26.8.11

Natte neuzen dag


Dit is de kittiekatkamer vandaag. Donker, rommelig en er ligt een bundel snotterend kind op de bank. 
Welbeschouwd is er hier geen sprake van ziek met hoofdletter 'z', maar soms ben je moe en lamlendig en is het gewoon heel erg fijn dat er een bedje op de bank voor je wordt gemaakt waar je je, nadat je dikke korsten snot van je gezicht hebt geschraapt en uit je haar hebt gewassen, en gekleed in een frisgewassen tricot-ensemble heerlijk in kunt vleien. Nona zuchtte eens diep (en gelukzalig) en zette toen de tv aan. En zo ligt ze nu al een uur. Er zit dus niet veel muziek in, maar ik denk dat haar batterijtje wel op 'charge' staat.
Je zou er zo bij gaan liggen.
Maarja. 
Ik zag plots nog een snotneus. Die van ons schuttingbeestje, dat eigenlijk een erfstukje is van de vorige eigenaar van ons huis dat we hebben laten hangen. (U had dat opgetogen snuitje ook niet in de container kunnen gooien, hoor!) Dus die moest ook op de foto. En toen moest natuurlijk meteen een logje worden getikt. En nu moet ik echt gaan douchen. 


25.8.11

++

Op andervrouws blog (diditellulove) zag ik een post met een illustratie van de Britse illustratice Julia Pott. Ik moest meteen denken aan de geweldige video die ik ken van deze kunstenares, 'my first crush' heet het. Ik ontdekte het korte filmpje al een aantal jaren geleden, maar zoals dat soms gaat met dingen, verdween het een beetje uit mijn herinnering. Gek eigenlijk, want ik vind het zó mooi. Ik heb het filmpje net weer drie keer achter elkaar gekeken en kan er rustig nog tien keer naar kijken en toch telkens weer moeten grinniken en opnieuw ontroerd zijn.
Gelukkig zijn Julia en MFC nu weer terug in mijn werkgeheugen en deze keer plak ik het hier.
Om telkens te kijken en weer te kijken en te kijken en te kijken.

Dus.
Without much further ado:


P.S. Julia Pott heeft nog veel meer moois gemaakt! Klik voor haar site.

20.8.11

Moois van Anna Ternheim

Normaal gesproken hou ik van een beetje actie, qua muziek. Maar dit is een hele mooie uitzondering op mijn regel. Ontdekt door de serie Wallander, waar dit tijdens de aftiteling speelde.

En aangezien ik u allen al zeer effectief heb weten weg te jagen met mijn voorlaatste log, kan het uploaden van een saaie video niet veel schade extra toebrengen...
Maar dan, voor de liefhebber: (met de ogen dicht! Of int donker!) genieten van dit moois.

14.8.11

Aarde(n)

Gisteren brachten wij een prettig dagje door bij M. en J. die in het centrum van Groningen wonen. Van achter de hoge ramen in hun woonkamer loerde ik naar het stadse leven dat beneden op straat voorbij trok. Geweldig vond ik het!
Vanochtend trof ik bij de krant geheel toevallig een "er gaat niets boven Groningen" foldertje en er overviel mij zeer onverhoeds een grote golf van heimwee. Wat gek was, want wij wonen alweer dik tien jaar tweehonderd kilometer van Groningen vandaan, en tot dusver had ik nog geen klachten van dien aard gehad. Gauw repte ik mij voor troost de tuin in. Ik struinde, fotografeerde en snuffelde, joeg een woelmuis (niet helemaal) weg, en kwam weer een beetje tot mezelf. Mijn tuin, mijn eigen stukje Nederland. Ons groene paradijs, de bende en het onkruid ten spijt.
Toen was het weer goed. Kijk maar:

Dit zijn de bloemen van het gewone keukenkruid bieslook. Er wordt gezegd dat je de knoppen van de bieslook weg moet knippen omdat de energie die de plant in het ontwikkelen van de bloemen stopt ten koste gaat van de smaak. Maar dan mis je dus dit!  (En ik merk niks aan de smaak, trouwens.)

Jammer dat je geen geuren kunt uploaden. Dit is de roos Mme. Alfred Carriere. Ze is nieuw in onze tuin, maar voelt zich er al helemaal thuis. Ik kan niet wachten tot ze zich omhoog heeft gewerkt en een collaboratie aangaat met de kamperfoelie die van de andere kant van de pergola komt aanwinden. 

Mijn favoriete plant; Verbena bonariensis, oftewel ijzerhard.  Een tijdlang weggeweest uit de tuin, maar inmiddels weer terug. Gelukkig! Hij bloeit de hele zomer door. Bijen zoemen af en aan. 

