18.1.13

school

"Mag ik er even langs, ik moet plassen". Het is ochtend op de mytylschool en ik wacht nog even met Nona in de gang tot het tijd is. Een zelfbewust dametje wil mij passeren, dus ik stap opzij. Als ze terug komt van het toilet, vraagt ze of ik haar corset even wil zien. Dat wil ik wel. Ze trekt haar trui omhoog en draait koket in de rondte. "Prachtig!", prijs ik. Het corset heeft een lekkere luipaardprint. Of ik misschien even haar broek wil dichtmaken, want door het corset lukt dat haar zelf niet. En of ik daarna haar tas even van de grond wil oprapen, want door het corset kan ze niet naar de grond bukken. Ik maak een grapje. Zij grapt terug. Ze is niet in verlegenheid gebracht door het feit dat ze zojuist een bijna volslagen vreemde om hulp heeft moeten vragen, noch lijkt ze er erg mee te zitten dat het keiharde corset naast al het goeds dat het voor haar lijfje doet, kennelijk ook een aantal vervelende beperkingen oplevert.
Ik draai me om en kus mijn eigen kind gedag, dat overigens in het bezit is van een paar beenspalken van precies hetzelfde keiharde plastic in ook al zo'n exotische dierenprint; zebra. Een mooie dierentuin bij elkaar. Door de spalken kan Nona nu veel beter lopen dan eerst. Maar ze moet met haar maatje 32 wel schoenen dragen in maat 36, anders passen de spalken er niet bij in. En een rokje aan in de zomer kan natuurlijk best, maar dan moet je op straat wel een beetje de starende blikken weten te negeren. Gelukkig is het winter en zijn beenwarmers in de mode.
Maar hier op school realiseer ik me weer dat we zeuren om futiliteiten. Ons spalkongemak valt behoorlijk in het niet bij de toeters en bellen waarmee sommige andere kinderen zich door het leven moeten zien te werken.
In de gangen bekijk ik van afstand de stroom kinderen die voorbij komt wandelen of rijden. Nu ik zelf een beetje gewend ben, lukt het me beter om door de hoeveelheid hulpmiddelen heen te kijken. Ik zie weer kinderen in plaats van rolstoelen. Nona loopt rustig met de stroom mee, haar gezicht ontspannen en blij. Ze voelt zich thuis, gewaardeerd en op haar gemak. Ze helpt een meisje met een jas en krijgt vervolgens de slappe lach met een klasgenootje die per ongeluk haar wiel op Nona's tas gezet heeft terwijl ze net weg wilde lopen. Ze voert een soort slapstick op, om te laten zien hoe ze daardoor bijna omviel. Ze liggen in een deuk.
Ik zie haar openheid en totale gebrek aan vooroordelen. In gedachten dank ik haar voor het feit dat ze mij een les heeft geleerd waarvan ik niet wist dat ik die nog te leren had. Ik heb het moeilijk gehad met deze verandering, met de nieuwe school. Ik had geen idee dat ik al zo op mijn dochter kon vertrouwen. Dat Nona wist. En dat ik alleen maar hoefde te volgen. Dus dat doe ik dan maar. Ik volg, kijk, zie haar opbloeien en bewonder.


