18.4.10

Zes

Arme Nona. Ze heeft het er af en toe maar moeilijk mee. Zes zijn is niet eenvoudig en groot word je niet zomaar.
Je wilt al zoveel maar kunt nog niet alles, je bedenkt allerlei leuke plannetjes maar je ouders werken niet mee. Nooit mag je eens snoepen vlak voor het eten, of de hele dag spongebob kijken, je speelgoed laten slingeren, treuzelen, pindakaas op de poes smeren, met twee vingers tegelijk in je neus peuteren, noem maar op. All work and no play, kort gezegd.
Wie zou er niet spuugzat van worden en zijn ongenoegen kenbaar willen maken door af en toe een hele dag lang o-ver-al ontzettend moeilijk over te doen? Punt is, die dag valt traditioneel altijd op zaterdag als alle ouders beschikbaar zijn voor het broodnodige gesteggel. En dat bevalt toch minder goed. Vandaag was het weer zo'n dag. Prachtig weer, een hoop leuks te doen en toch drie chagrijnige tronies tijdens het avondeten, wat erg jammer was, want het smaakte zeer goed en voor het eerst dit jaar in het warme avondzonnetje buiten. Na het eten wilde ik De Draak dan ook zo snel mogelijk haar bed in hebben, maar eerst mocht ze nog met wat playmobil in bad, want dat wou ze zo graag. Vooruit dan maar. Resistance is futile. Liever iets later en gelukkig naar bed dan weer zo'n vermoeiend dispuut met dikke tranen.
Na een tijdje ging ik bij haar kijken en toen trof ik haar in deze scène aan:


Als eerste zag ik het meest rechter figuurtje dat er wat ongelukkig bij leek te staan. Toen zag ik dat de tweede er precies zo bij stond en pas daarna viel me de line-up langs de badrand op, en dat Nona bij alle mensjes de rechterarm 'onklaar' had gemaakt. Net zoals het bij haarzelf is, eigenlijk. Stonden daar vijf Nona's op die badrand? Nona zelf maakte mij niet wijzer. "Leuk hè?" zei ze monter, toen ik haar ernaar vroeg. "Ik vond dat gewoon leuk. Wil je met me spelen? Wie wil jij zijn?" Ik koos het rechter figuurtje. Die lijkt het meest op mij, namelijk. "Kan ik mijn rechterarm dan wel of niet gebruiken?" vroeg ik haar. "Die mag je gewoon gebruiken hoor", zei ze minzaam. "Welke kies jij?" vroeg ik. Zij koos het kind, de derde van rechts. "Kan het kindje haar arm dan gebruiken?" probeerde ik nog een keer. "Jij bent de oppas en ik ging met jou zwemmen." antwoordde ze. Het was duidelijk, het onderwerp was van de agenda. We speelden nog even samen en ruzieden daarna nog wat over treuzelen en tandenpoetsen enzo en daarna ging ze naar bed, Stefan ging mee om voor te lezen.
Ik ging naar de keuken, maar zette in plaats van de afwas te doen een cd op en dacht na over het rijtje ongelukkige playmobilfiguurtjes. Betekende het iets, en zoja; wát? Vragen we teveel van haar? Of is het gewoon een uiting van het groeiend besef van haar beperking? Moet ik er iets mee? Ze leek niet van slag. Of was dit wat haar de hele dag al dwars zat? En ging het wel alleen om vandaag? Eigenlijk ruziën we al weken over van alles en nog wat. Maarja, dat hoort er ook wel een beetje bij, natuurlijk.
Met op de achtergrond 'ons eigen' liedje (My Beloved Monster van Eels) piekerde ik over deze zaken, maar de conclusie bleef uit. Morgen maar iets minder streng zijn. Je bent maar een keer zes.

 



3 opmerkingen:

marieke zei

tja, misschien voer voor psychologen... misschien betekent het wel niets en was ze gewoon aan het spelen.. je wilt niet weten in welke compromitterende houdingen ik de Barbies soms aantref, ahum....
maar ik neem me ook vaak voor iets minder streng te zijn, toch.

Herma zei

O, compromitterende houdingen... Hahahaha!
Gelukkig hebben we dat stadium nog even niet bereikt.
Wat een lousy job toch eigenlijk hè, dat opvoeden. En als ze groot zijn krijg je het voor de tweede keer op je bord.
Het is dat het de liefste kinderen van de hele wereld zijn, maar anders...

Nicole zei

Mooi stukje en herkenbaar. Soms ziet alles er veelbelovend en zonnig uit, maar dan pakt het toch heel anders uit omdat de kinderen klieren.

En wat de poppetjes betreft: ik zou er waarschijnlijk ook van alles achter zoeken, maar misschien is het wel gewoon niet meer dan het lijkt: een Playmobilpoppetje!