Pyjamavliegen (snorzweefvliegen) op de anemonen, die elk jaar wilder en groter lijken te worden. (de anemonen, niet de beestjes, gelukkig!) Een bende, zoals ik al zei. Maar prachtig.
Overigens zijn deze zweefvliegen welkome gasten in de tuin, hun larven  leven namelijk van bladluizen. Ze kunnen heel knap volledig "stilstaan" in de lucht. Ze hangen vaak vlak bij mijn (neongele) horloge, die ze erg interessant blijken te vinden. Ik heb net nog veel meer spannends over dit zo op het eerste gezicht onooglijke beestje opgegoegeld, maar daar zal ik jullie nu niet mee gaan vermoeien. Moving on naar nog meer beestjes:


Iedere ochtend loopt degene die het eerst in de schuur moet zijn molenwiekend het paadje af.  Vanwege de spinnewebben. 
Het lijkt wel herfst zoveel kruisspinnen hangen er al. Op het bruut hun weefkunsten afbreken 's ochtends vroeg na, laten we ze met rust. Hoewel ik laatst een bij heb bevrijd uit het web van de big mama in de frambozenstruik. Die was daar vast niet blij mee, maar bijen zijn me te lief. 

Weer een favoriet, een geranium (geranium phaeum 'springtime', voor de liefhebber.) Ooit hebben we er een paar plantjes van gekocht, en nu kunnen we er bijna een winkel in beginnen. Deze plant is een van de eersten die bloeit in het voorjaar. Maar ook nu verschijnen er nog steeds bloemetjes aan. Fantastische kleur en bont blad, wat je op de foto niet kunt zien.

Vrouwenmantel! Zou eigenlijk in geen enkele tuin mogen ontbreken. Deze foto doet niet helemaal recht aan de plant, dit is namelijk nog een heel jonkie. Soms trek ik ze tussen de tegels vandaan en plant ze terug in de tuin. Maar als ze wat groter worden, krijgen ze prachtig geplooide, waaiervormige blaadjes, die nogal harig zijn. 's Ochtends vroeg hangt er dan aan elk haartje en aan elk schulpje langs de rand een klein, glinsterend dauwdrupje. 

De frambozenstruik! Een paar maanden terug hadden wij telkens het nakijken met de frambozen; elke dag kwam er een merel ontbijten, lunchen en dineren. Hij keek mij dan met zijn brutaalste kop aan, monsterde de struik en nam vervolgens een geweldige duik tussen de takken. Altijd prijs. Maar ik denk dat de frambozen nu te hoog hangen voor de merel om van de grond af naartoe te springen, dus nu kunnen we zelf weer lekker snoepen.

Als laatste dan een  nieuweling in de tuin. Een Toorts is dit. Verbascum nogiets nogiets. Hoe ze heette ben ik vergeten. Maar ze is de ster van het nieuwe stukje achter de trampoline. Die we hebben ingegraven en omringd met bloeiende planten, zodat het verschrikkelijke ding iets minder zou opvallen. Wat vooralsnog niet helemaal gelukt is. 
Ach. Je kunt niet alles hebben.



14.7.11

Lekker weertje, niet? Een natte vakantiedag in woord en beeld.

Ik doe het niet graag, heus niet. Maar ik ga nu echt wel even klagen over de buitendeurse toestand. Nona en ik zitten al de hele dag met de playmobil te spelen. Tussen de middag speelden we restaurantje. Nona deed de kaarsjes aan en sneed komkommer. We hadden het een beetje koud, dus ik maakte pittige tomatensoep voor de lunch. Ook gaf ik Nona nog "permanent". Het was heel gezellig. Maar nu moet het maar gauw weer droog worden. Want een dag spelen is leuk, maar ik ben toch teveel groot mens en heb ook nog andere verplichtingen. Best jammer eigenlijk.

11.7.11

Ik ben verliefd.
Zucht.
Een onmogelijke liefde natuurlijk.  Klik!
Ach. Wat hebben we ook eigenlijk in Warffum te zoeken.
Zucht. Zucht.
En er was er nog een. Klik!
Prachtig, niet? Beetje werk nodig (kuch) maar dan héb je ook wat! En dan dat uitzicht!
Zo eens in de zoveel tijd zit ik weer eens een nachtje (ja, altijd 's nachts) op Funda te speuren naar fijne huizen. Die zijn er in overvloed. Maar helaas staan degene die binnen ons budget vallen vaak op de meest onmogelijke plaatsen. Zoals dus voornoemd Warffum. Of Westernieland. Leermens. 't Lage van de Weg. Je dondert op sommige plekken bijkans de Noordzee in, en met een beetje pech ben je nog geeneens aangesloten op de riolering ook. Maar toch; oh idylle! Romantiek! Ruimte! En dan sla ik aan het dromen. Hoe mooi de tuin zou worden en hoe ik het huis zou verbouwen en wat ik niet zou moeten vergeten na te gaan bij de inspectie. Zwam. Asbest. Loden leidingwerk. Noem maar op. In gedachten heb ik al een houten bankje buiten tegen de gevel gezet. Poes erop. Rode geraniums in de vensterbanken. Soms ga ik zelfs zo ver te googlen waar het dichtstbijzijnde schooltje staat.
Totdat Stefan mij weer uit de droom helpt.
Jamaar Herma, dat is toch helemaal niet handig? Wat moeten we nou in Warffum/Westernieland/Leermens/'t Lage van de Weg? We hebben alles toch hier?
Tuurlijk. 
Alles.
Zucht.
Ach, wie weet. Ooit...