14.11.12

Kitties kloppingen

Terwijl ik hartkloppingen krijg (niet de spreekwoordelijke, maar jammer genoeg de echte) van de aanvraag van herindicatie voor Nona (dat betekent dat je, om ofwel geld -de rugzak- te krijgen voor extra begeleiding op een reguliere school, danwel een aanvraag doet voor schoolplaatsing op speciaal onderwijs, je een heule grote stapel papierwerk moet invullen -waarin je vooral heel opzichtig alle mankementen en tekortkomingen van je kind documenteert want hey, als het niet heel, heel slecht ging, had je dit geld/deze school toch niet nodig-, bij anderen opvragen, door school laten uitwerken en heel veel telefoontjes plegen en e-mails versturen etc, want op d'een of d'andere manier vinden toch heel veel mensen dat 'deadline' een rekbaar begrip is en het moet allemaal op tijd en zonder fouten op de bureau van indicatiestelling terechtkomen, anders beland je weer onderop de stapel, zo gaat de mare.) probeer ik af en toe toch nog tijd te vinden voor dat wat de rest van mijn leven heet.
U denkt nu misschien; foe, wat kan die Kittie overdrijven! Nou wil ik u niet al te zeer vermoeien met de details, maar neemt u maar gerust van mij aan dat het een tamelijk zenuwslopend procedee was/is.
Ook al wierp de aanvraag herindicatie een reuzenslagschaduw over al mijn andere activiteiten, sommige zijn toch zeer het vermelden waard!
Het leukst is toch wel het feit dat me meissie Ingeborg en ik eindelijk vorm zijn gaan geven aan de plannen die we al jaren hadden om iets met onze creative buzz te gaan doen.
Dus ladies en gentlemen, Without further ado, we're very proud to present to you: Studio Rest!
De website en ook dat wat erop staat zal vanaf nu regelmatig veranderen en groeien. Dus check dat!

Tipje:  Zet zo'n heerlijke woondeken op je december-verlanglijstje!
Nu kruip je er lekker onder weg op de bank of je dekt je kind er mee toe, straks in de zomer gaat 'ie mee op vakantie of naar de picknick of leg je hem op de tuinbank of, of, of.
Snug like a bug in a rug!




2.11.12

Port the battle; tawny versus ruby

Nou, dat vond ik nou stom. Dat de meneer bij de grootgroothandel maar vol bleef houden dat ruby port vrouwenport zou zijn en tawny mannenport.
Niet alleen word ik van zulke stelligheden uitermate kriebelig, het is ook verdikkemedorie echt niet waar. Ik ben zelf bijvoorbeeld al de uitzondering op die zogenaamde "regel".  Dus dat zei ik ook. Hij keek me even meewarig aan. 'Het is natuurlijk niet zo dat een vrouw de tawny port niet mag drinken. Maar wij zeggen altijd: ruby- vrouwen, tawny- mannen. Maar als u de tawny liever heeft, dan is dat natuurlijk ook prima'.
Fjew, dat was mazzel hebben! Stel dat ik de port niet mee had gekregen!
'Nah, gelukkig dan maar', zei ik. Ik pakte de fles en spoedde mij weg van de scene.
Het slaat natuurlijk nergens op, ik weet ook niet waarom deze meneer zoveel ergernis bij mij opwekte met dat stomme mannenport/vrouwenport meninkje.
Ik sloeg de mannelijke ergotherapeut ook geen blauw oog toen hij melding maakte van een t-shirt-uittrek methode die eveneens op mannen- dan wel vrouwenmanier kon. (mannen met linkerhand rechtsonder, rechterhand linksonder en dan floeps, omhoog over 't hoofd en vrouwen eerst de ene arm uit de mouw, dan de andere en dan behoedzaam met twee handen de halsopening over 't hoofd- zodat het haar niet al te erg in de war raakt?) Misschien lag het wel gewoon aan de chemie tussen de meneer en mijzelf, want ik beschouw mijzelf eigenlijk doorgaans niet als een heel militant feministe.
Maar nu ben ik natuurlijk wel benieuwd. En aangezien zowel het weer als het seizoen zich er de komende tijd uitstekend voor leent; wat drinken jullie -indien port- op een herfstige zondagmiddag het liefst bij de kaasplank? Tawny of 
photo by F. Lyons/Cole group/Getty images

