28.6.11

Laatste loodjes voor de zomervakantie

Het is de laatste week voor de grote vakantie en morgen is dan de gevreesde dag daar: de laatste werkdag van Nona's juf.
Juf komt na de grote vakantie niet meer terug op school en dat is ontzettend jammer, want zij is een topjuf en we konden met haar, ha ha, lezen en schrijven. We zijn dan ook lichtelijk jaloers op die bloody bofferds in de vinexwijk waar juf haar ding komt doen vanaf volgend schooljaar.
Wat ook een beetje jammer was, was dat ik mij pas vandaag realiseerde dat het dus morgen haar laatste dag is, en wij dus nog vanmiddag hevig aan het werk moesten met zijn twee, Nona en ik. Want ik had natuurlijk al wel in gedachten allerlei leuks voor juf, maar concreet was er natuurlijk nog niks. Nou moet ik bekennen dat werken onder (tijds)druk mij eigenlijk altijd tot de beste prestaties brengt, maar het is dan uiteraard het fijnst als er verder geen factoren zijn die de flow kunnen benadelen, zoals daar vandaag bijvoorbeeld de temperatuur een enigzins nadelige invloed had op ons creatieve beesten.
Maargoed.
Het is volbracht. (tijd: 0:50. Dat wordt weer moeilijk, morgenochtend...)
Juf heeft een gezellig kado van ons uit te pakken morgen, en als kersje op de taart nog een mooie custom-made Nona-kaart voor derbij.



22.6.11

Mega Mindy's only got no arms!

Moest ik mij zorgen maken, vroeg ik mij vanochtend vertwijfeld af bij de aanblik van onze  Mindy. Gisteren had zij volgens mij nog gewoon vier ledematen, zoals wij van haar gewend zijn, vandaag waren er nog maar twee. Ik besloot er maar over te zwijgen. Tenslotte leek zij totaal niet gehinderd door dit gruwelijke feit, gemeten aan heur brede glimlach.
Nee, zorgwekkender vond ik de pose waarin zij zich bevond.
Zou het dan toch bestaan? De... matrix...?
Nee, waarschijnlijker is dat zij getroffen is door een kindermaatje 30 terwijl zij argeloos onder de eettafel lag te liggen. Waarom ik? moet zij haast wel gedacht hebben, hadde zij hersenen bezeten.



Hoe dan ook, hierdoor heb ik sinds vanochtend al dat ene liedje van hullie, weetjenog... toe, ik kom er niet meer op, dinges... in mijn hoofd.
Dat nummer met aan het eind die zanger die helemaal loosgaat: the drummer from Def Leppard's only got one arm, the drummer from Def Leppard's only got one arm, the drummer from Def Leppard's only got one arm!
Googlegoogle...
Oja, natuurlijk! The Bloodhound Gang! 'Why is everybody always picking on me' heet het.
En nou had ik hier graag even het videootje van dat leuke liedje geplakt, maar ik zal foto&videowise wel het maximale aantal Mb's bereikt hebben. Want mooi dat het niet lukt.
Daarom, heel suf, hier de link voor eenieder die denkt: oja, dat leuke liedje wil ik ook wel weer eens luisteren!

En in the meantime: Stom hoor, Blogger! Nou moet ik weer gaan uitvogelen hoe ik weer gewoon photoosch en video's op mijn bloedeigen blog krijg. Weten jullie eigenlijk wel welk een hel het is op internetfora?


21.6.11

Over tot de (wan)orde van de dag

Maar dat lukte niet zo goed.

En dus ging ik maar weer eens naar de kringloopwinkel.
Ik zoek namelijk al heel lang naar een niet-suffe lamp voor aan 't plafond in onze voorkamer. En dat is, vooral als je er geen kapitaal aan wilt besteden, heul niet eenvoudig.
Nou liep ik toch tegen de allerleukste lampekapjes aan!

Kykie:















Superleuk! Het zijn er vier. Maarja, ze hebben dus nog wel even wat werk nodig, alvorens een niet-suffe lamp te worden.

Volgende stap: mooi strijkijzersnoer kopen, stoer fittinkje derin en dan alleen nog bedenken hoe het geheel te hangen.



































Nah. Nog even over nadenken.

En ik vond ook nog dit superleuke mandje, dat onder een superdikke laag superplakkerige schmutzigkeit zat... 
Gelukkig hebben we heel heet water, groene zeep, allesreiniger, soda en oxi-wit. En borstels en sponsjes. Dus nu is hij schoon. Zo schoon dat zelfs Belle er wel even in wilde gaan liggen. 

19.6.11

Japie

Japie poes is dood.
En eerlijk, ik ben echt van slag. Ik was nog zo'n aardappeltje toen hij bij mij kwam wonen. 
Hij trouwens ook. 
Negentien jaren zijn verstreken en hij was er altijd. Alles gezien, overal bij. 
Maar aan alles komt een eind en negentien jaren zijn lange jaren voor een poes. 
Gisteren hielden wij zijn uitvaartje, als enige van al onze poezen kreeg hij een plekje in onze tuin.  
En voor daarop een mooie oranje -Jaapkleurige- steen van Nona. 