2.7.11

Jay! Meezingen!

I’m not Roxanne, I’m not Eileen, I’m not Sharona
And I don’t  wanna study, work or stay at home
I’m Lindana (Herma) and I wanna have fun
I’m Lindana (Herma) and I wanna have fun
I’m Lindana (Herma) and I wanna have fun
I want, I want, I wanna have fun fun fun!

I’m not Veronica or Allison or Donna
And I don’t wanna scrub the sink or mow the lawn
I’m Lindana (Herma) and I wanna have fun
I’m Lindana (Herma) and I wanna have fun
I’m Lindana (Herma) and I wanna have fun
I want, I want, I wanna have fun fun fun!








28.6.11

Laatste loodjes voor de zomervakantie

Het is de laatste week voor de grote vakantie en morgen is dan de gevreesde dag daar: de laatste werkdag van Nona's juf.
Juf komt na de grote vakantie niet meer terug op school en dat is ontzettend jammer, want zij is een topjuf en we konden met haar, ha ha, lezen en schrijven. We zijn dan ook lichtelijk jaloers op die bloody bofferds in de vinexwijk waar juf haar ding komt doen vanaf volgend schooljaar.
Wat ook een beetje jammer was, was dat ik mij pas vandaag realiseerde dat het dus morgen haar laatste dag is, en wij dus nog vanmiddag hevig aan het werk moesten met zijn twee, Nona en ik. Want ik had natuurlijk al wel in gedachten allerlei leuks voor juf, maar concreet was er natuurlijk nog niks. Nou moet ik bekennen dat werken onder (tijds)druk mij eigenlijk altijd tot de beste prestaties brengt, maar het is dan uiteraard het fijnst als er verder geen factoren zijn die de flow kunnen benadelen, zoals daar vandaag bijvoorbeeld de temperatuur een enigzins nadelige invloed had op ons creatieve beesten.
Maargoed.
Het is volbracht. (tijd: 0:50. Dat wordt weer moeilijk, morgenochtend...)
Juf heeft een gezellig kado van ons uit te pakken morgen, en als kersje op de taart nog een mooie custom-made Nona-kaart voor derbij.



22.6.11

Mega Mindy's only got no arms!

Moest ik mij zorgen maken, vroeg ik mij vanochtend vertwijfeld af bij de aanblik van onze  Mindy. Gisteren had zij volgens mij nog gewoon vier ledematen, zoals wij van haar gewend zijn, vandaag waren er nog maar twee. Ik besloot er maar over te zwijgen. Tenslotte leek zij totaal niet gehinderd door dit gruwelijke feit, gemeten aan heur brede glimlach.
Nee, zorgwekkender vond ik de pose waarin zij zich bevond.
Zou het dan toch bestaan? De... matrix...?
Nee, waarschijnlijker is dat zij getroffen is door een kindermaatje 30 terwijl zij argeloos onder de eettafel lag te liggen. Waarom ik? moet zij haast wel gedacht hebben, hadde zij hersenen bezeten.



Hoe dan ook, hierdoor heb ik sinds vanochtend al dat ene liedje van hullie, weetjenog... toe, ik kom er niet meer op, dinges... in mijn hoofd.
Dat nummer met aan het eind die zanger die helemaal loosgaat: the drummer from Def Leppard's only got one arm, the drummer from Def Leppard's only got one arm, the drummer from Def Leppard's only got one arm!
Googlegoogle...
Oja, natuurlijk! The Bloodhound Gang! 'Why is everybody always picking on me' heet het.
En nou had ik hier graag even het videootje van dat leuke liedje geplakt, maar ik zal foto&videowise wel het maximale aantal Mb's bereikt hebben. Want mooi dat het niet lukt.
Daarom, heel suf, hier de link voor eenieder die denkt: oja, dat leuke liedje wil ik ook wel weer eens luisteren!

En in the meantime: Stom hoor, Blogger! Nou moet ik weer gaan uitvogelen hoe ik weer gewoon photoosch en video's op mijn bloedeigen blog krijg. Weten jullie eigenlijk wel welk een hel het is op internetfora?


21.6.11

Over tot de (wan)orde van de dag

Maar dat lukte niet zo goed.

