28.6.11

Laatste loodjes voor de zomervakantie

Het is de laatste week voor de grote vakantie en morgen is dan de gevreesde dag daar: de laatste werkdag van Nona's juf.
Juf komt na de grote vakantie niet meer terug op school en dat is ontzettend jammer, want zij is een topjuf en we konden met haar, ha ha, lezen en schrijven. We zijn dan ook lichtelijk jaloers op die bloody bofferds in de vinexwijk waar juf haar ding komt doen vanaf volgend schooljaar.
Wat ook een beetje jammer was, was dat ik mij pas vandaag realiseerde dat het dus morgen haar laatste dag is, en wij dus nog vanmiddag hevig aan het werk moesten met zijn twee, Nona en ik. Want ik had natuurlijk al wel in gedachten allerlei leuks voor juf, maar concreet was er natuurlijk nog niks. Nou moet ik bekennen dat werken onder (tijds)druk mij eigenlijk altijd tot de beste prestaties brengt, maar het is dan uiteraard het fijnst als er verder geen factoren zijn die de flow kunnen benadelen, zoals daar vandaag bijvoorbeeld de temperatuur een enigzins nadelige invloed had op ons creatieve beesten.
Maargoed.
Het is volbracht. (tijd: 0:50. Dat wordt weer moeilijk, morgenochtend...)
Juf heeft een gezellig kado van ons uit te pakken morgen, en als kersje op de taart nog een mooie custom-made Nona-kaart voor derbij.


22.6.11

Mega Mindy's only got no arms!

Moest ik mij zorgen maken, vroeg ik mij vanochtend vertwijfeld af bij de aanblik van onze  Mindy. Gisteren had zij volgens mij nog gewoon vier ledematen, zoals wij van haar gewend zijn, vandaag waren er nog maar twee. Ik besloot er maar over te zwijgen. Tenslotte leek zij totaal niet gehinderd door dit gruwelijke feit, gemeten aan heur brede glimlach.
Nee, zorgwekkender vond ik de pose waarin zij zich bevond.
Zou het dan toch bestaan? De... matrix...?
Nee, waarschijnlijker is dat zij getroffen is door een kindermaatje 30 terwijl zij argeloos onder de eettafel lag te liggen. Waarom ik? moet zij haast wel gedacht hebben, hadde zij hersenen bezeten.



Hoe dan ook, hierdoor heb ik sinds vanochtend al dat ene liedje van hullie, weetjenog... toe, ik kom er niet meer op, dinges... in mijn hoofd.
Dat nummer met aan het eind die zanger die helemaal loosgaat: the drummer from Def Leppard's only got one arm, the drummer from Def Leppard's only got one arm, the drummer from Def Leppard's only got one arm!
Googlegoogle...
Oja, natuurlijk! The Bloodhound Gang! 'Why is everybody always picking on me' heet het.
En nou had ik hier graag even het videootje van dat leuke liedje geplakt, maar ik zal foto&videowise wel het maximale aantal Mb's bereikt hebben. Want mooi dat het niet lukt.
Daarom, heel suf, hier de link voor eenieder die denkt: oja, dat leuke liedje wil ik ook wel weer eens luisteren!

En in the meantime: Stom hoor, Blogger! Nou moet ik weer gaan uitvogelen hoe ik weer gewoon photoosch en video's op mijn bloedeigen blog krijg. Weten jullie eigenlijk wel welk een hel het is op internetfora?


21.6.11

Over tot de (wan)orde van de dag

Maar dat lukte niet zo goed.

En dus ging ik maar weer eens naar de kringloopwinkel.
Ik zoek namelijk al heel lang naar een niet-suffe lamp voor aan 't plafond in onze voorkamer. En dat is, vooral als je er geen kapitaal aan wilt besteden, heul niet eenvoudig.
Nou liep ik toch tegen de allerleukste lampekapjes aan!

Kykie:















Superleuk! Het zijn er vier. Maarja, ze hebben dus nog wel even wat werk nodig, alvorens een niet-suffe lamp te worden.

Volgende stap: mooi strijkijzersnoer kopen, stoer fittinkje derin en dan alleen nog bedenken hoe het geheel te hangen.



































Nah. Nog even over nadenken.

En ik vond ook nog dit superleuke mandje, dat onder een superdikke laag superplakkerige schmutzigkeit zat... 
Gelukkig hebben we heel heet water, groene zeep, allesreiniger, soda en oxi-wit. En borstels en sponsjes. Dus nu is hij schoon. Zo schoon dat zelfs Belle er wel even in wilde gaan liggen. 

19.6.11

Japie

Japie poes is dood.
En eerlijk, ik ben echt van slag. Ik was nog zo'n aardappeltje toen hij bij mij kwam wonen. 
Hij trouwens ook. 
Negentien jaren zijn verstreken en hij was er altijd. Alles gezien, overal bij. 
Maar aan alles komt een eind en negentien jaren zijn lange jaren voor een poes. 
Gisteren hielden wij zijn uitvaartje, als enige van al onze poezen kreeg hij een plekje in onze tuin.  
En voor daarop een mooie oranje -Jaapkleurige- steen van Nona. 