Dág Jaap. Goede reis, jong.


10.6.11

Het krampachtige kamp

Of ik meeging als leiding op het schoolkamp, vroeg de juf van Nona mij een aantal maanden geleden. Het hielp dat ze koos en niet zomaar lukraak rondvroeg en het hielp ook dat Nona nog wat extra begeleiding en zorg nodig heeft waar ik andere ouders niet altijd mee op wil zadelen, tenminste niet voor een driedaags kamp, dus ik zei ja.
'Geen probleem', zei ik nog. Wat eigenlijk precies tegenovergesteld was aan wat ik werkelijk dacht. Want ik zal hier maar eens een heel eerlijke ontboezeming doen: ik ben niet zo'n heel gezellige, ruimdenkende, losse moeder. In mijn hoofd is het altijd een drukte van jewelste en dus moet mijn omgeving een beetje ordelijk zijn. Ik word niet blij van gillende kinderen. En ik ben verre van een sociaal mens.
Niet bepaald karaktereigenschappen waar je wat aan hebt op een schoolkamp met honderdzoveel kinderen in de leeftijdscategorie van zes tot twaalf en een klupje uitermate getapte leidinggevende ouders. Er moest eigenlijk leiding mee voor de leiding in mijn geval, bedacht ik mij later.
Want naast bovenstaande slechte karaktereigenschappen heb ik ook nog eens de onhebbelijke gewoonte aan mij verstrekte documentatie aangaande planning en op handen zijnde bos- dan wel andere spelen niet te lezen, zodat ik altijd in opperste verwarring achter de meute aan loop te hollen in plaats van struis voorop, zoals het een leidinggevende betaamt. 'Jongens, hebben jullie goed opgelet'? Zwijn ik mij daar dan slinks doorheen. 'Leg het mij dan eens uit, zodat ik kan controleren of jullie goed geluisterd hebben!' En dan is er altijd wel een streberig kind dat mij haarfijn uit de doeken kan doen wat wij daar staan te ondernemen met die genummerde houten paaltjes, de rode stippen en al die hoepels. En zo komt deze leidinggevende dan gewoon toch nog weer op heur pootjes terecht.
Maar twee doorwaakte nachten maken een mens wat daas en een tikkeltje minder scherp.
De laatste ochtend zat propvol. In minder dan twee uur tijd moesten er net iets teveel kinderen tegelijk wassen, ontbijten, hun tassen inpakken en naar een ander gebouw lopen. Tafels moesten gedekt en weer afgeruimd. Het gebouw moest veegschoon worden opgeleverd en er lag een enorme hoeveelheid spelmateriaal dat over verschillende auto's moest worden verdeeld. De onderbouw kwam op bezoek voor de vossenjacht dus de vossen (Ja, natuurlijk wil ik wel een vos zijn. 'Geen probleem'.) moesten zich leuk verkleden. Als een stripfiguur. Maar niet te opvallend. (ligt het aan mij of is dit een contradictio in terminis) Ook moesten we daarbij nog even een setje vragen verzinnen, maar dat kon wel mooi tijdens het schoonmaken. Toen dit allemaal achter de rug was en ik me zwetend in mijn Wiske-outfit had gehesen, kwam ik tot de ontdekking dat alle andere striphelden al vertrokken waren naar hun plekje in het bos. Ik had tijdens het rondrennen op zoek naar Nona met haar schoenen onder mijn arm (zij had per abuis haar laarsjes aangetrokken, maar kan daarmee geen boswandeling van twee uur volhouden) de uitleg van de oppervos gemist en had geen idee waar ik nu naartoe moest. Helaas was Nona ook al vertrokken.
Enige optie was naar het andere gebouw te gaan en daar opnieuw informatie in te winnen en Nona alsnog van het correcte schoeisel te voorzien,  maar daar waren inmiddels alle kinderen ook aangekomen en die mochten mij natuurlijk niet zien. Althans, niet als Wiske. Gewoon een bospaadje afkuieren in een witte jurk valt geweldig op, dus besloot ik de auto te nemen. Mijn kapuchon trok over mijn kop om mijn pronte rode strikje te verhullen. Wiske from tha hood in haar oude volksie. Hos ja! Eenmaal aangekomen parkeerde ik de auto slordig tussen de bomen en sloop naar de achterzijde van het gebouwtje.