31.10.12

Van het geloof gevallen


Toen de Sint op tv was om zijn optreden in de BZT show alvast aan te kondigen, riep Nona ineens op hoge toon: Hij bestaat toch niet! Het is gewoon een man! Die zich verkleed heeft!
Ik keek haar aan en zij keek mij aan. De blik in haar ogen was niet triomfantelijk, eerder verward. Ik kreeg er een beetje pijn van in mijn buik. O, zei ik schaapachtig en bij gebrek aan een beter antwoord. 
We zwegen en ik dacht na over deze ontwikkeling. Nona is negen en het lag dus voor de hand dat zij een dezer jaren eens een keertje van haar geloof zou vallen. Maar hoe ouder zij werd, des te lastiger vond ik het om haar de waarheid zelf te zeggen. Ineens speet het me bijna dat we altijd zo ons best hadden gedaan om haar te bedotten. En zelf stelde zij nimmer één kritische vraag.
'Hoe weet je dat eigenlijk, dat Sinterklaas niet bestaat', vroeg ik. 'O, dat zei T. -een vriendinnetje- laatst een keer', zei Nona. T. is al een flinke meid van tien en zeer pragmatisch ingesteld. Ik durf te wedden dat zij het flauwekul vond dat een groot kind als Nona nog zo heilig in Sinterklaas gelooft. 'En hoe zit dat dan met die pieten?' vroeg ik, om te testen hoe grondig T. te werk was gegaan. 'Ook verkleed.' 'O. En hoe komt hij dan aan al die kado's?' Nona haalde haar schouders op. 'Weetikveel. Het is gewoon een heel rijke man'. 
Aha, dus Sinterklaas is geen eeuwenoude heilige, die elk jaar vanuit Spanje, waar het klimaat toch heel aangenaam is voor zijn oude botten, naar het gure novemberse Nederland trekt om daar glibberend over gladde, natte daken met een hele horde immer onhandig klooiende kerels kado's uit te delen aan kinderen die het eigenlijk toch al aan niets ontbreekt. (Het klonk natuurlijk ook al ongeloofwaardig) Nee, het is gewoon een Nieuwegeinse man, die verkleed en met een stuk of dertig zwartgeschminckte, eveneens Nieuwegeinse mannen, aan de Nieuwegeinse kinderen kado's uitdeelt. Elke gemeente zal wel zo zijn eigen rijke man hebben, die zich daarvoor laat strikken zo rond deze tijd van 't jaar.
Hmmm. 
Ja, dan moet je doorpakken hè. Je gelooft in de Sint of je gelooft er niet meer in, deze tussenweg was gewoon te dol.
Maar Nona was intussen weer met rasse schreden teruggekeerd naar waar zij vandaan kwam: 'Maar ik geloof T. niet hoor. Sinterklaas. Bestaat. Gewoon. Wel.'
Tja.
Natuurlijk heb ik het haar toen verteld. Sinterklaas is gewoon een verklede man. De pieten zijn verklede mannen. En wij kopen de kado's. En inderdaad, heel Nederland doet aan het kinderbedrog mee.
Ze zat naast me, luisterde en zweeg. Luisterde, zweeg en baalde als een stekker.
En na een tijdje kon ik haar bijna horen denken: 'kan me niet schelen wat iedereen zegt. Sinterklaas. Bestaat. Gewoon. 





24.8.12

enveloppenflop

Op de één na laatste avond voor de grote vakantie, knutselde ik nog een serie bedankkaartjes voor Nona's juffen in elkaar. Toen ze klaar waren, bleek dat ik geen envelopjes meer in huis had, dus moest ik die zelf nog even snijden. Ik flanste (want het was natuurlijk alweer rond middernacht) nog gauw wat in elkaar met behulp van een inderhaast getekende mal en een stapeltje oude kindertijdschriftjes.
Ondanks dat het resultaat een beetje slordig was, vond ik het toch wel voor herhaling vatbaar. Het leek me leuk om envelopjes te maken van een oud kinderboek of een atlas of zoiets, en besloot, als ik weer eens in een kringloopwinkel kwam, daar eens naar te gaan zoeken. Tijdens onze vakantie besteedde ik enkele middagen aan het kringwandelen in de buurt van onze camping. Ik kocht voor een habbekrats een leuk boek van Lekturama (klik), dat een paar leuke tekeningen had die me heel geschikt leken voor mijn project. Maar Nona bleek het zo'n leuk boek te vinden dat ik het eigenlijk een beetje sneu voor haar vond om het aan stukken te snijden. Ach, ook geen punt, koop ik toch nog es een ander boek, dacht ik. Voorraad genoeg in de kringloopwinkel, tenslotte.
Afgelopen maandag deed ik een prachtvondst.
De ethnografický atlas slovenska, oftewel etnografische atlas van slowakije:


