soundtrack:
Souljacker part 1.
Omdat het gewoon.


Droedels

Ik ben bezig met het maken van (onder andere) een stickerboekje (klik). Leuk om als beloning aan mijn kleinere klantjes uit te delen na afloop van een knipbeurt. Op dit moment sleep ik nog een blik met goodies (ballonnen, bellenblaas etc.) met me mee, maar die is eigenlijk een beetje te groot en onhandig en valt me net te vaak uit mijn handen en dan ligt de inhoud tien meter in de rondte verspreid. Lig ik weer onder tafel bij een klant m'n boeltje bij elkaar te schrapen. 
Toen ik onlangs getuige was van Nona's uitsloverij bij de fysiotherapeut om een stickertje te verdienen, kreeg ik op slag inspiratie.  Weg met dat blik, in come the stickers. Zo'n boekje is veel handzamer en ik heb genoeg droedels op de plank liggen om nog een hele tijd vooruit te kunnen.

26.1.12

Snorremans



Ohlalá, Herculette Poirot!
make gif