'Psssst!' Siste ik door het open raam. Ik probeerde de aandacht te trekken van de moeder van Nona's vriendinnetje die toevallig in de buurt stond. Ze stond met haar rug naar me toe en hoorde me niet. Ik probeerde het bij de bovenbouwer die ernaast zat en die me wel in de gaten had. 'Psssst! Roep even die mevrouw die daar staat voor me!' De bovenbouwer staarde me vol ongeloof aan en verroerde zich niet. 'Halló-ow!' Drong ik aan. 'Wil jij even aan die mevrouw vragen of ze buiten komt? Geen reactie. Ik begon wild te wijzen. 'Die mevrouw! Wil je haar even vragen! Of ze buiten komt!' Ik wees op mezelf. 'Voor mij!' Traag gingen de mondhoeken van het meisje omhoog. 'Ooo.... jij bent Súske!' 'Ja! Ja! Nee! Ik ben Wiske', riep ik, 'maar vraag nou even aan die mevrouw of ze naar buiten komt, de kinderen mogen me zo niet zien en ik moet haar echt spreken!' Eindelijk kwam het meisje in beweging. De mama van Nona's vriendinnetje kwam naar buiten. Gehaast overhandigde ik haar Nona's schoenen waarbij ik halsstarrig haar geproest trachtte te negeren.  Zo, schoenen kwijt, dat was alvast een zorg minder. Nu nog zien te ontdekken waar Wiske wezen moest in het grote bos. Te hulp geschoten leiding armzwaaide naar links. 'Die kant op, het rode pad volgen!'
Ik dankte  hartelijk en holde, gebukt, tussen de struiken door het bos in. 'Een leeg nummer zoeken!' Hoorde ik nog achter me roepen.
Maar een kwartier later had ik nog helemaal niks gevonden. Geen rood pad, geen vossen, geen kinderen en geen leeg nummer. Wel wat doordeweekse wandelaars die mij zonder uitzondering met hun gezicht in de neutraalste stand passeerden, of kwamen zij dagelijks een dolend Wiske met een smoel als een donderwolk en een hippe zonnebril op tegen bij het hond uitlaten. Ik voelde hoe mijn humeur richting vriespunt zakte en moest mij hevig verzetten tegen de aanvechting terug naar mijn auto te sluipen, plankgas naar huis te rijden om daar  het rode strikje aan flarden trappen in de achtertuin op de klanken van 'sympathy for the devil' en mij vervolgens over geven aan een bacchanaal met grote hoeveelheden drank, nog meer harde muziek en chocola. (want een helemaal normaal mens ben ik natuurlijk niet) In plaats daarvan sleepte ik mij plichtsgetrouw terug naar het vertrekpunt om daar nogmaals om aanwijzingen te vragen.
'Ja, maar je moet ook dáár naartoe', armzwaaide men nu plotsklaps rechtsaf. Moedeloos toog ik opnieuw een bospad op. Maar deze keer had ik meer succes. Al na enkele meters hoorde ik gesis vanachter de struiken. Het bleek een uit de kluiten gewassen Pocahontas met warrig nylon haar die mijn aandacht probeerde te trekken. Narrig stampte ik door het struweel naar haar toe en smeet demonstratief mijn zonnebril en rugzak voor haar moccasins. 'Ik heb het helemaal gehad! Ik loop al een half uur te zoeken naar jullie en ik weet geeneens mijn nummer' klaagde ik. 'En waar is trouwens Captain Smith?' (deze vraag negeerde zij) Het was genant. Ik voelde me gesloopt en uiterst labiel. En ik had helemaal geen zin meer in die vokkingvossenjacht. Het liefst ging ik een potje zitten huilen. Serieus waar. Gelukkig was alleen Pocahontas getuige van deze scene. Nadat zij mij een poosje moed in had zitten praten vervolgde weer mijn weg. Sluipend ging het weer door de struiken, maarja, de witte jurk verried mij natuurlijk in no time voor die verdomd frisse ouders die niet al drie dagen wakker en ongedoucht een stel ongeleide projectielen hadden moeten zien te vermaken. Dra had ik dus een kleine optocht van kinderen achter mij aan: 'Suske! Súuske! Blijf staan Suske!' Tja, zo kwam ik nooit bij mijn nummer. Ik leek verduld nog eens aan toe de rattenvanger van Hamelen wel. 'Jonges, jonges, even rustig', maande ik mijn jeugdige stalkertjes. 'Luister, ik moet ergens in dit bos zijn, maar professor Barabas heeft mij per ongeluk naar de verkeerde plaats geflitst met de teletijdmachine. Nu moet ik het laatste stukje nog even lopen', sprak ik eufemistisch. En ik ben Wiske jonges, Wis-ke. Nah, ik ga nu snel en dan zie ik jullie zo, okee?' En weg was Wiske. Wonderbaarlijk genoeg lag er niet veel later inderdaad ergens een landschapje met een nummer zonder vos waar ik kon plaatsnemen op een boomstronk en het geluk bleek zich inmiddels weer aan mijn kant te hebben geschaard, want het eerste groepje dat opgetogen aankwam ('Há, jij bent Suske!') bleek het groepje van mijn buurjongetje dus kon ik mooi even onopvallend om de spelregels vragen. 'Dus jongens, wat was alweer de bedoeling? Leg het mij eens uit, zodat ik kan controleren of jullie goed geluisterd hebben!'

