19.6.12

Nona in Nijmegen

Mijn meisje toch. Zat zij daar weer een dag van haar leven te verdoen in een ongezellige onderzoeksruimte met een uiterst onflatteuze badmuts op heur lieflijk hoofdje. En dat allemaal in het kader van De Wetenschap.
Nouja, wij schieten daar natuurlijk zelf ook heus nog wel wat mee op. Nona mag deze zomer op de St. Maartenskliniek in Nijmegen weer meedoen aan een trainingsweek die speciaal gericht is op kinderen met cp en hemiparese en als gevolg daarvan een verminderde hand- en armfunctie hebben. Uiteraard willen de ontwikkelaars van de training wel weten of en welk effect al dat geoefen heeft, en dus worden er vooraf metingen gedaan en nadien nogmaals. Dit jaar zat er ook een EEG onderzoek bij. Hoewel het er misschien dramatisch uitziet, het biedt een prachtig kijkje in het hoofd van, in dit geval, mijn eigen kind. Zo zag ik hersens slurpen, lachen, hoesten en enigszins in verwarring raken. En wat was ze verguld toen bleek dat ze, als dank voor haar deelname aan een toch wel oersaaie test, een kadobon van de speelgoedwinkel kreeg!
Maar het verrassendste kijkje in haar hoofd bood Nona toen zij een vragenlijst moest beantwoorden. Nee, Nona vond niet dat zij minder goed kon sporten, knutselen, zich aankleden etc. als leeftijdgenootjes. Ja, zij vond wel dat dit bij haar langzamer gaat. Nee, zij was niet in het minst ontevreden over haar eigen prestaties. Verrassend. Maar mooi.

15.6.12

O summer, where art thou?

Mijn aardbeiplantje houdt stug vol dat het heus wél zomer is.

14.6.12

Old jews telling jokes

I hartje Milton Glaser.
Misschien niet voor iedereen meteen een household name, maar hij is de man achter het beroemde 'I love New York' logo: foto verwijderd

En de Bob Dylan poster: foto verwijderd

Onder andere.

Iconisch werk. En dan heb je een bepaalde voorstelling van zo iemand, in ieder geval had ik er geen moppentappende "old jew" bij in gedachten.
Dus toen ik op de website www.oldjewstellingjokes.com Mr. Glaser een aantal moppen hoorde vertellen, viel ik bijna van mijn stoel van zowel verrassing als van het lachen. En niet omdat het Milton Glaser is, hè. Ik ga niet zover om te zeggen dat de man zijn roeping is misgelopen, maar toch is het hilarisch. 
Kijk zelf maar.





2.6.12

Oogjes (nu met tekst!)

Zo was het. Eerst loenste ze alleen als ze moe was, later eigenlijk continu.Tegen mij zei ze: da's handig mama, ik kan tv kijken en tegelijkertijd jou in de gaten houden! Maar ze vond het veel erger dan ze liet merken en ze zag eigenlijk uit naar de operatie.

Nona koos voor een prikje om in slaap te vallen, in plaats van een kapje. Ter voorbereiding krijgt ze verdovingspleisters.

En dus krijgt Ernie ze ook. Ondertussen zit ik in gedachten stiekem de wachtruimte opnieuw in te richten. (Wat een ongezellig hok!)
                             
Hoep, een hele grote sprong en alles is alweer achter de rug. Wat is mijn vrouwtje toch stoer. Geen kik gegeven, alleen bére-honger.

De volgende ochtend. De ogen zien er goed uit, alleen een beetje beurs en rood. Maar Nona is wel duizelig en ze ziet wazig. Bovendien doet het pijn. Gelukkig hebben we voldoende pillenzooi meegekregen om dat te verhelpen. 
En daarna kan ze de fans te woord staan. Naar school gaan we toch nog maar  niet. Moeder en dochter kleden zich de hele dag niet netjes aan, kammen geen haren en houden, basically, een heerlijke relaxdag.