En dus ging ik maar weer eens naar de kringloopwinkel.
Ik zoek namelijk al heel lang naar een niet-suffe lamp voor aan 't plafond in onze voorkamer. En dat is, vooral als je er geen kapitaal aan wilt besteden, heul niet eenvoudig.
Nou liep ik toch tegen de allerleukste lampekapjes aan!

Kykie:















Superleuk! Het zijn er vier. Maarja, ze hebben dus nog wel even wat werk nodig, alvorens een niet-suffe lamp te worden.

Volgende stap: mooi strijkijzersnoer kopen, stoer fittinkje derin en dan alleen nog bedenken hoe het geheel te hangen.



































Nah. Nog even over nadenken.

En ik vond ook nog dit superleuke mandje, dat onder een superdikke laag superplakkerige schmutzigkeit zat... 
Gelukkig hebben we heel heet water, groene zeep, allesreiniger, soda en oxi-wit. En borstels en sponsjes. Dus nu is hij schoon. Zo schoon dat zelfs Belle er wel even in wilde gaan liggen. 

19.6.11

Japie

Japie poes is dood.
En eerlijk, ik ben echt van slag. Ik was nog zo'n aardappeltje toen hij bij mij kwam wonen. 
Hij trouwens ook. 
Negentien jaren zijn verstreken en hij was er altijd. Alles gezien, overal bij. 
Maar aan alles komt een eind en negentien jaren zijn lange jaren voor een poes. 
Gisteren hielden wij zijn uitvaartje, als enige van al onze poezen kreeg hij een plekje in onze tuin.  
En voor daarop een mooie oranje -Jaapkleurige- steen van Nona. 

Dág Jaap. Goede reis, jong.