18.5.11

Genoeg is genoeg

Beste Aan Mozilla Firefox Vier,
We hebben het niet altijd makkelijk gehad, maar jij en ik weten dat ik mij altijd uiterst flexibel heb opgesteld jegens jou en al je grillen.  Ik ben een wat ouderwets mens, die niet telkens even enthousiast reageert op al je updates en nieuwe versies, om van de add-ons nog maar helemaal niet te spreken. Maargoed, ik doe mijn best om je bij te benen.
Maar hoe denk je dat ik me voel als je drie maal achter elkaar instort als ik een avondje zit te internetten?
Of dat ik uren moet speuren door geeky fora omdat er met de installatie van je nieuwe versie weer vanalles en nog wat niet wil werken zoals het altijd werkte.
En dan die onverdraaglijke provocaties als ik je voor de zoveelste keer opnieuw moest opstarten: Nu u Firefox 4 hebt, kunt u meer lezen over alle leuke dingen die u met uw nieuwe browser kunt doen.
Ik zal jou eens een keer vertellen welk leuk ding ik met je nieuwe browser zou willen doen!

Ook vind ik het slecht verteerbaar dat jij je pijlen exclusief op mij richt. Ik durf zelfs zover te gaan mijn vermoedens hardop uit te spreken: ik denk dat jij Stefan en mij uit elkaar probeert te drijven!
Via betrouwbare bron is mij namelijk ter ore gekomen dat jij het crashkunstje alleen bij mij uithaalt en verder bij niemand in dit gezin. En hij blijft jou te vuur en te zwaard verdedigen. Maar hij komt er ook nog wel achter, Moz. Iedereen komt er nu achter. Je spelletje is uit!

En nee, ik hoef geen uitleg meer. Bespaar je de update. Het is echt gedaan tussen ons, Moz. Want wat je nu gepresteerd hebt is werkelijk beneden alle peil.
Ik kon niet meer inloggen op mijn blog. En ik hoef jou zeker niet te vertellen hoe dat kwam, he? Was je soms bang dat ik uit de school zou klappen? Dat de waarheid over jou boven tafel zou komen? Je wilde me monddood maken en ontken het maar niet! Maar ha! Dan ken je mij nog niet. Ik heb twee woorden voor je, Moz: Internet Explorer. That's right. Je hebt me regelrecht in de armen van die ouwe, lelijke, onhandige, maar veel betrouwbaardere bladereraar gejaagd. En ja, dat doet je vast pijn. Maar dan weet je ook eens hoe ik me voel.

Een laatste groet,
Control, alt, delete!

(eens) Je Herma


16.5.11

Billy. Of: het groeit aan waar je bij staat. Een licht overdreven verhaal met een open einde.

Wij verkochten onlangs onze boekenkast aan een aardige man met niet zoveel boeken. Het werd namelijk hoog tijd dat we het ding wegdeden, het stond afgeladen vol en alsnog hadden we een stuk of twaalf, misschien tweeendertig verhuisdozen vol met boeken die in de schuur stonden te verpieteren.
Vervolgens gingen wij nog verder overstag; we kochten een witte B punt Illy. U weet wel, het handige boekenkastsysteem van I punt Kea.  Zo fokken briljant dat er inmiddels al een boekje over geschreven is.  Even terzijde; persoonlijk vond ik het, nouja laten we zeggen: opmerkelijk, dat je in de B punt Illyplanner op internet een heuse hoekkast in je ontwerp kunt opnemen, maar dat die in werkelijkheid gewoon een gewone kast is, maar die je dan dus in de hoek zet. Voilá; hoekkast! Tssss. Ja zeg, zo kan ik het ook!
Hoe dan ook, het was toch handig om aan de ene wand te beginnen en halverwege de andere pas op te houden. Wij bouwden ons dus eerst met onze B punt Illy een slag de hoek om en trokken daarna de schuur leeg. "Sjonge, wat heerlijk!" Juichten we de hele tijd. "Eindelijk weer alle boeken binnen handbereik! Moet je kijken, wat een ruimte!, Nu kun je eindelijk ook weer eens wat bijkopen, Steef" En: "Jee, ik wist niet eens meer dat ik deze nog had!" Obscure jaren tachtig stukken kwamen weer opgedoken, zoals de Ronflonflon reeks naar de gelijknamige radiouitzendingen met Jacques Plafond (Weetjenog: Jan Vos, Broekema, Jacques Plafond, Jaap Knasterhuis en Wilhelmina Kuttje junior. Met twee t.) die Stefan ooit integraal had ingekocht. "Het lijkt net een bibliotheek mama", spinde Nona tevreden met de vier planken die zij nu voor haar eigen boekencollectie gereserveerd wist. Zelf was ik ook lekker bezig, want eindelijk had ik Stefan zo ver dat er ook nog wat boeken weg mochten (niet de Ronflonflonreeks) en dat leverde al snel drie volle dozen voor de kringloopwinkel op. Ik begon me al te verheugen op het eindresultaat, een mooi ingedeelde boekenkast, boeken op thema bij elkaar en op hoogte gerangschikt, behalve als het een serietje van dezelfde schrijver betreft ( maar dan geldt binnen dat serietje natuurlijk wel weer de regel op hoogte rangschikken). He lekker toch, dat opruimen! O o wat was ik weer tevreden met mezelf. En wat kon ik dat toch handig, zo'n boekenkastje inrichten.Toch jammer dat die hele reeks Oliver Sacksen nu niet bij elkaar op een plank pasten, mijmerde ik. Wacht, als ik nou de hele plank 'populair wetenschappelijk' mix met 'wetenschappelijk' zonder dat Stefan het merkt, dan kunnen de Sacksen daar, en ...Hmm. Nu past 'literair, Engels' daar niet meer. Nahja. Komt die op de plank daaronder en dan... Hmmm. Toch nog eens kritisch naar dit plankje kijken, kan er echt niet meer weg? Ondertussen zag ik Nona door de chaos struinen. Ik ging nog maar eens naar de schuur voor een nieuwe lading. Toen ik terugkwam was de hele sectie 'kinderboek' een bende. Nona lag heerlijk voor de kast op het grote kussen te lezen in haar hervonden schatten. Op de planken had zij lukraak -een kind trekt zich van een 'op hoogte rangschikken' regel niets aan- boeken teruggezet die zich eerder in de kringloopdozen bevonden.  Stefan kwam aan met nog een stapel van ongeveer zestig of zeventig boeken van boven die ook nog in de kast moesten  en de suggestie of er niet ook nog een B punt Enno (of twee, óf drie) naast de B punt Illy zou passen, voor de cd's en dat was het moment dat ik een beetje snauwerig begon te worden. Ik keek met argusogen naar de twaalf of tweeendertig nog volle boekendozen in de kamer. Ik dacht aan de zestien of zevenentwintig dozen met cd's die zich ook nog ergens in opslag bevinden.
I knew it!
Drie dagen bouwen aan een B punt Illy, zesentwintig of misschien wel negenenveertig volle dozen naar de kringloop en dan verduld nog eens aan toe nog steeds zesenvijftig dozen met boeken én cd's én rommel overhouden!
Mooi dat dit dus niet ging passen!