Een knoert van een boek, met prachtige kaarten en tekeningen.
Thuisgekomen sneed ik stante pede een prachtig envelopje, want voor mijn verjaardag had ik een zeer deugdelijk malletje gekregen. (Ik zeg: what's in a name?) 



Man, wat was ik er blij mee. Kijk maar, hoe mooi:

's Avonds bekeek ik het boek iets beter. Ik trok het op schoot (het meet ongeveer een halve meter in het vierkant), bladerde door de pagina's, bekeek de tekeningen en langzaam bekroop mij een griezelig gevoel. "Hmmm. Wat een mooi boek eigenlijk, he, dit", zei ik tegen Stefan. "Ja, zeker", zei hij. "Wat had je er ook alweer voor betaald?"  "Vijf euro", zei ik. 
Er viel een stilte. "Had je 'm al opgezocht op internet?" informeerde Stefan. "Ja, zei ik, maar ik kon er zo gauw niks over vinden", zei ik. In werkelijkheid had ik maar zeer halfslachtig gegoogled in mijn haast om een leuk envelopje in mijn hand te kunnen houden. 
Er viel weer een stilte. Ik keek naar het boek. Stefan begon wat op zijn telefoon te tikken, terwijl ik met mezelf in gevecht ging. Potdomme, wat een mooi boek, dacht ik. Was het toch niet een beetje zonde om er nou meteen de schaar in te zetten? Ja, maar zo blijf je aan de gang. Eerst al dat Lekturama-drama, en nou weer een boek dat te mooi blijkt. Je wilde toch fraaie enveloppen? Nou dan! Pfff. 
"Oh. Kijk es?" Stefan hield zijn telefoon onder mijn neus. "Ik heb hem toch gevonden!"
 
Ik heb even een screenprintje gemaakt van de website waar 'ie op staat. Klik hem even aan, zodat u de tekst kunt lezen. Kijkt u gerust eens bij de vraagprijs. En bedenk u daarbij dat het hier gaat om een latere druk, in het Engels, en dat ik een eerdere druk heb, in Russisch en Duits gedrukt. 
En dan vraag ik u; wat moet ik doen: mijzelf kei-en keihard voor de kop slaan, óf een heel dure-enveloppenwinkel beginnen.