Vanochtend. Dat gaat helemaal goed komen! Het ziet er met het uur beter uit.








1.6.12

Knibbel, knabbel, knijsje, wie snoept daar van mijn (pa)radijsje?

Onze "moestuin" doet het prima, elke dag loeren we gespannen wat er nu weer opgekomen is, water nodig heeft of zelfs al klaar is om geoogst te worden. De radijsjes zijn nog piepklein, maar volgens Nona toch al heel lekker. En zij denkt daar kennelijk niet als enige zo over...

31.5.12

Gesprekje

-Het is zeven minuten voor twaalf, Herma. Waarom ga je niet slapen?
Ik kan wel naar bed gaan, maar dan slaap ik toch niet.
-Nah, dat lijkt me stug, gisteravond ging je ook pas om half twee slapen, dus je bent vast wel moe nu.
Ja. Klopt. Maar 't is te druk in mijn kop.
-O?
Ja.
-Hoezo?
Nou. Morgen is Nona's oogoperatie. Om maar eens wat te noemen.
-Ah joh, dat is toch een routinedingetje?
Pfff, fatale laatste woorden. En dat ze me gisteren belden dat de ingreep toch door een andere chirurg gedaan wordt dan door degene met wie we laatst gesproken hebben, maakt het er niet beter op.
-Nou, die zal het toch ook prima kunnen?
Tuurlijk kan die het ook prima! Maar ze heeft Nona niet gezien, en mij niet gesproken. Nu komt ze morgenochtend ons handje schudden en vaart vervolgens blind op de aantekeningen van de ander. Brrr. Ik weet niet, ik vind het gewoon niet zo prettig.
-Het zal vast allemaal wel goed komen.
Ja...
-Is er nou nog wat?
Nou, ik wil er eigenlijk niet over beginnen...
-Komop, voor de draad ermee!
Nee, dat is net zo genant als een BN-er die zich snotterend laat filmen tijdens een tripje naar een hongersnoodland.
- ...
Prima, als je het echt weten wilt; ik krijg die dode Syrische kinderen, een meisje van vijf en haar broertje, hand in hand op een groezelig laken, niet meer van mijn netvlies.
-Dat is misschien maar goed ook.
Ja? Niet voor mijn nachtrust.
-Vind je dat zelf ook niet een beetje egoistisch?
Ja. Dat is egoistisch. Zeker. Maar het is ook niet zo dat ik veel keuze heb. Dat ik dadelijk in de badkamer mijn tanden sta te poetsen en ondertussen nog met mezelf moet overleggen: nou, wat ga ik zo doen; slapen óf de problemen in Syrie oplossen.
-Jemig, Herma! Als iedereen nou zo denkt!
Iedereen denkt al zo!  Iederéén gaat liever in zijn schone bedje liggen slapen, en dan morgen gezond weer op. Anders was het toch nooit zover gekomen!
-Ander onderwerp?
Beter van wel.
-Ruik ik iets?
Ja, beetje branderig, he?
-Wat is dat?
Dat ben jij!
-Verdomd! Nou je 't zegt. Sorry hoor! Ik heb het ook wel heel warm, moet ik zeggen.
Ik voel het.
- Zet me maar uit. Is beter voor ons allebei.
Is goed. Je hebt gelijk.
-En dan wel gewoon gaan slapen he?
Ja, doe ik.
-Beloofd?
Beloofd. En dan start jij morgen gewoon weer op he, zonder gedoe. Je weet, ik heb nog steeds geen back-ups...
-Ja hoor, komt goed.
En ik zou niet graag alle kinderfoto's enzo kwijt raken.
-Ik start morgen gewoon weer op.
Beloofd?
-Beloofd.
Oke. Fijn. Sorry nog, voor net...
-Is al goed. Ik had ook niet zo moeten drammen. Jullie nog succes, morgen.
Dank.
Nou. truste dan maar.
-Ja. Truste.
                                 