9.5.11

Cavia ben ik

"Die vulling, daar zit een gat onder, hoor" wierp mijn tandarts me na het nemen van de verplichte rontgenfoto's dit jaar voor de voeten. "En ik zeg het maar meteen; dat wordt een zenuwbehandeling."
"O. Ach. Nóu." Hakkelde ik. En: "echt?" Dat doe ik namelijk altijd, als er iets gebeurt waardoor ik het liefst allerverschrikkelijkst wil gaan vloeken maar dat niet kan omdat er beschaafde mensen en/of kinderen bij zijn. Het getier in mijn hoofd weigert dan ruimte te maken voor het formuleren van een adequate reactie. In dit geval was het eigenlijk nog erger, want het liefst was ik onmiddelijk in keihard huilen uitgebarsten.
Ik heb namelijk een hartgrondige hekel aan de tandarts.
Nouja, niet de tandarts persoonlijk, natuurlijk. Eigenlijk is zij een heel erge lieverd, die je gewoon 's avonds thuis nog even belt na een enge behandeling of alles oke is, maar gewoon een wat ongelukkig vak heeft gekozen. Het is dat gefrut aan je kiezen en de pijn, de pijn, dát haat ik dus. En daar ben ik niet de enige in, dus ik zal er niet al  te lang over doorzeuren.
Anyhow, het vonnis viel dus in een van de meivakantiedagen tijdens een controlesessie waar ik argeloos in was gelopen. En nou zat ik g@*#$omme ineens vast aan een afspraak  voor een behandeling van vijf kwartier!
Gedwee meldde ik mij vanochtend aan de hellepoort van de tandartspraktijk.
De tandarts toog aan het werk met boren, vijlen, naalden, en al wat er verder nog lag aan martelwerktuigen in haar keurige, gloednieuwe 'cabinets'. Halverwege de behandeling begon de rubberen tarp die zij over mijn gezicht had gespannen om de stroom chloor die zij door mijn getergde wortelkanalen joeg niet in mijn keel te laten stromen, venijnig te branden. Ik bleek een spontane allergische reactie te hebben op de lap, waardoor er in allerijl een verzameling gaasjes onder werd gelegd, die inderdaad zeer afdoende werkte, maar wel de vernedering compleet maakte door vrolijk op te waaien bij elke keer dat ik door mijn neus uitademde en mee te dansen op het ritme van mijn van vermoeidheid onwillekeurig Gabber Piet-achtig trillende onderkaak. Al de tijd had de tandarts zelf enorme lol met haar assistente, opmerkingen over de genoten witbiertjes op het terras dit zonovergoten weekend wisselden vakantieverhalen en anekdotes over de kinderen af. Regelmatig werd mij ook om een zinvolle bijdrage in het gesprek gevraagd, waarop ik uiteraard slechts met een weerloos 'Uhuh' kon reageren, telkens met andere intonatie, opdat zij misschien toch konden snappen hoe ik het bedoeld had. Gruwel.
Hoewel, dat was toch nog niet het ergste.
Eindelijk was het klaar en de tandarts gaf mij een glas met brufen bruis, twee paracetamollen en een spiegel. Ik sloeg de pillen achterover met het drankje en wierp een blik in de spiegel. Een rood aangelopen cavia met traanoogjes keek mij verwijtend aan. Ik draaide de spiegel om, maar daar prijkte een vrolijk lachend kiesje, de andere kant bleek dus wel degelijk de spiegelzijde en de cavia was ikzelf!
Stiekemsgewijs was, verstopt onder de rubber dam, tijdens de behandeling de linkerzijde van mijn gezicht tot idiote proporties opgezwollen. En de pijn! Niet te beschrijven. Eerlijk waar, bevallen deed minder zeer.
En dan te bedenken dat ik tot vandaag nergens last van had! Kiespijntechnisch, dan.
De rekening was op zijn zachtst gezegd ook een behoorlijke tegenvaller. Ik kreeg nog wel een recept voor een flinke voorraad pijnstillers mee en was zeker met opeengeklemde kaken rechtstreeks naar de apotheek gejakkerd, als dat niet zo'n pijn zou hebben gedaan. In plaats daarvan reed ik nu plankgas naar huis in mijn ouwe v punt w met mijn mond een beetje openhangend, wat hopelijk in hippe zuid afrikaanse rap kringen nog wel als zef zou worden aangemerkt, maar hier moet ik dat er echt nog even bijzeggen. Zef! 
De rest van de dag heb ik lamlendig op de bank gehangen met een pak ijs tegen mijn gezicht en bijkans high van de pijnstillers die verder overigens niet noemenswaardig werkten.
Nou hoor ik het u een beetje denken: "Gaat dit nog ergens naartoe, die kletspraat over die tandarts, ik zie nog in geen velden of wegen een clou of een bruggetje of een mooie afsluiter aankomen". Dat klopt. Er is geen mooie afsluiter, het verhaal gáát nergens naartoe. Sterker, ik zit dit te tikken met mijn nieuwe vriend ijspak naast me, van tijd tot tijd houd ik hem innig tegen mijn gezwollen gelaat gedrukt. Ik zit er dus nog middenin. Morgenochtend stuur ik mijn tandarts per mail een update en een foto van mezelf met mijn caviabek en daarna zal ik mij zuchtend naar mijn eerste klanten begeven, klanten waar ik gehoopt had een beetje charmante eerste indruk te kunnen maken, maar dat kan ik nu natuurlijk wel schudden met mijn nieuwe rodent-look. Gekke bekken naar kleine kindjes trekken moet nu niet zo'n groot probleem zijn, hopelijk hollen ze niet gillend weg.
Nee, dit was puur een kwestie van therapeutisch schrijven. Gedeelde smart is halve smart, u weet het vast.
En ik dank u allen voor het luisterend oog.