Dág Jaap. Goede reis, jong.


10.6.11

Het krampachtige kamp

Of ik meeging als leiding op het schoolkamp, vroeg de juf van Nona mij een aantal maanden geleden. Het hielp dat ze koos en niet zomaar lukraak rondvroeg en het hielp ook dat Nona nog wat extra begeleiding en zorg nodig heeft waar ik andere ouders niet altijd mee op wil zadelen, tenminste niet voor een driedaags kamp, dus ik zei ja.
'Geen probleem', zei ik nog. Wat eigenlijk precies tegenovergesteld was aan wat ik werkelijk dacht. Want ik zal hier maar eens een heel eerlijke ontboezeming doen: ik ben niet zo'n heel gezellige, ruimdenkende, losse moeder. In mijn hoofd is het altijd een drukte van jewelste en dus moet mijn omgeving een beetje ordelijk zijn. Ik word niet blij van gillende kinderen. En ik ben verre van een sociaal mens.
Niet bepaald karaktereigenschappen waar je wat aan hebt op een schoolkamp met honderdzoveel kinderen in de leeftijdscategorie van zes tot twaalf en een klupje uitermate getapte leidinggevende ouders. Er moest eigenlijk leiding mee voor de leiding in mijn geval, bedacht ik mij later.
Want naast bovenstaande slechte karaktereigenschappen heb ik ook nog eens de onhebbelijke gewoonte aan mij verstrekte documentatie aangaande planning en op handen zijnde bos- dan wel andere spelen niet te lezen, zodat ik altijd in opperste verwarring achter de meute aan loop te hollen in plaats van struis voorop, zoals het een leidinggevende betaamt. 'Jongens, hebben jullie goed opgelet'? Zwijn ik mij daar dan slinks doorheen. 'Leg het mij dan eens uit, zodat ik kan controleren of jullie goed geluisterd hebben!' En dan is er altijd wel een streberig kind dat mij haarfijn uit de doeken kan doen wat wij daar staan te ondernemen met die genummerde houten paaltjes, de rode stippen en al die hoepels. En zo komt deze leidinggevende dan gewoon toch nog weer op heur pootjes terecht.
Maar twee doorwaakte nachten maken een mens wat daas en een tikkeltje minder scherp.
De laatste ochtend zat propvol. In minder dan twee uur tijd moesten er net iets teveel kinderen tegelijk wassen, ontbijten, hun tassen inpakken en naar een ander gebouw lopen. Tafels moesten gedekt en weer afgeruimd. Het gebouw moest veegschoon worden opgeleverd en er lag een enorme hoeveelheid spelmateriaal dat over verschillende auto's moest worden verdeeld. De onderbouw kwam op bezoek voor de vossenjacht dus de vossen (Ja, natuurlijk wil ik wel een vos zijn. 'Geen probleem'.) moesten zich leuk verkleden. Als een stripfiguur. Maar niet te opvallend. (ligt het aan mij of is dit een contradictio in terminis) Ook moesten we daarbij nog even een setje vragen verzinnen, maar dat kon wel mooi tijdens het schoonmaken. Toen dit allemaal achter de rug was en ik me zwetend in mijn Wiske-outfit had gehesen, kwam ik tot de ontdekking dat alle andere striphelden al vertrokken waren naar hun plekje in het bos. Ik had tijdens het rondrennen op zoek naar Nona met haar schoenen onder mijn arm (zij had per abuis haar laarsjes aangetrokken, maar kan daarmee geen boswandeling van twee uur volhouden) de uitleg van de oppervos gemist en had geen idee waar ik nu naartoe moest. Helaas was Nona ook al vertrokken.
Enige optie was naar het andere gebouw te gaan en daar opnieuw informatie in te winnen en Nona alsnog van het correcte schoeisel te voorzien,  maar daar waren inmiddels alle kinderen ook aangekomen en die mochten mij natuurlijk niet zien. Althans, niet als Wiske. Gewoon een bospaadje afkuieren in een witte jurk valt geweldig op, dus besloot ik de auto te nemen. Mijn kapuchon trok over mijn kop om mijn pronte rode strikje te verhullen. Wiske from tha hood in haar oude volksie. Hos ja! Eenmaal aangekomen parkeerde ik de auto slordig tussen de bomen en sloop naar de achterzijde van het gebouwtje.