                                                                            --







15.5.12

Ik kan veel beter zwijgen

Ik ben toch wel zó slecht in small talk, het is gewoon beangstigend.
Honderden keren heb ik mezelf voorgenomen in vredesnaam mijn mond te houden als ik niet weet hoe ik moet reageren, maar mijn mond is sneller dan mijn hersenen, en out comes the blabber.
Zo passeerde mij enige tijd geleden een vrouw die ik van school ken in het gezelschap van een man, niet de hare, met een hond. De vrouw groette mij, ik groette terug en keek daarbij kennelijk wat al te nadrukkelijk naar de hond die de man aan de lijn had, waarop de man riep: 'leuk issie, he? Je mag hem hebben, maar dan krijg je mij erbij!'
Nou. Zeg maar, wat had u gedaan? Ik weet het wel hoor. U had vaag geglimlacht, was in uw auto gaan zitten, en was al dan niet hoofdschuddend weggereden. Klaar.
Ik niet. Nee hoor. Ik begon eerst te schutteren: "Nou... neuh, da's nou ook weer niet nod... Eh ik bedoel, jah, hij is leuk... maar...' en stapte pas daarna in mijn auto. Waar ik uit pure frustratie een hapje uit de bekleding nam.
Verschrikkelijk.
Ik kon alleen maar hopen dat ze inmiddels al zo ver weg waren, dat ze het eigenlijk al niet eens meer gehoord hadden.
Ook erg is het als je halverwege je zin al denkt 'dit gaat fout'. Je begint een zin en weet dat je er geen goed eind aan kunt breien. "Goh, gaan jullie nog allemaal leuke dingen doen als jullie in Amerika zijn of eh..." Het enige waar zo'n zin voor dient is als voorzetje voor een terecht lullig antwoord: 'Nee, we gaan er alleen maar heel stomme dingen doen'. 'Haha haha, ja, haha'. Leuk gesprek, dit!
Prikkende oksels.
Waarom moet de telemarketeer altijd mijn nerveuzige geblaat aanhoren over dat ik nu op de kwekerij ben, of juist mijn tanden sta te poetsen? Wat heeft de caissiere eraan te weten dat ik altijd teveel boodschappen meeneem als ik geen boodschappentas bij me heb, de postbode dat ik toevallig nét op internet zat te kijken wanneer het pakje nou zou komen?
Too much information!
Het zal dus ook geen verrassing zijn dat ik telefoongesprekken zo veel mogelijk probeer te vermijden. Ik stuur liever een smsje, dat kan ik eerst vijf keer wijzigen, lees: inkorten, voordat ik op 'stuur' druk. Want ik snap mijn eigen zeg-stress wel; teveel zéggen.
Maarja. Je ontkomt er niet altijd aan. Vandaag rinkelde de telefoon onophoudelijk. En ik was weer niet op mijn best. Maar gelukkig voor mij waren de meeste gesprekjes kort, met mensen die zelf wel de kunst verstaan om hun boodschap te droppen en daarna vlot het gesprek te beeindigen.
Maar. Er is er altijd eentje... en die kreeg 'm: -het venijn, zoals dat hoort, in de staart- 'Nou, tot volgende week dan maar.' Hierna had ik kunnen volstaan met een simpel 'Dág!' Maar nee. Kennelijk vond ik het nodig er nog iets aan toe te voegen: 'En eh... een goede Hemelvaart hè?'
Zucht.

7.5.12

All play and no work

Dit zou zomaar eens een heel nieuw verslavinkje kunnen worden



Ook tijd teveel? Klik voor Jittergram.

(Nee, gekkie! Ik heb natuurlijk helemaal geen tijd teveel. En jij ook niet! Maarja, dat is het hem nou net, addiction is a bitch!)