Herma.

26.4.11

Koffiepet

Gisteravond zond De Wereld Draait Door een hele serie volledige optredens uit van bands die afgelopen tijd in de uitzending geweest waren. Nona stond te swingen voor de tv, want zij is een groot muziekliefhebster. Selah Sue viel erg in de smaak, en wonderbaarlijk genoeg ook Peter Pan Speedrock. ("bestaan die nog?" "Ja, die bestaan nog, geen twijfel mogelijk.") Ik vind de zuid afrikaanse rapper Jack Parow leuk, maar die vindt zij dan weer wat raar. Na de man een tijdje in actie te hebben gade geslagen, merkte ze droog op: "hij heeft een koffiepet."

En ja hoor:
Pre-cies het signature headgear van onze held!
                                                                                                               Jy denk toch nie jy's cooler as sy?



24.4.11

paasdag

Sjonge wat een lekker weertje is het toch. Hoe kan het nou dat ik zo ontzettend snipverkouden ben geworden?
Vorige week voelde ik me al niet zo lekker, sinds gisteren is de algehele malaise echt komen doorzetten. Toch stortten wij ons dapper op de bereiding van de paaslunch die Nona voor Stefan in petto had en vanmiddag brachten we een bezoekje aan het paardenrusthuis in Soest. Ik snapte de oude besjes met hun stramme, pijnlijke spieren, sopogen en snotneuzen maar al te goed in mijn staat, zullen we maar zeggen. "Houd boed, ouwe!" neuzelde ik links en rechts in harige driehoekjesoren en ik drukte kusjes op hun zachte neus. Nona verknochtte zich aan een tweeëndertigjarig schimmeltje en ik probeerde mijn bij ziekte en/of vermoeidheid altijd moeilijker te bedwingen sentimentaliteit te beheersen tegenover Eric, het amsterdamse (ex) politiepaard, wiens stoere foto's uit hoogtijdagen bij zijn stal hingen.
Twas mooi.
Maar nu ga'k naar bed.
Snotneus, sopogen...

Nee, Nona slaat geen paardjes, haar arm maakt af en toe een onwillekeurige beweging.

Die knapperd heet Appie.