5.7.12

Mijn bijtje

Maandagochtend.
"Mama, ik heb het toch wel zó gehad op deze school. Ik wil er niet meer naar toe." Nona lag bij mij in bed, met haar hoofd op mijn buik, zoals zij dat bijna elke ochtend even doet.
Stefan springt altijd meteen op zodra zijn wekker gaat, mijne staat drie kwartier op 'snooze'. Stefan maakt ontbijt klaar, stuurt Nona onder de douche en al die tijd lig ik te snoozen. Als Nona dan gedoucht is, kruipt ze meestal nog even gezellig bij me. Soms is ze nog in d'r nakie, met waterdruppeltjes op haar rug. En dan hebben we even een vertrouwelijk gesprekje. Heerlijk vinden we dat. Nu was ik echter meteen klaarwakker. Tuurlijk, ze heeft wel vaker geen zin in school, maar ik had dat meer ingedeeld in de categorie 'regular/maandagochtend' en niet in de categorie 'eventueel problematisch'. Ik hoorde echter haar stem, en ik merkte dat ze het meende. Echt meende. "Ik kan me gewoon niet concentreren in de klas, het is altijd zo'n lawaai. En ik word gék van al die vragen van de andere kinderen over wat er met mij aan de hand is. Ik voel mij er gewoon niet meer thuis".
"Maar wat zou je dan willen?" vroeg ik. "Ik wil gewoon naar die school waar V. ook op zit."  zei ze. V. is een jongetje dat Nona kent van zwemles. V. zit op de Mytylschool. "Daar zitten tenminste allemaal kinderen die ook iets hebben, net als ik. Daar voel ik mij thuis". Mijn hart brak, we hoorden het allebei. "Huil jij nou ook?" vroeg ze verbaasd. "Neehoor" loog ik.
Wat doe je als je kind zo'n bommetje dropt op maandagochtend in de laatste week voor de zomervakantie? Ik heb haar praktisch binnenste buiten gekeerd.  Alle vragen gesteld die je kunt verzinnen, maar ze was al helemaal om. Haar besluit stond vast. "Ik ga naar die andere school." Ik had haar nog nooit zo overtuigd gezien. Dus ik beloofde haar een afspraak met de school te maken voor na de schoolvakantie. Dat we dan eerst eens gingen kijken. Want dat ik zelf nog niet helemaal overtuigd was over deze stap.
Ik bracht haar naar school. Ik hoorde mezelf tegen haar zeggen: "...en als je nou last hebt van andere kinderen, doe dan gewoon je koptelefoon op." Want die heeft Nona, een rugzak-aankoop is het. Een knalroze koptelefoon, die je afsluit voor herrie van buitenaf.
Plots vroeg ik mij af waar de verontwaardiging was gebleven die ik in het begin voelde over de aanschaf van het ding. De omgekeerde wereld vond ik het. Mijn kind kan niet werken omdat het in de klas zo rumoerig is, dus krijgt zij een geluidsdemper. Kunnen de andere kinderen tenminste herrie blijven maken. En toen dacht ik terug aan al die andere keren dat zij klaagde over het rumoer en dat zij niet telkens met die koptelefoon op wil zitten. En het feit dat ze niet genoeg tijd heeft om zich om haar appeltje te eten én om te kleden na de gym. Kinderen die speciaal voor haar de regels van tikkertje veranderen zodat zij mee kan doen, wat mij bijna tot tranen bracht toen  ik ervan hoorde, omdat ik het zo fantastisch van die meiden vond. Maar wat nou als jij diegene bent, die altijd het buitenbeentje is? Altijd de laatste, de langzaamste, het meisje met de driewieler, degene die dingen niet kan, ook al proberen we altijd uit te gaan van de dingen die ze juist wel kan. Ook al is iedereen vol goede wil, ook al is het team op school het beste team dat je je maar wensen kunt omdat ze alles willen doen om Nona vooruit te helpen, en telkens weer met creatieve ideeen komen aanzetten om dat te bewerkstelligen, ook al gaat dat heel langzaam en soms heel moeizaam.
Iedereen zoekt in zijn leven naar gelijkgestemden. Dus die opmerking over dat ze zich niet thuis voelt, moet ik heel serieus nemen. We hebben destijds gekozen voor het regulier onderwijs omdat we hoopten dat Nona zich qua snelheid en leervermogen zou kunnen optrekken aan de andere kinderen in de klas. En zodra we zouden merken dat ze niet gelukkig is, of als het toch te hoog gegrepen zou blijken, zouden we verder kijken. En daarmee sus je jezelf ook een beetje. (Pfff. Dat zien we dan wel. Als het al gebeurt hè. Waarom zou ze nou niet gelukkig worden op deze school?)
Maar de tijd is dus toch gekomen. Het ziet er naar uit dat we opnieuw voor een grote verandering staan. En ik probeer dat allemaal maar een beetje bij te benen.