13.4.12

Weg week

Ik had best wat te doen deze week, maar er kwam niet veel uit mijn handen. Een heftig snotneuzenvirus houdt mij in zijn greep. Ik deed dus alleen het hoognodige en zelfs dat  maar half. Gelukkig mocht ik vanochtend in mijn bedje blijven liggen. Ik heb daar dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. Uitgeslapen, beetje ontbeten, rondje in ochtendjas door de tuin en, omdat dat ook alweer veel te lang was geleden, een blogje maken.
Onlangs vierden we op Nona's school weer de jaarlijkse Montessoridag. Er wordt dan altijd iets leuks georganiseerd en dit jaar deed een heus circus de school aan. Gespannen keek ik van een afstandje naar Nona's gezicht toen werd uitgelegd wat de bedoeling was van al de materialen. Ballen lopen, jongleren, koorddansen, eenwielers... zou er wel iets bijzitten waaraan ze mee kon doen? Zakte haar de moed al in de schoenen? Eens te meer bleek dat ik me af en toe drukker maak over deze dingen dan zij. Er waren spullen voor ieders gading. De 'circusdirecteur' was een ongelooflijk energieke vent die zo geanimeerd kon vertellen en uitleggen dat alle kinderen uit twee bouwen muisstil en ademloos aan zijn lippen hingen (en wij, de hulpouders ook). Nona's gezicht straalde. Iedereen had ontzettend veel zin om aan de gang te gaan, het was een geweldige dag! Nona en mijn favoriet waren de chinese bordjes en de 'indianenstokken'. (bij dit woord verschijnen aan mijn geestesoog onmiddelijk grofkorrelige beelden van obscure mannenpraatgroepen, maar dat zal wel weer aan mij liggen) Overigens vertelde de moeder die bij de grote balanceerballen had geassisteerd dat Nona een heel rondje door de piste had gemaakt op de bal! Uiteraard terwijl zij zich vasthield aan een leuning en iemand haar hielp, maar zelfs dan was het nog een hele prestatie.
Al met al was het zo inspirerend dat ik de indianenstokken thuis heb nagemaakt voor Nona. Want niet alleen is het leuk om zelf een beetje te kunnen circussen in de achtertuin, maar met deze stokken spelen kan alleen met twee handen die een beetje samenwerken. Therapie Terwijl U Speelt. (win-win!)
Het was heel eenvoudig:
Al wat je nodig hebt zijn drie stukken grijze pvc buis, een klein stuk buisisolatiemateriaal, een strook dik plastic of dun rubber voor de franjes aan de uiteinden, en tape in veel kleurtjes.


 De chinese bordjes heb ik ter plekke bij het circus aangeschaft. Verslavend leuk!
En hieronder dan nog -hij mag niet ontbreken- de ultieme circuskraker: Entry of the gladiators heet het, en dat klinkt dan weer helemaal niet gezellig.


21.3.12

May your life be as awesome as you pretend it is on Facebook.