21.4.11

Sjagrijn

Ik was, geloof ik, toch een beetje humeurig vanochtend.
Excuses daarvoor, lieve lezers.
Later op de ochtend begon mijn ooglid te trekken, zeer inspector Dreyfuss-like  (vanaf 0.09 min) en nog iets later begon mijn hoofd te bonken.
Misschien ben ik toch een beetje aan vakantie toe...
Ik ben in ieder geval begonnen in de tuin wat rustgevend groen toe te voegen. Perkgoed, noemen ze dat in het tuincentrum.
 Hopelijk houdt het het sjagrijn ook binnen de perken.



Edit 18:12: De meivakantie is begonnen! We proberen een nóg hogere staat van Zen (hahaha, -lachtherapie-) te bereiken en kletsen urenlang met een muntkevertje.

Herma, jij kan ook álles!

Ik zeg het zelf maar even. Bij hoge uitzondering, want meestal ben ik de eerste om mezelf af te kammen, en vooral de nadruk te leggen op de dingen die ik niet kan. Want ik geef het eerlijk toe, ik kan niet multitasken en ik kan niet koken of anderszins een geslaagde catering organiseren, ik ben een chaoot (dit verklaart waarschijnlijk het voorgaande), kan nauwelijks rekenen, ben enorm vergeetachtig en zo kan ik nog wel honderd slechte eigenschappen verzinnen die alleen ik bezit en verder helemaal niemand. Zo redeneer ik dan, want af en toe raak je na zo'n droevige opsomming vervuld van zelfhaat- en medelijden. Wat je niet verder helpt, overigens. Daarom gooi ik het maar even over een andere boeg. Onder het mom:  steekt uzelf eens een veer in de reet. 
Want maandag begon ik aan het schilderen der kozijnen, een rotklusje dat ik alleen volbrengen kan onder het voortdurend prevelen van de mantra "ik bespaar duizenden euro's, ik bespaar duizenden euro's"  en het daadwerkelijk proberen te visualiseren van geld; papier en kromme stapeltjes munten.
Uiteraard moet dit klusje geklaard worden onder schooltijden en het is daarbij wel de bedoeling dat er na twee uur 's middags geen spoor van stof of rondslingerend schuurgereedschap meer te vinden is. Dat betekent dat er op tijd gestopt moet worden met het werk zodat het soppen kan beginnen. Bovendien er deze laatste schoolweken weer het nodige te beleven op het gebied van ouderparticipatie (waar ik overigens weer geen hekel aan heb), en wordt voor het doen van de was, de boodschappen, het kopen van lekkers voor de paaslunch op school, kopen en smeren van zonnebrandcreme voor en op heel mijn groepje tijdens de sportdag, het maken en nakomen van afspraken bij tandarts, garage, revalidatie en andere arts, uiteraard volledig op ondergetekende gerekend. En dan hebben we het nog niet eens gehad over het op tijd, of uberhaupt inleveren van ingevulde strookjes of zakjes met geld voor de schoolfotograaf, kadootjes kopen, en het in vredesnaam dan maar aanschaffen van een doosje met geverfde eieren in de supermarkt omdat een thuisverfsessie er echt, wat eieren betreft, niet meer in zit de komende dagen.
Hoe dóet ze het toch allemaal, ik hoor het u denken. En ik denk het zelf ook. But then again; I'm an enigma* 

(*uit: Seinfeld)
Edit, kwartiertje later: Oja, ik zou het bijna vergeten; ik legde nog een interview met Nicole van - o.a.-  Het  Moederbedrijf af! Je kunt het hier lezen.

8.4.11

de koning te rijk


Nona is de koning te rijk met d'r nieuwe (tweedehands) Sa.nita clogjes. 
Voor de gezelligheid, naast de verplichte van de schoenmaker. Voor in huis en tuin. (Hoewel we in huis al hebben laten varen, we worden gek van het geklos op de houten vloer.)

4.4.11

Breidag en meer

Dit weekend was ik op de breidag in Nieuwegein. Breidagen, moet ik zeggen, want het waren er twee. En ik was daar niet omdat ik zelf een gepassioneerd breiliefhebster ben, maar omdat ik mijn vrichtje Marieke, met die leuke webwinkel,  hielp. En pfóe, dat was wat, jong! Zelfs Pownews was er op af gekomen. Helaas heeft het item de uitzending niet gehaald, en moeten wij het slechts doen met een wazige twitterfoto op de site. (foto met Jan en gehaakte muts. 'were-' zie je nog net. Dat zijn wij dus. Er is nog net een glimp van mijn rug  - ik sta "toevallig" net te bukken-  en een ledemaat van Marieke zichtbaar.)
Maargoed. De breidagen zijn voorbij, de kater op zondag ook (Spierpijn! Moe! 'T was gewoon genant.)
En nu moet ik weer voor mezelf de boer op. Want wist u eigenlijk al dat ik ook voor mezelf ben begonnen? Omdat ik een heel handige knipper (van haar) ben? En vormgevert? Nee, dat wist u niet he? Dat komt, ik zég dat ook nooit. Tegen iemand. Maar dat is niet slim, marketingtechnisch, zal ik maar zeggen. Een zaak wil klanten.
En ik dus ook.
Dus. Nu zeg ik het.
Belt allen! Zegt het voort!
Wacht, ik flyer meteen even mijn kaart.