10.6.11

Het krampachtige kamp

Of ik meeging als leiding op het schoolkamp, vroeg de juf van Nona mij een aantal maanden geleden. Het hielp dat ze koos en niet zomaar lukraak rondvroeg en het hielp ook dat Nona nog wat extra begeleiding en zorg nodig heeft waar ik andere ouders niet altijd mee op wil zadelen, tenminste niet voor een driedaags kamp, dus ik zei ja.
'Geen probleem', zei ik nog. Wat eigenlijk precies tegenovergesteld was aan wat ik werkelijk dacht. Want ik zal hier maar eens een heel eerlijke ontboezeming doen: ik ben niet zo'n heel gezellige, ruimdenkende, losse moeder. In mijn hoofd is het altijd een drukte van jewelste en dus moet mijn omgeving een beetje ordelijk zijn. Ik word niet blij van gillende kinderen. En ik ben verre van een sociaal mens.
Niet bepaald karaktereigenschappen waar je wat aan hebt op een schoolkamp met honderdzoveel kinderen in de leeftijdscategorie van zes tot twaalf en een klupje uitermate getapte leidinggevende ouders. Er moest eigenlijk leiding mee voor de leiding in mijn geval, bedacht ik mij later.
Want naast bovenstaande slechte karaktereigenschappen heb ik ook nog eens de onhebbelijke gewoonte aan mij verstrekte documentatie aangaande planning en op handen zijnde bos- dan wel andere spelen niet te lezen, zodat ik altijd in opperste verwarring achter de meute aan loop te hollen in plaats van struis voorop, zoals het een leidinggevende betaamt. 'Jongens, hebben jullie goed opgelet'? Zwijn ik mij daar dan slinks doorheen. 'Leg het mij dan eens uit, zodat ik kan controleren of jullie goed geluisterd hebben!' En dan is er altijd wel een streberig kind dat mij haarfijn uit de doeken kan doen wat wij daar staan te ondernemen met die genummerde houten paaltjes, de rode stippen en al die hoepels. En zo komt deze leidinggevende dan gewoon toch nog weer op heur pootjes terecht.
Maar twee doorwaakte nachten maken een mens wat daas en een tikkeltje minder scherp.
De laatste ochtend zat propvol. In minder dan twee uur tijd moesten er net iets teveel kinderen tegelijk wassen, ontbijten, hun tassen inpakken en naar een ander gebouw lopen. Tafels moesten gedekt en weer afgeruimd. Het gebouw moest veegschoon worden opgeleverd en er lag een enorme hoeveelheid spelmateriaal dat over verschillende auto's moest worden verdeeld. De onderbouw kwam op bezoek voor de vossenjacht dus de vossen (Ja, natuurlijk wil ik wel een vos zijn. 'Geen probleem'.) moesten zich leuk verkleden. Als een stripfiguur. Maar niet te opvallend. (ligt het aan mij of is dit een contradictio in terminis) Ook moesten we daarbij nog even een setje vragen verzinnen, maar dat kon wel mooi tijdens het schoonmaken. Toen dit allemaal achter de rug was en ik me zwetend in mijn Wiske-outfit had gehesen, kwam ik tot de ontdekking dat alle andere striphelden al vertrokken waren naar hun plekje in het bos. Ik had tijdens het rondrennen op zoek naar Nona met haar schoenen onder mijn arm (zij had per abuis haar laarsjes aangetrokken, maar kan daarmee geen boswandeling van twee uur volhouden) de uitleg van de oppervos gemist en had geen idee waar ik nu naartoe moest. Helaas was Nona ook al vertrokken.
Enige optie was naar het andere gebouw te gaan en daar opnieuw informatie in te winnen en Nona alsnog van het correcte schoeisel te voorzien,  maar daar waren inmiddels alle kinderen ook aangekomen en die mochten mij natuurlijk niet zien. Althans, niet als Wiske. Gewoon een bospaadje afkuieren in een witte jurk valt geweldig op, dus besloot ik de auto te nemen. Mijn kapuchon trok over mijn kop om mijn pronte rode strikje te verhullen. Wiske from tha hood in haar oude volksie. Hos ja! Eenmaal aangekomen parkeerde ik de auto slordig tussen de bomen en sloop naar de achterzijde van het gebouwtje.
'Psssst!' Siste ik door het open raam. Ik probeerde de aandacht te trekken van de moeder van Nona's vriendinnetje die toevallig in de buurt stond. Ze stond met haar rug naar me toe en hoorde me niet. Ik probeerde het bij de bovenbouwer die ernaast zat en die me wel in de gaten had. 'Psssst! Roep even die mevrouw die daar staat voor me!' De bovenbouwer staarde me vol ongeloof aan en verroerde zich niet. 'Halló-ow!' Drong ik aan. 'Wil jij even aan die mevrouw vragen of ze buiten komt? Geen reactie. Ik begon wild te wijzen. 'Die mevrouw! Wil je haar even vragen! Of ze buiten komt!' Ik wees op mezelf. 'Voor mij!' Traag gingen de mondhoeken van het meisje omhoog. 'Ooo.... jij bent Súske!' 'Ja! Ja! Nee! Ik ben Wiske', riep ik, 'maar vraag nou even aan die mevrouw of ze naar buiten komt, de kinderen mogen me zo niet zien en ik moet haar echt spreken!' Eindelijk kwam het meisje in beweging. De mama van Nona's vriendinnetje kwam naar buiten. Gehaast overhandigde ik haar Nona's schoenen waarbij ik halsstarrig haar geproest trachtte te negeren.  Zo, schoenen kwijt, dat was alvast een zorg minder. Nu nog zien te ontdekken waar Wiske wezen moest in het grote bos. Te hulp geschoten leiding armzwaaide naar links. 'Die kant op, het rode pad volgen!'
Ik dankte  hartelijk en holde, gebukt, tussen de struiken door het bos in. 'Een leeg nummer zoeken!' Hoorde ik nog achter me roepen.
Maar een kwartier later had ik nog helemaal niks gevonden. Geen rood pad, geen vossen, geen kinderen en geen leeg nummer. Wel wat doordeweekse wandelaars die mij zonder uitzondering met hun gezicht in de neutraalste stand passeerden, of kwamen zij dagelijks een dolend Wiske met een smoel als een donderwolk en een hippe zonnebril op tegen bij het hond uitlaten. Ik voelde hoe mijn humeur richting vriespunt zakte en moest mij hevig verzetten tegen de aanvechting terug naar mijn auto te sluipen, plankgas naar huis te rijden om daar  het rode strikje aan flarden trappen in de achtertuin op de klanken van 'sympathy for the devil' en mij vervolgens over geven aan een bacchanaal met grote hoeveelheden drank, nog meer harde muziek en chocola. (want een helemaal normaal mens ben ik natuurlijk niet) In plaats daarvan sleepte ik mij plichtsgetrouw terug naar het vertrekpunt om daar nogmaals om aanwijzingen te vragen.
'Ja, maar je moet ook dáár naartoe', armzwaaide men nu plotsklaps rechtsaf. Moedeloos toog ik opnieuw een bospad op. Maar deze keer had ik meer succes. Al na enkele meters hoorde ik gesis vanachter de struiken. Het bleek een uit de kluiten gewassen Pocahontas met warrig nylon haar die mijn aandacht probeerde te trekken. Narrig stampte ik door het struweel naar haar toe en smeet demonstratief mijn zonnebril en rugzak voor haar moccasins. 'Ik heb het helemaal gehad! Ik loop al een half uur te zoeken naar jullie en ik weet geeneens mijn nummer' klaagde ik. 'En waar is trouwens Captain Smith?' (deze vraag negeerde zij) Het was genant. Ik voelde me gesloopt en uiterst labiel. En ik had helemaal geen zin meer in die vokkingvossenjacht. Het liefst ging ik een potje zitten huilen. Serieus waar. Gelukkig was alleen Pocahontas getuige van deze scene. Nadat zij mij een poosje moed in had zitten praten vervolgde weer mijn weg. Sluipend ging het weer door de struiken, maarja, de witte jurk verried mij natuurlijk in no time voor die verdomd frisse ouders die niet al drie dagen wakker en ongedoucht een stel ongeleide projectielen hadden moeten zien te vermaken. Dra had ik dus een kleine optocht van kinderen achter mij aan: 'Suske! Súuske! Blijf staan Suske!' Tja, zo kwam ik nooit bij mijn nummer. Ik leek verduld nog eens aan toe de rattenvanger van Hamelen wel. 'Jonges, jonges, even rustig', maande ik mijn jeugdige stalkertjes. 'Luister, ik moet ergens in dit bos zijn, maar professor Barabas heeft mij per ongeluk naar de verkeerde plaats geflitst met de teletijdmachine. Nu moet ik het laatste stukje nog even lopen', sprak ik eufemistisch. En ik ben Wiske jonges, Wis-ke. Nah, ik ga nu snel en dan zie ik jullie zo, okee?' En weg was Wiske. Wonderbaarlijk genoeg lag er niet veel later inderdaad ergens een landschapje met een nummer zonder vos waar ik kon plaatsnemen op een boomstronk en het geluk bleek zich inmiddels weer aan mijn kant te hebben geschaard, want het eerste groepje dat opgetogen aankwam ('Há, jij bent Suske!') bleek het groepje van mijn buurjongetje dus kon ik mooi even onopvallend om de spelregels vragen. 'Dus jongens, wat was alweer de bedoeling? Leg het mij eens uit, zodat ik kan controleren of jullie goed geluisterd hebben!'

