31.10.12

Van het geloof gevallen


Toen de Sint op tv was om zijn optreden in de BZT show alvast aan te kondigen, riep Nona ineens op hoge toon: Hij bestaat toch niet! Het is gewoon een man! Die zich verkleed heeft!
Ik keek haar aan en zij keek mij aan. De blik in haar ogen was niet triomfantelijk, eerder verward. Ik kreeg er een beetje pijn van in mijn buik. O, zei ik schaapachtig en bij gebrek aan een beter antwoord. 
We zwegen en ik dacht na over deze ontwikkeling. Nona is negen en het lag dus voor de hand dat zij een dezer jaren eens een keertje van haar geloof zou vallen. Maar hoe ouder zij werd, des te lastiger vond ik het om haar de waarheid zelf te zeggen. Ineens speet het me bijna dat we altijd zo ons best hadden gedaan om haar te bedotten. En zelf stelde zij nimmer één kritische vraag.
'Hoe weet je dat eigenlijk, dat Sinterklaas niet bestaat', vroeg ik. 'O, dat zei T. -een vriendinnetje- laatst een keer', zei Nona. T. is al een flinke meid van tien en zeer pragmatisch ingesteld. Ik durf te wedden dat zij het flauwekul vond dat een groot kind als Nona nog zo heilig in Sinterklaas gelooft. 'En hoe zit dat dan met die pieten?' vroeg ik, om te testen hoe grondig T. te werk was gegaan. 'Ook verkleed.' 'O. En hoe komt hij dan aan al die kado's?' Nona haalde haar schouders op. 'Weetikveel. Het is gewoon een heel rijke man'. 
Aha, dus Sinterklaas is geen eeuwenoude heilige, die elk jaar vanuit Spanje, waar het klimaat toch heel aangenaam is voor zijn oude botten, naar het gure novemberse Nederland trekt om daar glibberend over gladde, natte daken met een hele horde immer onhandig klooiende kerels kado's uit te delen aan kinderen die het eigenlijk toch al aan niets ontbreekt. (Het klonk natuurlijk ook al ongeloofwaardig) Nee, het is gewoon een Nieuwegeinse man, die verkleed en met een stuk of dertig zwartgeschminckte, eveneens Nieuwegeinse mannen, aan de Nieuwegeinse kinderen kado's uitdeelt. Elke gemeente zal wel zo zijn eigen rijke man hebben, die zich daarvoor laat strikken zo rond deze tijd van 't jaar.
Hmmm. 
Ja, dan moet je doorpakken hè. Je gelooft in de Sint of je gelooft er niet meer in, deze tussenweg was gewoon te dol.
Maar Nona was intussen weer met rasse schreden teruggekeerd naar waar zij vandaan kwam: 'Maar ik geloof T. niet hoor. Sinterklaas. Bestaat. Gewoon. Wel.'
Tja.
Natuurlijk heb ik het haar toen verteld. Sinterklaas is gewoon een verklede man. De pieten zijn verklede mannen. En wij kopen de kado's. En inderdaad, heel Nederland doet aan het kinderbedrog mee.
Ze zat naast me, luisterde en zweeg. Luisterde, zweeg en baalde als een stekker.
En na een tijdje kon ik haar bijna horen denken: 'kan me niet schelen wat iedereen zegt. Sinterklaas. Bestaat. Gewoon. Wel.'






4 opmerkingen:

Marike zei

Hier een van het geloof gevallen jongetje. Mijn 'oh' ontlokte hem de schampere opmerking "maar mama, jij gelooft toch ècht niet dat-wel bestaat!".
Weer een fase voorbij. Best wel jammer.

marieke zei

ha ha, ik ga helemaal niemand iets vertellen. Nora doet heel eg haar best om ons te laten geloven dat zij heus nog wel gelooft en Lisa vind het een geweldig toneelstukje. Waarin zij met overgave haar rol speelt. Wij doen nog even verder met toneelspelen dus.

Herma zei

Haha, zou 'k ook doen!

Herma zei

Ik vond het inderdaad ook wel een beetje jammer toch. Weer een fase voorbij. (melodramatische zucht)