En wil je nou niet geknipt worden, maar wel zo'n leuke kaart, danwel logo voor je eigen zaak? Bel, of ook handig; e-mail me dan even. Want dat is weer een heel ander verhaal.

29.3.11

Opgefokt

Onder degenen die mij ook kennen van intecht is het bekend: ik ben geen ochtendmens. Ik ben een avondmens. Een náchtmens, durf ik er zelfs wel van te maken.
Da's niet handig.
Het echte leven speelt zich namelijk in het algemeen gewoon tussen, pak 'm beet, 9 en 5 af. En de meeste mensen houden ervan "lekker op tijd" te beginnen. Maar, bij voorbeeld, om kwart over acht op school aanwezig zijn is geen sinecure als je om half twee 's nachts pas je bedje in bent gerold. "Moet je eerder gaan slapen!" "Ja, maar ik zat nog zo lekker te werken." Zucht. Want: om een uur of zeven 's avonds stort ik in, dreig om half acht bij Nona in bed in slaap te vallen, wat zij wel weer gezellig vindt, neem een sloot koffie, zet de computer aan, beloof mezelf tegen negenen dat ik vandaag echt op tijd naar bed ga, krijg om half tien nog een "briljant" idee waar ik Nu Meteen mee aan de slag moet en kan (lekker stil in huis, geen mama mag ik... of Herma waar is...) en voor ik het weet is het (ver) na middernacht en dus weer veels te laat en dus morgenochtend weer als een gebroken vrouw opstaan en, en, en.
En dan zo'n ochtend als vanochtend!
Grúwelijk!
Ik kom beneden, verkreukeld en schor, en de kamer ligt bezaaid met drumstelonderdelen. Nona zit in haar blootje en nog nadruppend van het douchen op het pedaaltje van de bassdrum te trappen en Stefan staat buiten de kofferbakinhoud van de auto te monsteren. "Oja", herinner ik me, "Stefan zou gaan drummen, op zijn werk." (don't ask) Ik sommeer Nona voort te maken met aankleden en stap zelf onder de douche. Als ik daar weer onder vandaan kom is het drumstel verdwenen, maar ligt in plaats daarvan de kofferbakzooi uit de auto verspreid over en naast de bank, twee kinderzitjes staan en liggen er half voor en het kofferbakafdichtklepje (of heet dat nou de hoedenplank) staat amicaal tegen de kachel te leunen. Nona heeft alleen nog maar een onderbroek en een hemd aan. Toppie.
Stefan verdwijnt na wat gegrom over en weer over de achtergelaten bende en ik probeer Nona en mij richting school te krijgen, wat lukt, ondanks een klein meningsverschil over wat een kindergezicht 's ochtends harder nodig heeft; blauw en roze poeder uit een make-upsetje van de action of een tandenborstel en tandpasta.
Ondertussen zoek ik me een slag in de rondte naar de huissleutels.
Opeens gaat er een lampje bij me branden. Stefan vroeg naar autosleutels - autosleutels in mijn tas - autosleutels bij mij altijd vast aan huissleutels vanwege anders te lang moeten zoeken naar één dan wel ander bos... o, snotvergeme als het niet waar is: Stefan rijdt nu, met drumstel en al in de auto met mijn sleutels naar zijn werk! En hij neemt zijn telefoon niet op. Dit is meer dan een niet-ochtendmens kan verdragen. 's Ochtends.
Wild ren ik door het huis. Speurend, in de hoop dat de sleutels op magische wijze toch nog opduiken.
En dan.
Ontplof ik.
Ik veroorzaak een schokgolf met een cijfer op de schaal van Richter die ervoor zorgt dat Stefan toch met mijn sleutels naar huis terugkeert, zodat ik de deur uit kan en belangrijker, er dadelijk ook weer in kan. Wel verbaas ik mij over zijn lef een opmerking te durven maken over het feit dat de huissleutels aan de autosleutels vastzaten. Gelukkig geeft Nona hem de wind van voren, zodat ik dat niet meer hoef te doen. Op meer adrenaline in mijn lijf dan goed is voor een mens, race ik met Nona achterop naar school.
Als dit vandaag nog maar goed komt.
Eenmaal thuis, met een huishoudemmertje koffie voor mijn neus en KGB  in mijn oor, kom ik weer een beetje tot mezelf.
Pfff. Wat een ochtend. Er is minder voor nodig om me op te fokken. 

Heb ik je nu helemaal in de stress gejaagd met dit vre-se-lijke verhaal?
Druk dan even op de 'play' knop van het liedje hieronder. Heel kalmerend.



(Oef, slecht verhaal, dit. Maarja. Wat wil je. Na zo'n ochtend...)