18.5.11

Genoeg is genoeg

Beste Aan Mozilla Firefox Vier,
We hebben het niet altijd makkelijk gehad, maar jij en ik weten dat ik mij altijd uiterst flexibel heb opgesteld jegens jou en al je grillen.  Ik ben een wat ouderwets mens, die niet telkens even enthousiast reageert op al je updates en nieuwe versies, om van de add-ons nog maar helemaal niet te spreken. Maargoed, ik doe mijn best om je bij te benen.
Maar hoe denk je dat ik me voel als je drie maal achter elkaar instort als ik een avondje zit te internetten?
Of dat ik uren moet speuren door geeky fora omdat er met de installatie van je nieuwe versie weer vanalles en nog wat niet wil werken zoals het altijd werkte.
En dan die onverdraaglijke provocaties als ik je voor de zoveelste keer opnieuw moest opstarten: Nu u Firefox 4 hebt, kunt u meer lezen over alle leuke dingen die u met uw nieuwe browser kunt doen.
Ik zal jou eens een keer vertellen welk leuk ding ik met je nieuwe browser zou willen doen!

Ook vind ik het slecht verteerbaar dat jij je pijlen exclusief op mij richt. Ik durf zelfs zover te gaan mijn vermoedens hardop uit te spreken: ik denk dat jij Stefan en mij uit elkaar probeert te drijven!
Via betrouwbare bron is mij namelijk ter ore gekomen dat jij het crashkunstje alleen bij mij uithaalt en verder bij niemand in dit gezin. En hij blijft jou te vuur en te zwaard verdedigen. Maar hij komt er ook nog wel achter, Moz. Iedereen komt er nu achter. Je spelletje is uit!

En nee, ik hoef geen uitleg meer. Bespaar je de update. Het is echt gedaan tussen ons, Moz. Want wat je nu gepresteerd hebt is werkelijk beneden alle peil.
Ik kon niet meer inloggen op mijn blog. En ik hoef jou zeker niet te vertellen hoe dat kwam, he? Was je soms bang dat ik uit de school zou klappen? Dat de waarheid over jou boven tafel zou komen? Je wilde me monddood maken en ontken het maar niet! Maar ha! Dan ken je mij nog niet. Ik heb twee woorden voor je, Moz: Internet Explorer. That's right. Je hebt me regelrecht in de armen van die ouwe, lelijke, onhandige, maar veel betrouwbaardere bladereraar gejaagd. En ja, dat doet je vast pijn. Maar dan weet je ook eens hoe ik me voel.

Een laatste groet,
Control, alt, delete!

(eens) Je Herma


16.5.11

Billy. Of: het groeit aan waar je bij staat. Een licht overdreven verhaal met een open einde.