En ik moet dus de hele week al denken aan dit clipje.


19.6.12

Nona in Nijmegen

Mijn meisje toch. Zat zij daar weer een dag van haar leven te verdoen in een ongezellige onderzoeksruimte met een uiterst onflatteuze badmuts op heur lieflijk hoofdje. En dat allemaal in het kader van De Wetenschap.
Nouja, wij schieten daar natuurlijk zelf ook heus nog wel wat mee op. Nona mag deze zomer op de St. Maartenskliniek in Nijmegen weer meedoen aan een trainingsweek die speciaal gericht is op kinderen met cp en hemiparese en als gevolg daarvan een verminderde hand- en armfunctie hebben. Uiteraard willen de ontwikkelaars van de training wel weten of en welk effect al dat geoefen heeft, en dus worden er vooraf metingen gedaan en nadien nogmaals. Dit jaar zat er ook een EEG onderzoek bij. Hoewel het er misschien dramatisch uitziet, het biedt een prachtig kijkje in het hoofd van, in dit geval, mijn eigen kind. Zo zag ik hersens slurpen, lachen, hoesten en enigszins in verwarring raken. En wat was ze verguld toen bleek dat ze, als dank voor haar deelname aan een toch wel oersaaie test, een kadobon van de speelgoedwinkel kreeg!
Maar het verrassendste kijkje in haar hoofd bood Nona toen zij een vragenlijst moest beantwoorden. Nee, Nona vond niet dat zij minder goed kon sporten, knutselen, zich aankleden etc. als leeftijdgenootjes. Ja, zij vond wel dat dit bij haar langzamer gaat. Nee, zij was niet in het minst ontevreden over haar eigen prestaties. Verrassend. Maar mooi.

15.6.12

O summer, where art thou?

Mijn aardbeiplantje houdt stug vol dat het heus wél zomer is.

14.6.12

Old jews telling jokes

I hartje Milton Glaser.
Misschien niet voor iedereen meteen een household name, maar hij is de man achter het beroemde 'I love New York' logo: foto verwijderd

En de Bob Dylan poster: foto verwijderd

Onder andere.

Iconisch werk. En dan heb je een bepaalde voorstelling van zo iemand, in ieder geval had ik er geen moppentappende "old jew" bij in gedachten.
Dus toen ik op de website www.oldjewstellingjokes.com Mr. Glaser een aantal moppen hoorde vertellen, viel ik bijna van mijn stoel van zowel verrassing als van het lachen. En niet omdat het Milton Glaser is, hè. Ik ga niet zover om te zeggen dat de man zijn roeping is misgelopen, maar toch is het hilarisch. 
Kijk zelf maar.





2.6.12

Oogjes (nu met tekst!)

Zo was het. Eerst loenste ze alleen als ze moe was, later eigenlijk continu.Tegen mij zei ze: da's handig mama, ik kan tv kijken en tegelijkertijd jou in de gaten houden! Maar ze vond het veel erger dan ze liet merken en ze zag eigenlijk uit naar de operatie.

Nona koos voor een prikje om in slaap te vallen, in plaats van een kapje. Ter voorbereiding krijgt ze verdovingspleisters.

En dus krijgt Ernie ze ook. Ondertussen zit ik in gedachten stiekem de wachtruimte opnieuw in te richten. (Wat een ongezellig hok!)
                             
Hoep, een hele grote sprong en alles is alweer achter de rug. Wat is mijn vrouwtje toch stoer. Geen kik gegeven, alleen bére-honger.

De volgende ochtend. De ogen zien er goed uit, alleen een beetje beurs en rood. Maar Nona is wel duizelig en ze ziet wazig. Bovendien doet het pijn. Gelukkig hebben we voldoende pillenzooi meegekregen om dat te verhelpen. 
En daarna kan ze de fans te woord staan. Naar school gaan we toch nog maar  niet. Moeder en dochter kleden zich de hele dag niet netjes aan, kammen geen haren en houden, basically, een heerlijke relaxdag.


