9.5.11

Cavia ben ik

"Die vulling, daar zit een gat onder, hoor" wierp mijn tandarts me na het nemen van de verplichte rontgenfoto's dit jaar voor de voeten. "En ik zeg het maar meteen; dat wordt een zenuwbehandeling."
"O. Ach. Nóu." Hakkelde ik. En: "echt?" Dat doe ik namelijk altijd, als er iets gebeurt waardoor ik het liefst allerverschrikkelijkst wil gaan vloeken maar dat niet kan omdat er beschaafde mensen en/of kinderen bij zijn. Het getier in mijn hoofd weigert dan ruimte te maken voor het formuleren van een adequate reactie. In dit geval was het eigenlijk nog erger, want het liefst was ik onmiddelijk in keihard huilen uitgebarsten.
Ik heb namelijk een hartgrondige hekel aan de tandarts.
Nouja, niet de tandarts persoonlijk, natuurlijk. Eigenlijk is zij een heel erge lieverd, die je gewoon 's avonds thuis nog even belt na een enge behandeling of alles oke is, maar gewoon een wat ongelukkig vak heeft gekozen. Het is dat gefrut aan je kiezen en de pijn, de pijn, dát haat ik dus. En daar ben ik niet de enige in, dus ik zal er niet al  te lang over doorzeuren.
Anyhow, het vonnis viel dus in een van de meivakantiedagen tijdens een controlesessie waar ik argeloos in was gelopen. En nou zat ik g@*#$omme ineens vast aan een afspraak  voor een behandeling van vijf kwartier!
Gedwee meldde ik mij vanochtend aan de hellepoort van de tandartspraktijk.
De tandarts toog aan het werk met boren, vijlen, naalden, en al wat er verder nog lag aan martelwerktuigen in haar keurige, gloednieuwe 'cabinets'. Halverwege de behandeling begon de rubberen tarp die zij over mijn gezicht had gespannen om de stroom chloor die zij door mijn getergde wortelkanalen joeg niet in mijn keel te laten stromen, venijnig te branden. Ik bleek een spontane allergische reactie te hebben op de beflap, waardoor er in allerijl een verzameling gaasjes onder werd gelegd, die inderdaad zeer afdoende werkte, maar wel de vernedering compleet maakte door vrolijk op te waaien bij elke keer dat ik door mijn neus uitademde en mee te dansen op het ritme van mijn van vermoeidheid onwillekeurig Gabber Piet-achtig trillende onderkaak. Al de tijd had de tandarts zelf enorme lol met haar assistente, opmerkingen over de genoten witbiertjes op het terras dit zonovergoten weekend wisselden vakantieverhalen en anekdotes over de kinderen af. Regelmatig werd mij ook om een zinvolle bijdrage in het gesprek gevraagd, waarop ik uiteraard slechts met een weerloos 'Uhuh' kon reageren, telkens met andere intonatie, opdat zij misschien toch konden snappen hoe ik het bedoeld had. Gruwel.
Hoewel, dat was toch nog niet het ergste.
Eindelijk was het klaar en de tandarts gaf mij een glas met brufen bruis, twee paracetamollen en een spiegel. Ik sloeg de pillen achterover met het drankje en wierp een blik in de spiegel. Een rood aangelopen cavia met traanoogjes keek mij verwijtend aan. Ik draaide de spiegel om, maar daar prijkte een vrolijk lachend kiesje, de andere kant bleek dus wel degelijk de spiegelzijde en de cavia was ikzelf!
Stiekemsgewijs was, verstopt onder de rubberdam, tijdens de behandeling de linkerzijde van mijn gezicht tot idiote proporties opgezwollen. En de pijn! Niet te beschrijven. Eerlijk waar, bevallen deed minder zeer.
En dan te bedenken dat ik tot vandaag nergens last van had! Kiespijntechnisch, dan.
De rekening was op zijn zachtst gezegd ook een behoorlijke tegenvaller. Ik kreeg nog wel een recept voor een flinke voorraad pijnstillers mee en was zeker met opeengeklemde kaken rechtstreeks naar de apotheek gejakkerd, als dat niet zo'n pijn zou hebben gedaan. In plaats daarvan reed ik nu plankgas naar huis in mijn ouwe v punt w met mijn mond een beetje openhangend, wat hopelijk in hippe zuid afrikaanse rap kringen nog wel als zef zou worden aangemerkt, maar hier moet ik dat er echt nog even bijzeggen. Zef! Hos ja!
De rest van de dag heb ik lamlendig op de bank gehangen met een pak ijs tegen mijn gezicht en bijkans high van de pijnstillers die verder overigens niet noemenswaardig werkten.
Nou hoor ik het u een beetje denken: "Gaat dit nog ergens naartoe, die kletspraat over die tandarts, ik zie nog in geen velden of wegen een clou of een bruggetje of een mooie afsluiter aankomen". Dat klopt. Er is geen mooie afsluiter, het verhaal gáát nergens naartoe. Sterker, ik zit dit te tikken met mijn nieuwe vriend ijspak naast me, van tijd tot tijd houd ik hem innig tegen mijn gezwollen gelaat gedrukt. Ik zit er dus nog middenin. Morgenochtend stuur ik mijn tandarts per mail een update en een foto van mezelf met mijn caviabek en daarna zal ik mij zuchtend naar mijn eerste klanten begeven, klanten waar ik gehoopt had een beetje charmante eerste indruk te kunnen maken, maar dat kan ik nu natuurlijk wel schudden met mijn nieuwe rodent-look. Gekke bekken naar kleine kindjes trekken moet nu niet zo'n groot probleem zijn, hopelijk hollen ze niet gillend weg.
Nee, dit was puur een kwestie van therapeutisch schrijven. Gedeelde smart is halve smart, u weet het vast.
En ik dank u allen voor het luisterend oog.

Herma.

2 opmerkingen:

Ingeborg zei

Ondanks alles heb je nog een scherp oog. We zijn zeer goed geknipt en mensen, ik heb het gezien, die cavia lijkt verdorie echt.

You Überdappertje you dat je gewoon bent gaan werken!

Herma zei

Ha! Hahaha! Je bent een liefje!
Dank, en ik zou zeggen: noem het niet. Ik had vandaag niet veel pijn meer en dan gaat het natuurlijk verder best. Fijn dat jullie tevreden zijn!