'Psssst!' Siste ik door het open raam. Ik probeerde de aandacht te trekken van de moeder van Nona's vriendinnetje die toevallig in de buurt stond. Ze stond met haar rug naar me toe en hoorde me niet. Ik probeerde het bij de bovenbouwer die ernaast zat en die me wel in de gaten had. 'Psssst! Roep even die mevrouw die daar staat voor me!' De bovenbouwer staarde me vol ongeloof aan en verroerde zich niet. 'Halló-ow!' Drong ik aan. 'Wil jij even aan die mevrouw vragen of ze buiten komt? Geen reactie. Ik begon wild te wijzen. 'Die mevrouw! Wil je haar even vragen! Of ze buiten komt!' Ik wees op mezelf. 'Voor mij!' Traag gingen de mondhoeken van het meisje omhoog. 'Ooo.... jij bent Súske!' 'Ja! Ja! Nee! Ik ben Wiske', riep ik, 'maar vraag nou even aan die mevrouw of ze naar buiten komt, de kinderen mogen me zo niet zien en ik moet haar echt spreken!' Eindelijk kwam het meisje in beweging. De mama van Nona's vriendinnetje kwam naar buiten. Gehaast overhandigde ik haar Nona's schoenen waarbij ik halsstarrig haar geproest trachtte te negeren.  Zo, schoenen kwijt, dat was alvast een zorg minder. Nu nog zien te ontdekken waar Wiske wezen moest in het grote bos. Te hulp geschoten leiding armzwaaide naar links. 'Die kant op, het rode pad volgen!'
Ik dankte  hartelijk en holde, gebukt, tussen de struiken door het bos in. 'Een leeg nummer zoeken!' Hoorde ik nog achter me roepen.
Maar een kwartier later had ik nog helemaal niks gevonden. Geen rood pad, geen vossen, geen kinderen en geen leeg nummer. Wel wat doordeweekse wandelaars die mij zonder uitzondering met hun gezicht in de neutraalste stand passeerden, of kwamen zij dagelijks een dolend Wiske met een smoel als een donderwolk en een hippe zonnebril op tegen bij het hond uitlaten. Ik voelde hoe mijn humeur richting vriespunt zakte en moest mij hevig verzetten tegen de aanvechting terug naar mijn auto te sluipen, plankgas naar huis te rijden om daar  het rode strikje aan flarden trappen in de achtertuin op de klanken van 'sympathy for the devil' en mij vervolgens over geven aan een bacchanaal met grote hoeveelheden drank, nog meer harde muziek en chocola. (want een helemaal normaal mens ben ik natuurlijk niet) In plaats daarvan sleepte ik mij plichtsgetrouw terug naar het vertrekpunt om daar nogmaals om aanwijzingen te vragen.
'Ja, maar je moet ook dáár naartoe', armzwaaide men nu plotsklaps rechtsaf. Moedeloos toog ik opnieuw een bospad op. Maar deze keer had ik meer succes. Al na enkele meters hoorde ik gesis vanachter de struiken. Het bleek een uit de kluiten gewassen Pocahontas met warrig nylon haar die mijn aandacht probeerde te trekken. Narrig stampte ik door het struweel naar haar toe en smeet demonstratief mijn zonnebril en rugzak voor haar moccasins. 'Ik heb het helemaal gehad! Ik loop al een half uur te zoeken naar jullie en ik weet geeneens mijn nummer' klaagde ik. 'En waar is trouwens Captain Smith?' (deze vraag negeerde zij) Het was genant. Ik voelde me gesloopt en uiterst labiel. En ik had helemaal geen zin meer in die vokkingvossenjacht. Het liefst ging ik een potje zitten huilen. Serieus waar. Gelukkig was alleen Pocahontas getuige van deze scene. Nadat zij mij een poosje moed in had zitten praten vervolgde weer mijn weg. Sluipend ging het weer door de struiken, maarja, de witte jurk verried mij natuurlijk in no time voor die verdomd frisse ouders die niet al drie dagen wakker en ongedoucht een stel ongeleide projectielen hadden moeten zien te vermaken. Dra had ik dus een kleine optocht van kinderen achter mij aan: 'Suske! Súuske! Blijf staan Suske!' Tja, zo kwam ik nooit bij mijn nummer. Ik leek verduld nog eens aan toe de rattenvanger van Hamelen wel. 'Jonges, jonges, even rustig', maande ik mijn jeugdige stalkertjes. 'Luister, ik moet ergens in dit bos zijn, maar professor Barabas heeft mij per ongeluk naar de verkeerde plaats geflitst met de teletijdmachine. Nu moet ik het laatste stukje nog even lopen', sprak ik eufemistisch. En ik ben Wiske jonges, Wis-ke. Nah, ik ga nu snel en dan zie ik jullie zo, okee?' En weg was Wiske. Wonderbaarlijk genoeg lag er niet veel later inderdaad ergens een landschapje met een nummer zonder vos waar ik kon plaatsnemen op een boomstronk en het geluk bleek zich inmiddels weer aan mijn kant te hebben geschaard, want het eerste groepje dat opgetogen aankwam ('Há, jij bent Suske!') bleek het groepje van mijn buurjongetje dus kon ik mooi even onopvallend om de spelregels vragen. 'Dus jongens, wat was alweer de bedoeling? Leg het mij eens uit, zodat ik kan controleren of jullie goed geluisterd hebben!'