Het is een feit dat vele internetgebruikers zich in meer of mindere mate geintimideerd voelen na het lezen van de flitsende status updates op facebook, tweets of blogposts van hun honderden vrienden en door de fantastische levens die zij lijken te leiden. Zij vragen zich vervolgens voortdurend af waarom hun eigen leven zo bloody saai is. Terwijl; het leven is saai. Vaak. In ieder geval niet elke dag fabulous.
Niet dat ik nu een pleidooi tegen social media wil houden, integendeel zelfs. Ik ben dol op facebook! Maar ik herken mezelf wel in bovenstaande. Ik heb ook wel eens heel blij ge-update, of verslagen van fan-tás-tische weekendjes geblogd, waarbij ik dan natuurlijk de ongelooflijke stennis die 's ochtends tussen Stefan en mij was ontstaan over wat het dan ook maar zou kunnen zijn waarover men in een landurige relatie ongelooflijke stennis over zou kunnen maken, onvermeld liet. Om maar wat te noemen. Ter illustratie.
Goed, beter, best. Mooi, mooier, mooist.
Maar waarom eigenlijk? Waarom niet gewoon eerlijk? Ik pleit ervoor om ook eens een boekje open te doen over een totaal mislukt weekeinde. Of de toestanden met je kinderen. Het feit dat je nooit hippe feestjes afstruint. Als lezer denk je opgelucht: ah, dus bij hun gaat het ook altijd zo! En als schrijver is het ook wel eens fijn zulks te delen. 
Dit alles ging door mijn hoofd toen ik zojuist hier, achter de computer zittende, bedacht dat vandaag alweer zo'n dag was om niet over naar huis te schrijven. Of een blog te posten, want dat is wat ik nog wel eens pleeg te doen. In mijn hoofd heeft zich kennelijk toch vastgezet dat er niet te schrijven valt over zo'n dag als vandaag. Maar wacht, ik probeer het gewoon eens:
Het was vandaag een dag die begon met prachtig weer, maar met weinig energie. Ik zat, nadat ik Nona naar school had gebracht, tot half tien voor me uit te staren aan de eettafel. Ik dacht aan al de dingen die ik eigenlijk moest doen. De belasting, de administratie, de voorkamer afschilderen, de was. Maar ik kwam niet in beweging. 
Ik besloot het huis te ontvluchten naar het winkelcentrum te gaan voor een paar boodschappen. Ik sprak mezelf streng toe over op de fiets gaan in het kader van meer bewegen en milieu, maar nam uiteindelijk toch de auto. Op het winkelcentrum paste ik vijf broeken die ik allemaal niet verder dan mijn knieen kreeg. Daarna ging ik naar school, -nu wel op de fiets- omdat ik had beloofd te helpen met de verkeersweek. Uiteraard kwam ik er pas daar achter dat ik een educatieve rol had, iets dat me niet direct op het lijf geschreven is. Ik begeleidde drie groepjes van tien kinderen en was na afloop afgepeigerd en schor omdat de drie, vier en vijfde groepers natuurlijk dol van lente waren, en van buiten spelen en de foutieve aanname dat er op de eigen fietsen mocht worden rondgescheurd op het plein, en bovenal niet vreselijk geinteresseerd bleken in links-rechts-links kijken op een gekrijtte kruising. Gekruitte krijsing.
Ik ging naar huis en hing toch nog een wasje aan de lijn.
Ik ging terug naar school en zei nee tegen een speelafspraakje van Nona, onder andere omdat ik aan het eind van de middag nog moest werken en dat logistiek vaak gedoe oplevert. Toen ik een uurtje thuis was, belde de instelling waar ik zou werken om af te zeggen wegens een dingetje daar. Had Nona dus toch kunnen spelen.
Ik ging boodschappen doen en miste een oproep van een afgeschermde beller, die ik dus niet terug kon bellen. Ik kookte en bracht Nona naar bed. Ik las nog wel heel geanimeerd voor uit Harry Potter (de scene waarin Ron een brulbrief van zijn moeder ontvangt kwam speciaal goed uit de verf, al zeg ik het zelf) en keek daarna tv, totdat het bedtijd werd. Gelukkig zag ik nog net dat de computer nog aan stond. Ik zette hem aan om hem uit te zetten en van het een kwam natuurlijk weer het ander, dus nu zit ik hier weer veel te laat te tikken. 
Goed. Nu weet ik het. Er valt dus best te schrijven over zo'n dag als vandaag. 
Maar of dit nou... 
Misschien volgende keer toch maar weer aftoppen met een magisch jusje van lieg. En misschien een blije familiefoto. Wat was daar ook alweer mis mee? Eigenlijk?







11.3.12

The making of...