Vanochtend. Dat gaat helemaal goed komen! Het ziet er met het uur beter uit.








1.6.12

Knibbel, knabbel, knijsje, wie snoept daar van mijn (pa)radijsje?

Onze "moestuin" doet het prima, elke dag loeren we gespannen wat er nu weer opgekomen is, water nodig heeft of zelfs al klaar is om geoogst te worden. De radijsjes zijn nog piepklein, maar volgens Nona toch al heel lekker. En zij denkt daar kennelijk niet als enige zo over...

31.5.12

Gesprekje

-Het is zeven minuten voor twaalf, Herma. Waarom ga je niet slapen?
Ik kan wel naar bed gaan, maar dan slaap ik toch niet.
-Nah, dat lijkt me stug, gisteravond ging je ook pas om half twee slapen, dus je bent vast wel moe nu.
Ja. Klopt. Maar 't is te druk in mijn kop.
-O?
Ja.
-Hoezo?
Nou. Morgen is Nona's oogoperatie. Om maar eens wat te noemen.
-Ah joh, dat is toch een routinedingetje?
Pfff, fatale laatste woorden. En dat ze me gisteren belden dat de ingreep toch door een andere chirurg gedaan wordt dan door degene met wie we laatst gesproken hebben, maakt het er niet beter op.
-Nou, die zal het toch ook prima kunnen?
Tuurlijk kan die het ook prima! Maar ze heeft Nona niet gezien, en mij niet gesproken. Nu komt ze morgenochtend ons handje schudden en vaart vervolgens blind op de aantekeningen van de ander. Brrr. Ik weet niet, ik vind het gewoon niet zo prettig.
-Het zal vast allemaal wel goed komen.
Ja...
-Is er nou nog wat?
Nou, ik wil er eigenlijk niet over beginnen...
-Komop, voor de draad ermee!
Nee, dat is net zo genant als een BN-er die zich snotterend laat filmen tijdens een tripje naar een hongersnoodland.
- ...
Prima, als je het echt weten wilt; ik krijg die dode Syrische kinderen, een meisje van vijf en haar broertje, hand in hand op een groezelig laken, niet meer van mijn netvlies.
-Dat is misschien maar goed ook.
Ja? Niet voor mijn nachtrust.
-Vind je dat zelf ook niet een beetje egoistisch?
Ja. Dat is egoistisch. Zeker. Maar het is ook niet zo dat ik veel keuze heb. Dat ik dadelijk in de badkamer mijn tanden sta te poetsen en ondertussen nog met mezelf moet overleggen: nou, wat ga ik zo doen; slapen óf de problemen in Syrie oplossen.
-Jemig, Herma! Als iedereen nou zo denkt!
Iedereen denkt al zo!  Iederéén gaat liever in zijn schone bedje liggen slapen, en dan morgen gezond weer op. Anders was het toch nooit zover gekomen!
-Ander onderwerp?
Beter van wel.
-Ruik ik iets?
Ja, beetje branderig, he?
-Wat is dat?
Dat ben jij!
-Verdomd! Nou je 't zegt. Sorry hoor! Ik heb het ook wel heel warm, moet ik zeggen.
Ik voel het.
- Zet me maar uit. Is beter voor ons allebei.
Is goed. Je hebt gelijk.
-En dan wel gewoon gaan slapen he?
Ja, doe ik.
-Beloofd?
Beloofd. En dan start jij morgen gewoon weer op he, zonder gedoe. Je weet, ik heb nog steeds geen back-ups...
-Ja hoor, komt goed.
En ik zou niet graag alle kinderfoto's enzo kwijt raken.
-Ik start morgen gewoon weer op.
Beloofd?
-Beloofd.
Oke. Fijn. Sorry nog, voor net...
-Is al goed. Ik had ook niet zo moeten drammen. Jullie nog succes, morgen.
Dank.
Nou. truste dan maar.
-Ja. Truste.
                                 