Wij verkochten onlangs onze boekenkast aan een aardige man met niet zoveel boeken. Het werd namelijk hoog tijd dat we het ding wegdeden, het stond afgeladen vol en alsnog hadden we een stuk of twaalf, misschien tweeendertig verhuisdozen vol met boeken die in de schuur stonden te verpieteren.
Vervolgens gingen wij nog verder overstag; we kochten een witte B punt Illy. U weet wel, het handige boekenkastsysteem van I punt Kea.  Zo fokken briljant dat er inmiddels al een boekje over geschreven is.  Even terzijde; persoonlijk vond ik het, nouja laten we zeggen: opmerkelijk, dat je in de B punt Illyplanner op internet een heuse hoekkast in je ontwerp kunt opnemen, maar dat die in werkelijkheid gewoon een gewone kast is, maar die je dan dus in de hoek zet. Voilá; hoekkast! Tssss. Ja zeg, zo kan ik het ook!
Hoe dan ook, het was toch handig om aan de ene wand te beginnen en halverwege de andere pas op te houden. Wij bouwden ons dus eerst met onze B punt Illy een slag de hoek om en trokken daarna de schuur leeg. "Sjonge, wat heerlijk!" Juichten we de hele tijd. "Eindelijk weer alle boeken binnen handbereik! Moet je kijken, wat een ruimte!, Nu kun je eindelijk ook weer eens wat bijkopen, Steef" En: "Jee, ik wist niet eens meer dat ik deze nog had!" Obscure jaren tachtig stukken kwamen weer opgedoken, zoals de Ronflonflon reeks naar de gelijknamige radiouitzendingen met Jacques Plafond (Weetjenog: Jan Vos, Broekema, Jacques Plafond, Jaap Knasterhuis en Wilhelmina Kuttje junior. Met twee t.) die Stefan ooit integraal had ingekocht. "Het lijkt net een bibliotheek mama", spinde Nona tevreden met de vier planken die zij nu voor haar eigen boekencollectie gereserveerd wist. Zelf was ik ook lekker bezig, want eindelijk had ik Stefan zo ver dat er ook nog wat boeken weg mochten (niet de Ronflonflonreeks) en dat leverde al snel drie volle dozen voor de kringloopwinkel op. Ik begon me al te verheugen op het eindresultaat, een mooi ingedeelde boekenkast, boeken op thema bij elkaar en op hoogte gerangschikt, behalve als het een serietje van dezelfde schrijver betreft ( maar dan geldt binnen dat serietje natuurlijk wel weer de regel op hoogte rangschikken). He lekker toch, dat opruimen! O o wat was ik weer tevreden met mezelf. En wat kon ik dat toch handig, zo'n boekenkastje inrichten.Toch jammer dat die hele reeks Oliver Sacksen nu niet bij elkaar op een plank pasten, mijmerde ik. Wacht, als ik nou de hele plank 'populair wetenschappelijk' mix met 'wetenschappelijk' zonder dat Stefan het merkt, dan kunnen de Sacksen daar, en ...Hmm. Nu past 'literair, Engels' daar niet meer. Nahja. Komt die op de plank daaronder en dan... Hmmm. Toch nog eens kritisch naar dit plankje kijken, kan er echt niet meer weg? Ondertussen zag ik Nona door de chaos struinen. Ik ging nog maar eens naar de schuur voor een nieuwe lading. Toen ik terugkwam was de hele sectie 'kinderboek' een bende. Nona lag heerlijk voor de kast op het grote kussen te lezen in haar hervonden schatten. Op de planken had zij lukraak -een kind trekt zich van een 'op hoogte rangschikken' regel niets aan- boeken teruggezet die zich eerder in de kringloopdozen bevonden.  Stefan kwam aan met nog een stapel van ongeveer zestig of zeventig boeken van boven die ook nog in de kast moesten  en de suggestie of er niet ook nog een B punt Enno (of twee, óf drie) naast de B punt Illy zou passen, voor de cd's en dat was het moment dat ik een beetje snauwerig begon te worden. Ik keek met argusogen naar de twaalf of tweeendertig nog volle boekendozen in de kamer. Ik dacht aan de zestien of zevenentwintig dozen met cd's die zich ook nog ergens in opslag bevinden.
I knew it!
Drie dagen bouwen aan een B punt Illy, zesentwintig of misschien wel negenenveertig volle dozen naar de kringloop en dan verduld nog eens aan toe nog steeds zesenvijftig dozen met boeken én cd's én rommel overhouden!
Mooi dat dit dus niet ging passen!