De Nimbus 3000 (het ge-upgrade modelletje)

Toen we van de week door het park fietsten had ik al gezien dat de wilgen waren geknot en dat de takken er nog lagen. Katjes eraan en al.
Gisteren maakte Mieke, Nona's fysiotherapeut/paardrijjuf, de details van het jaarlijkse ponykamp bekend: Het thema dit jaar is: Heksen. En je moet je eigen bezem meenemen!
Met een verrukt gezicht keek Nona mij aan. Wij zitten momenteel diep in de Harry Potter fase, dus dit nieuws paste prachtig  in haar wegiswegje. Een nimbus 2000, ik wil een nimbus 2000, fluisterde ze mij toe. Ik dacht aan de wilgentakken en beloofde haar dat wij de mooiste nimbus in elkaar gingen knutselen die ze ooit gezien had.
Vandaag was het zo'n mooie dag dat we meteen aan de gang konden. Met ons drieen togen we het park in en haalden daar een hele bos takken.
Thuis sorteerden en knipten we ze nog een beetje op maat en terwijl Nona vertrok om met wat meisjes uit de buurt te gaan spelen, was het aan mij om de bos deugdelijk aan de steel te knutselen.

Ik heb de blaren op mijn vingers, maar het resultaat mag er zijn:



Nona vloog uit om de nimbus te gaan showen en binnen een half uur stonden er twee buurdames op de stoep die ook wel zo'n mooie bezem wilden! Hup, opnieuw het park in en twee extra nimbi geknutseld.
Nieuwegein is drie blije heksen rijker.

7.3.12

Jeronimo is dood II

Het kan zijn dat ik mij niet meer zo snel de pis aan de kook laat brengen door vaag nieuws sinds de affaire 'brand in Zwitserland' bij ons thuis, vroeger. Zwitserland-gate.
We schrijven het jaar negentienvijf-zes-zeven- of achtentachtig. Mijn moeder staat voor de tv, misschien staat de radio tegelijkertijd aan en ze zapt, de ogen nog dik van de slaap, koortsachtig langs alle zenders. Toentertijd nog maar een stuk of drie denk ik, dus dat ging lekker snel.
Op de vraag wat ze aan het doen is, begint ze te ratelen: ze heeft gehoord dat er een enórme brand is, ergens in Zwitserland, echt waar, alles staat in brand en ze kunnen het maar niet blussen, er is zelfs aan omringende landen gevraagd of die versterkende brandweerteams willen sturen! Wow, dat is nieuws! Wat staat er dan zoal in de fik, willen wij natuurlijk weten. Nou, dat weet mijn moeder ook niet precies. Maar een ding weet ze wel; het is heul verschrikkelijk.
Toch gek dat half Zwitserland in de as ligt en geen enkel journaal melding maakt van de ramp. Geen onderbroken uitzendingen, geen newsflashes, niks. Hoe moeten we nu uitvinden waar onze hulpgoederen;  dekens en overgeschoten huisraad naartoe moeten worden getransporteerd? Ogottogot, die arme mensen toch.
Om een lang verhaal enigzins in te korten: na een journaal of drie moest mijn moeder dan toch schoorvoetend toegeven dat ook zij begon te vermoeden dat zij het hele rampverhaal misschien wel gedroomd had. Zou kunnen hebben.
U hoeft zich alleen maar af te vragen: bestaat Zwitserland?, en u weet het antwoord ook.
Gelukkig maar, want wat zouden we moeten zonder dat gezellige gebrabbel, de koekoeksklokken, het belgelui der gele koeien, de Alpjes, de mogelijkheden op het gebied van fiscaal aantrekkelijk gefiedel, het is verrukkelijk, Zwitserland en we zijn blij dat het niet is afgebrand!
Het zou dus kunnen, dat hier, in dit verhaal, de oorzaak ligt van het vlot weglachen van Nona's nieuws over de dode Jeronimo. Arm, arm kind. Vanavond deed ik het verhaal nog eens uit de doeken aan Stefan, schaterlachend natuurlijk. Nona zat erbij en baalde als een stekker. "Ik zeg het jullie nog een keer: het is wáár!" riep ze getergd, en dat hielp helemaal niks. Wij hadden het hele verhaal al beoordeeld als quatsch, een grappige droom, en niks wat zij zei kon daar verandering in brengen.
Ik had haar natuurlijk serieus moeten nemen, heks die ik ben. En dat deed ik niet, alleen maar omdat ik zo dol ben op Zwitserlandgate-achtige verhalen.
Zojuist deelde mijn wederhelft, na een kennelijk iets doeltreffender dodejeronimozoeksessie, mij droog mede: "Nou, het is toch waar hoor. Hij is dood. Jeronimo."
Kijk maar:
http://zapplive.ncrv.nl/uitzendinggemist/fragment/zppdelict-met-jeronimo
T is wat.