                                                                            --







15.5.12

Ik kan veel beter zwijgen

Ik ben toch wel zó slecht in small talk, het is gewoon beangstigend.
Honderden keren heb ik mezelf voorgenomen in vredesnaam mijn mond te houden als ik niet weet hoe ik moet reageren, maar mijn mond is sneller dan mijn hersenen, en out comes the blabber.
Zo passeerde mij enige tijd geleden een vrouw die ik van school ken in het gezelschap van een man, niet de hare, met een hond. De vrouw groette mij, ik groette terug en keek daarbij kennelijk wat al te nadrukkelijk naar de hond die de man aan de lijn had, waarop de man riep: 'leuk issie, he? Je mag hem hebben, maar dan krijg je mij erbij!'
Nou. Zeg maar, wat had u gedaan? Ik weet het wel hoor. U had vaag geglimlacht, was in uw auto gaan zitten, en was al dan niet hoofdschuddend weggereden. Klaar.
Ik niet. Nee hoor. Ik begon eerst te schutteren: "Nou... neuh, da's nou ook weer niet nod... Eh ik bedoel, jah, hij is leuk... maar...' en stapte pas daarna in mijn auto. Waar ik uit pure frustratie een hapje uit de bekleding nam.
Verschrikkelijk.
Ik kon alleen maar hopen dat ze inmiddels al zo ver weg waren, dat ze het eigenlijk al niet eens meer gehoord hadden.
Ook erg is het als je halverwege je zin al denkt 'dit gaat fout'. Je begint een zin en weet dat je er geen goed eind aan kunt breien. "Goh, gaan jullie nog allemaal leuke dingen doen als jullie in Amerika zijn of eh..." Het enige waar zo'n zin voor dient is als voorzetje voor een terecht lullig antwoord: 'Nee, we gaan er alleen maar heel stomme dingen doen'. 'Haha haha, ja, haha'. Leuk gesprek, dit!
Prikkende oksels.
Waarom moet de telemarketeer altijd mijn nerveuzige geblaat aanhoren over dat ik nu op de kwekerij ben, of juist mijn tanden sta te poetsen? Wat heeft de caissiere eraan te weten dat ik altijd teveel boodschappen meeneem als ik geen boodschappentas bij me heb, de postbode dat ik toevallig nét op internet zat te kijken wanneer het pakje nou zou komen?
Too much information!
Het zal dus ook geen verrassing zijn dat ik telefoongesprekken zo veel mogelijk probeer te vermijden. Ik stuur liever een smsje, dat kan ik eerst vijf keer wijzigen, lees: inkorten, voordat ik op 'stuur' druk. Want ik snap mijn eigen zeg-stress wel; teveel zéggen.
Maarja. Je ontkomt er niet altijd aan. Vandaag rinkelde de telefoon onophoudelijk. En ik was weer niet op mijn best. Maar gelukkig voor mij waren de meeste gesprekjes kort, met mensen die zelf wel de kunst verstaan om hun boodschap te droppen en daarna vlot het gesprek te beeindigen.
Maar. Er is er altijd eentje... en die kreeg 'm: -het venijn, zoals dat hoort, in de staart- 'Nou, tot volgende week dan maar.' Hierna had ik kunnen volstaan met een simpel 'Dág!' Maar nee. Kennelijk vond ik het nodig er nog iets aan toe te voegen: 'En eh... een goede Hemelvaart hè?'
Zucht.

7.5.12

All play and no work

Dit zou zomaar eens een heel nieuw verslavinkje kunnen worden



Ook tijd teveel? Klik voor Jittergram.

(Nee, gekkie! Ik heb natuurlijk helemaal geen tijd teveel. En jij ook niet! Maarja, dat is het hem nou net, addiction is a bitch!)