9.5.11

Cavia ben ik

"Die vulling, daar zit een gat onder, hoor" wierp mijn tandarts me na het nemen van de verplichte rontgenfoto's dit jaar voor de voeten. "En ik zeg het maar meteen; dat wordt een zenuwbehandeling."
"O. Ach. Nóu." Hakkelde ik. En: "echt?" Dat doe ik namelijk altijd, als er iets gebeurt waardoor ik het liefst allerverschrikkelijkst wil gaan vloeken maar dat niet kan omdat er beschaafde mensen en/of kinderen bij zijn. Het getier in mijn hoofd weigert dan ruimte te maken voor het formuleren van een adequate reactie. In dit geval was het eigenlijk nog erger, want het liefst was ik onmiddelijk in keihard huilen uitgebarsten.
Ik heb namelijk een hartgrondige hekel aan de tandarts.
Nouja, niet de tandarts persoonlijk, natuurlijk. Eigenlijk is zij een heel erge lieverd, die je gewoon 's avonds thuis nog even belt na een enge behandeling of alles oke is, maar gewoon een wat ongelukkig vak heeft gekozen. Het is dat gefrut aan je kiezen en de pijn, de pijn, dát haat ik dus. En daar ben ik niet de enige in, dus ik zal er niet al  te lang over doorzeuren.
Anyhow, het vonnis viel dus in een van de meivakantiedagen tijdens een controlesessie waar ik argeloos in was gelopen. En nou zat ik g@*#$omme ineens vast aan een afspraak  voor een behandeling van vijf kwartier!
Gedwee meldde ik mij vanochtend aan de hellepoort van de tandartspraktijk.
De tandarts toog aan het werk met boren, vijlen, naalden, en al wat er verder nog lag aan martelwerktuigen in haar keurige, gloednieuwe 'cabinets'. Halverwege de behandeling begon de rubberen tarp die zij over mijn gezicht had gespannen om de stroom chloor die zij door mijn getergde wortelkanalen joeg niet in mijn keel te laten stromen, venijnig te branden. Ik bleek een spontane allergische reactie te hebben op de lap, waardoor er in allerijl een verzameling gaasjes onder werd gelegd, die inderdaad zeer afdoende werkte, maar wel de vernedering compleet maakte door vrolijk op te waaien bij elke keer dat ik door mijn neus uitademde en mee te dansen op het ritme van mijn van vermoeidheid onwillekeurig Gabber Piet-achtig trillende onderkaak. Al de tijd had de tandarts zelf enorme lol met haar assistente, opmerkingen over de genoten witbiertjes op het terras dit zonovergoten weekend wisselden vakantieverhalen en anekdotes over de kinderen af. Regelmatig werd mij ook om een zinvolle bijdrage in het gesprek gevraagd, waarop ik uiteraard slechts met een weerloos 'Uhuh' kon reageren, telkens met andere intonatie, opdat zij misschien toch konden snappen hoe ik het bedoeld had. Gruwel.
Hoewel, dat was toch nog niet het ergste.
Eindelijk was het klaar en de tandarts gaf mij een glas met brufen bruis, twee paracetamollen en een spiegel. Ik sloeg de pillen achterover met het drankje en wierp een blik in de spiegel. Een rood aangelopen cavia met traanoogjes keek mij verwijtend aan. Ik draaide de spiegel om, maar daar prijkte een vrolijk lachend kiesje, de andere kant bleek dus wel degelijk de spiegelzijde en de cavia was ikzelf!
Stiekemsgewijs was, verstopt onder de rubber dam, tijdens de behandeling de linkerzijde van mijn gezicht tot idiote proporties opgezwollen. En de pijn! Niet te beschrijven. Eerlijk waar, bevallen deed minder zeer.
En dan te bedenken dat ik tot vandaag nergens last van had! Kiespijntechnisch, dan.
De rekening was op zijn zachtst gezegd ook een behoorlijke tegenvaller. Ik kreeg nog wel een recept voor een flinke voorraad pijnstillers mee en was zeker met opeengeklemde kaken rechtstreeks naar de apotheek gejakkerd, als dat niet zo'n pijn zou hebben gedaan. In plaats daarvan reed ik nu plankgas naar huis in mijn ouwe v punt w met mijn mond een beetje openhangend, wat hopelijk in hippe zuid afrikaanse rap kringen nog wel als zef zou worden aangemerkt, maar hier moet ik dat er echt nog even bijzeggen. Zef! 
De rest van de dag heb ik lamlendig op de bank gehangen met een pak ijs tegen mijn gezicht en bijkans high van de pijnstillers die verder overigens niet noemenswaardig werkten.
Nou hoor ik het u een beetje denken: "Gaat dit nog ergens naartoe, die kletspraat over die tandarts, ik zie nog in geen velden of wegen een clou of een bruggetje of een mooie afsluiter aankomen". Dat klopt. Er is geen mooie afsluiter, het verhaal gáát nergens naartoe. Sterker, ik zit dit te tikken met mijn nieuwe vriend ijspak naast me, van tijd tot tijd houd ik hem innig tegen mijn gezwollen gelaat gedrukt. Ik zit er dus nog middenin. Morgenochtend stuur ik mijn tandarts per mail een update en een foto van mezelf met mijn caviabek en daarna zal ik mij zuchtend naar mijn eerste klanten begeven, klanten waar ik gehoopt had een beetje charmante eerste indruk te kunnen maken, maar dat kan ik nu natuurlijk wel schudden met mijn nieuwe rodent-look. Gekke bekken naar kleine kindjes trekken moet nu niet zo'n groot probleem zijn, hopelijk hollen ze niet gillend weg.
Nee, dit was puur een kwestie van therapeutisch schrijven. Gedeelde smart is halve smart, u weet het vast.
En ik dank u allen voor het luisterend oog.


Herma.