Jeronimo is dood

"Jeronimo is dood." Mijn dochter meende mij vanochtend, nog voordat ik mijn ogen goed en wel open had gedaan, deelgenoot te moeten maken van dit droevige nieuws. "Oh?" zei ik. "Wie is dat eigenlijk, Jeronimo?" "Dat is een zanger, Jeronimo." wist zij. "Oh." Ik was er even stil van. Jeronimo, het zei me eigenlijk niks, ook niet in de verte. De indiaan Geronimo, die ken ik wel. Maar is dat een held waar hedendaagse kinderen mee dwepen? Lijkt me niet. Dan heb je nog de muis Geronimo, maar die zou zij niet met een zanger verwarren. "Hoe komt het dan, dat Jeronimo dood is?" vroeg ik. "Dat is denk ik een beetje te akelig om aan jou te vertellen" zei Nona bedachtzaam. "Wil je het echt weten?" "Ja, natuurlijk, vertél!" zei ik. Wat een briljante verkooptactiek legde mijn kind hier even aan de dag. Ineens was ik vol aandacht voor die onbekende Jeronimo. "Nou"... ze pauzeerde een momentje voor het effect, "Hij is gestikt door een van zijn fans. Akelig, hè?"  Nou, dat was inderdaad akelig. Als het waar was. Want ik ken mijn dochter langer dan vandaag, en dit nieuwsbericht begon de contouren te krijgen van een fantasieverhaal. Ik greep naar mijn telefoon, want ik was nog niet opgestaan en sinds ik kan internetten op mijn telefoon doe ik dat ongeremd, te pas en te onpas en het liefst in bed. Zó handig! Weet niet hoe ik al die jaren zonder kon, maar dit terzijde. Google gaf melding van een wel degelijke zanger Jeronimo, maar die was -gelukkig maar- niet dood, tenzij Nona een scoopje had. Wat ik niet denk hoor. Daar heb je toch connecties voor nodig die zij niet heeft.
Ze had het vast gedroomd. Ik liet het er maar bij.
We gingen naar school, waar een leuke minitentoonstelling was over de oertijd. Nona liet me haar zelfgekleide dinosaurier zien - ook al dood, nahja: uitgestorven- en toen ik weer thuis was, vond ik de krant toch nog op de mat (die al de hele week niet gewoon op ochtendkranttijdstip bezorgd schijnt te willen worden) met op de achterkant een uplifting tweet van de tv-visagist Thijs Willekes. "Een hele sexy maar bovenal stralende morgen voor iedereen!" luidde die.
Briljant. Weg met het ouderwetsche 'goedemorgen'. Vier het leven en vier het glamoureus, ook op een grijzige woensdag! Ga'k ook doen.
Dus.
In navolging van Thijs aan u allen en vooral ook aan Jeronimo, de levende zanger: séxymorgen!
En maak er nog een gezellige dag van!

23.2.12

voorjaarsvakantie II Een dag in beeld

Op tijd uit bed en dan op weg. Wij hartje Naturalis!






















Non plus ultra; tot hier en niet verder.
Nouja, alleen nog naar huis dan.